WASCABI: u was een geweldige molrat!
dinsdag 1 september 2026
Een speciaal voor de gelegenheid uitgegraven nestkamer waar verschillende kolonies naakte molratten met elkaar in overleg gingen. Dát was Wascabi dit jaar. Huh? Een terugblik op een namiddag vol grondwerk, tunnelverbindingen en de (on)zichtbare kracht van sociaal-cultureel werk en amateurkunsten.
Wat gebeurde er zoal in die nestkamers? En welke klemtonen legde minister Gennez?
Foto: Sophie Nuytten
Ja, er werd al eens gefronst en gegniffeld toen Tijl Nuyts, auteur van het bekroonde boek Grondwerk, in zijn inleiding sprak over het ondergrondse wel en wee van de naakte molrat. Maar gaandeweg (of gravendweg?) werd de analogie duidelijk met de situatie van veel organisaties in de zaal. Want wat sociaal-cultureel werk en amateurkunsten doen, is niet altijd spectaculair zichtbaar. Maar het zit wel diep. In mensen die zich engageren. In organisaties die verbindingen leggen. In partnerschappen die nieuwe oplossingen mogelijk maken. En in de vele manieren waarop mensen er leren samenleven, samenwerken, van mening verschillen en toch verdergaan. Ze doen dus het ‘grondwerk’ van en voor onze samenleving. Ze leggen ondergronds mee de basis voor wat boven de grond bloeit. Ze hebben onmiskenbare impact, maar blijven veelal onzichtbaar. Hun maatschappelijke voelsprieten werken feilloos, maar beleidsmakers hechten er veel te weinig aandacht aan. En wie ondergraaft eigenlijk wie?
Tijl Nuyts. Foto: Sophie Nuytten
Zes nestkamers maken het onzichtbare zichtbaar
Bart Temmerman. Foto: Sophie Nuytten
Partnerschappen: minder hokjes, meer ruimte
Het zit in de aard van veel sociaal-culturele en amateurkunstenorganisaties om samen te werken met gelijkgezinden of partnerschappen aan te gaan in functie van bv. meer slagkracht. Wascabi liet enkele van deze partners aan het woord. Zo werken Greenway en ProVeg samen omdat ze elkaar inhoudelijk versterken en omdat het verhaal sterker wordt wanneer een niet-commerciële partner mee spreekt over de maatschappelijke en gezondheidswinst van een eiwitshift. Theater aan Zee en BlinkOut zoeken elkaar op rond toegankelijkheid, maar niet zomaar om ergens een vinkje te kunnen zetten. Ze onderhandelen over de voorwaarden waaronder een samenwerking echt betekenisvol is. Platform K en stad Leuven bouwden - respectievelijk met Danspunt en Mobiel 21 – vanuit een aanvankelijk experiment een duurzame samenwerking uit.
Er passeerden ervaringen, vragen, waarschuwingen en tips. Hoe breng je bijvoorbeeld partners uit verschillende werelden bij elkaar zonder de samenwerking dood te reguleren? Het blijkt dat goede partnerschappen vaak organisch ontstaan. Mensen botsen op elkaar, raken aan de praat en ontdekken dat ze samen meer kunnen betekenen. De overheid kan (of moet?) zulke ontmoetingen faciliteren, maar mag ze vooral niet verplichten of het overreguleren. Greenway vond de ‘eiwitshift’ een goed voorbeeld, waarbij het samenbrengen van actoren expliciet de bedoeling was.
Foto: Sophie Nuytten
Gelijkwaardigheid is een belangrijke voorwaarde voor succesvolle samenwerkingen. Leer elkaar kennen en zorg dat je écht op dezelfde lijn zit. Vertrek vanuit je missie en bewaak je ethische grenzen als je gaat samenwerken. Hou sowieso rekening met verschillende logica’s en zoek naar evenwichten. Organisaties die met specifieke groepen werken mogen niet gereduceerd worden tot leveranciers van een interessante doelgroep. En samenwerking is niet automatisch synoniem voor ‘efficiëntiewinst’ of besparing. Een algemene tip was om vaker over het muurtje te kijken, maar ook voldoende ruimte te laten om dat op je eigen manier te doen.
Vrijwilligers: de hartslag onder het maaiveld
In dit filmpje (met audiodescriptie door het Vlaamse blinden- en slechtziendenplatform Symfoon) getuigen vrijwilligers van 6 uiteenlopende organisaties over hun motivatie en het belang van hun vrijwilligerswerk voor henzelf en voor de samenleving. Daaruit blijkt overduidelijk dat werken met geëngageerde vrijwilligers de kern van onze sectoren vormt. Vrijwilligers zijn geen goedkope arbeidskrachten en ook geen vanzelfsprekende voorraad waaruit organisaties eindeloos kunnen putten. Ze zijn het kloppende hart van sociaal-cultureel werk en amateurkunsten. Tegelijk staat dat engagement onder druk.
Tegelijk klonk in de gesprekken weinig defaitisme. Vrijwilligerswerk ontstaat uit passie, betrokkenheid en de goesting om deel uit te maken van iets groters. Organisaties en overheden moeten daar rekening mee houden. Vrijwilligers hebben ondersteuning nodig. Goede professionele omkadering is geen bedreiging voor vrijwilligerswerk, maar net een voorwaarde om het mogelijk te maken. Organisaties zoeken en schakelen permanent om vrijwilligers te vinden, te houden, te waarderen. Gezien veel organisaties daarbij op hetzelfde botsen, werd geopperd om hierrond onderling meer samen te werken.
En misschien moeten we vooral beter leren kijken. Heel wat mensen creëren sociaal kapitaal zonder zichzelf ooit vrijwilliger te noemen: iemand die inspringt op een activiteit, meehelpt in een vereniging of af en toe een taak opneemt. Ook dat engagement verdient waardering en erkenning. Vrijwilligerswerk is vooral véél meer dan ‘gratis werk’ waartoe het vaak verengd wordt. Het is daarom ook belangrijk om de verschillende voordelen van vrijwilligerswerk te blijven tonen én het belang van het professioneel kader errond. Want vrijwilligerswerk gebeurt zelden tot nooit in het luchtledige.
Wetenschappers: kijk niet alleen naar impact, maar ook naar betekenis
Dat laatste is misschien wel de belangrijkste boodschap. We praten veel over democratie in termen van instellingen, verkiezingen en parlementen. Maar democratie wordt ook elke dag geoefend in buurten, verenigingen, repetitieruimtes en groepen waar mensen samen iets organiseren. Precies daar ontstaat het vermogen om met verschillen om te gaan en om verantwoordelijkheid op te nemen. Dit werd volmondig beaamd door Bram Jaques (Groen): "Het middenveld is het schuurpapier van de samenleving. In Hongarije is het middenveld en kritische stemmen volledig weg – en dat voel je". Overigens zou ook innovatief kapitaal – denk aan experimenteerruimtes en technologische innovatie – verloren gaan. En jawel, uiteraard ook economisch kapitaal. Want cultuur staat in voor 6% van de tewerkstelling en 12% van de omzet, en dan vergeten we nog de lokale economische effecten van allerlei verenigingsactiviteiten.
Pieter Cools. Foto: Sophie Nuytten
Björn Rzoska in gesprek met minister van cultuur Gennez (Vooruit)
De minister zat - letterlijk - wat langer dan verwacht vast in de Brusselse tunnels, maar in het slotgesprek met Björn Rzoska, voorzitter van De Federatie, kwam iedereen weer stilaan aan de oppervlakte.
Het eerste punt dat de minister wilde maken was het belang van autonomie. Gennez benadrukte dat organisaties zelf moeten kunnen bepalen wat ze doen en hoe ze dat doen. Zeker in een superdivers landschap als dat van de amateurkunsten is er volgens haar geen behoefte aan één vooraf bepaalde ‘mal’. De amateurkunstenorganisaties hebben nochtans wel het gevoel dat ze iets moeten ‘worden’ dat ze in essentie niet zijn. Ook de suggestie dat ze allemaal een soort ‘steunpunten’ of ‘bovenbouworganisaties’ zouden zijn, stoort hen. De minister ging daar niet op in, maar benadrukte wel het belang van samenwerking en uitwisseling van goede praktijken. Daarbij ging ze ook in op de verantwoordelijkheid van het beleid zelf. Organisaties moeten over de muurtjes kijken, maar de overheid moet evengoed de hand reiken. Zeker in de samenwerking tussen cultuur en welzijn en tussen cultuur en onderwijs wil Gennez daar beleidskaders en middelen tegenover zetten. Het volstaat volgens haar niet om organisaties te vragen outreachend te werken. Het beleid moet ook de mogelijkheid creëren om dat daadwerkelijk te doen.
Björn Rzoska en Caroline Gennez. Foto: Sophie Nuytten
Foto: Sophie Nuytten
Over de verrassende bepaling dat er naast de huidige Avansa ook andere organisaties als regionale spelers gesubsidieerd kunnen worden binnen het decreet, verduidelijkte ze dat dit geen motie van wantrouwen is richting de Avansa’s. Maar waarom er precies ook andere organisaties moeten kunnen erkend worden, kregen we niet te horen.
