Hoe staat het met de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht?

Maart 2018

Je hoorde het vast al: er wordt druk gesleuteld aan het vennootschapsrecht en de VZW-wetgeving. Om die te vereenvoudigen, meer te laten aansluiten bij de realiteit en Europese regelgeving, en dus ook transparanter en aantrekkelijker te maken voor bedrijven die zich in België willen vestigen, startte minister Geens met zijn ‘Hercodificatie van de basiswetgeving’. Een van de stappen in dit plan is te komen tot één wetboek voor vennootschappen en verenigingen. Maar hoever staat dit plan en welke mogelijke gevolgen kunnen we nu reeds voorspellen voor verenigingen?

Op 20 juli 2017 keurde de ministerraad op voorstel van minister van Justitie Koen Geens een voorontwerp van wet goed tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en houdende diverse bepalingen. Nadien werd het ontwerp voor advies overgemaakt aan de Raad van State, die toch heel wat opmerkingen had. De laatste ontwerptekst i.v.m. de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht dateert van oktober 2017. We horen dat er nog steeds de ambitie is om dit luik voor de zomer 2018 af te ronden.
Intussen werd wel werk gemaakt van het nieuwe insolventierechtdat ingaat op 1 mei 2018. Op 7 december 2017 heeft de regering het wetsontwerp houdende hervorming van het ondernemingsrecht ingediend in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Door de hervorming van het ondernemingsrecht vallen vzw’s ook onder het begrip ‘onderneming’.

Alles op een rijtje

Als we inzoomen op de ontwerptekst van oktober 2017,  i.v.m. de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht, zien we volgende wijzigingen voor vzw’s. Let wel, deze  lijst is dus onder voorbehoud:

1.

De oude vzw-wet van 1921 vervalt en in de plaats wordt het verenigingsrecht ingeschoven in één wetboek voor vennootschappen en verenigingen. Het wordt een lijvig werkstuk, bestaande uit 14 boeken. Wie regelgeving inzake de vzw wil opzoeken trekt daar best wat tijd voor uit want het wordt een stevig toertje boekhoppen.
  • In boek 1 en 2 vinden we respectievelijk inleidende bepalingen en gemeenschappelijke bepalingen voor alle rechtsvormen (dus ook voor vzw’s). Zij vormen als het ware de sokkel waarop alle andere boeken geënt zijn.
  • Boek 9 gaat volledig over de vzw,
  • Boek 10 over de ivzw (internationale vzw),
  • Boek 11 over de stichtingen,
  • Boek 13 over fusies (van o.a. vzw’s),
  • Boek 14 over omzetting van vennootschappen (bijv. van vzw naar vennootschap of omgekeerd).
Overzichtelijk zal het hierdoor zeker niet worden.

2.

Een nieuwe definitie van de vzw. Een vereniging wordt in het voorontwerp als volgt gedefinieerd:“Een vereniging wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee of meer personen, leden genaamd. Zij streeft een belangeloos doel na in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag, op straffe van nietigheid, rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig andere persoon, behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel.” De feitelijke vereniging krijgt een aparte vermelding als vereniging zonder rechtspersoonlijkheid.

3.

Nieuw is ook dat verenigingen in de toekomst alle activiteiten mogen verrichten, van welke aard dan ook. Dus ook commerciële activiteiten. Men mag dus winst maken in functie van het doel van de vereniging.  Maar de fiscale regelgeving vereist nog steeds dat de “commerciële” activiteiten een bijkomstig karakter hebben om onder de rechtspersonenbelasting te blijven ressorteren, zo niet zal de vereniging onder de vennootschapsbelasting vallen! En dit heeft repercussies op de vrijwilligerswet!

4.

Geen vermogensuitkering! Alhoewel dit vandaag ook reeds zo is zal de nieuwe vzw-wetgeving strenger toekijken op het ‘niet uitkeren van vermogensvoordeel’, ‘noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks’. Bijv. extravagante kosten, opgenomen in de resultatenrekening vóór resultaatsberekening, zullen als onrechtstreekse vermogensuitkering aanzien worden. De winst moet volledig naar het belangeloos doel gaan. Of zoals het reeds in 2015 in de Nota hervorming Vennootschapsrecht van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht vermeld stond: “De nadruk komt voor vzw’s te liggen op het resultaat (winstuitkeringen of niet) en niet meer op de intentie (winstoogmerk of niet)”.

5.

Een vzw oprichten kan met zijn tweetjes. Volgens de huidige wetgeving moet men nog met minstens drie zijn om een vzw op te richten. Deze voorwaarde vervalt in het nieuwe ontwerp zodat twee personen zullen volstaan.

6.

In het voorontwerp moet de Algemene Vergadering  niet langer uit meer leden bestaan dan de Raad van Bestuur. Beide kunnen dus evenveel leden hebben. Voor de uitnodiging van de algemene vergadering zal de oproepingstermijn verlengd worden van 8 naar 15 dagen.

7.

Raad van Bestuur wordt ‘bestuursorgaan’. De term ‘raad van bestuur’ wordt blijkbaar vervangen door het ‘bestuursorgaan’. Het ontwerp bevat ook de mogelijkheid dat bestuurders, andere bestuurders  coöpteren, wanneer een mandaat komt open te staan voor het einde van dat mandaat. De eerstvolgende algemene vergadering zal dan deze vervanging moeten bevestigen. In de huidige wet wordt enkel een benoeming door de algemene vergadering toegelaten.  Nieuw is ook dat er voor het bestuursorgaan een schriftelijke besluitvorming wordt voorzien. Bij éénparigheid van stemmen zal er schriftelijk kunnen beslist worden en hoeven de bestuurders niet meer fysiek samen te komen.

8.

Dagelijks bestuur krijgt een duidelijker opdracht. De opdracht van het dagelijks bestuur en haar relatie met het bestuursorgaan worden concreter omschreven in het voorontwerp. 

9.

Statutenwijziging wordt eenvoudiger. De aanwezigheid van 2/3 van de effectieve leden om een statutenwijziging door te voeren zal niet meer nodig zijn. De helft van de leden zal voldoende zijn. Dus een tweede algemene vergadering om alsnog de statuten te kunnen wijzigen zal minder nodig zijn.

10.

Vertegenwoordiging van de vzw naar derden. In het voorontwerp is voorzien dat enkel nog bestuurders de vzw kunnen vertegenwoordigen naar derden. Dit betekent dat een medewerker dit niet zomaar meer zal kunnen. Het bestuursorgaan zal voor die medewerker een volmacht moeten opmaken waarin vermeld wordt welke bevoegdheden gedelegeerd worden.

Moeten we vandaag al iets doen in afwachting van deze wetswijziging?

Het nieuwe wetboek zal in werking treden één jaar na publicatie in het staatsblad. Maar er is een overgangsperiode van 5 jaar voorzien. Maar… wie na de inwerkingtreding van de nieuwe wet een statutenwijziging plant, moet zich dan ook ineens volledig aanpassen aan de nieuwe wet! En zelf als je geen statutenwijziging doet zal je als vzw toch al de dwingende bepalingen uit de nieuwe wet moeten naleven.

Hoe verder? Een aantal vragen blijven...

Vraag is of het Wetboek voor vennootschappen en verenigingen er nog voor de zomer komt en wat de exacte inhoud zal zijn. Wij blijven er  op wijzen dat met deze nieuwe wet een rits andere problemen de kop zullen opsteken als niet aan de aanleunende wetgeving gesleuteld wordt.  We denken daarbij aan de fiscale wetgeving. Vzw’s die ondernemender worden op de markt en gaan inzetten op commerciële activiteiten zullen wellicht in de vennootschapsbelasting terecht komen. Wat dan op zijn beurt weer gevolgen heeft voor het werken met vrijwilligers! En wat met de fiscaal aftrekbare giften? Deze zijn ook niet te combineren met commerciële activiteiten. Tevens zijn er heel wat decreten op Vlaams niveau die een ‘niet-commerciële’ rechtsvorm als voorwaarde tot subsidiëring stellen. Voor vzw’s die deels commercieel gaan werken bestaat er ook besmettingsgevaar. Als de commerciële zijde van de organisatie het niet zo goed doet riskeert de gesubsidieerde kant mee te gaan wankelen. En wat met het risico voor oneigenlijk gebruik van de vzw? De vzw die nu vooral in de non-profit te vinden is zou wel eens voor heel andere doelstellingen kunnen gebruikt worden, ten koste van de identiteit van de non-profit sector. De Federatie blijft aandringen op overleg en afstemming met andere bevoegdheidsdomeinen. Dat is broodnodig om problemen te vermijden! Organisaties dreigen anders gekneld te raken tussen elkaar tegensprekende wetgevingen. Bovenop bovengenoemde risico’s stellen we vast dat het voor organisaties er niet makkelijker op wordt. Je weg vinden in het 14 boeken tellende nieuwe wetboek wordt geen sinecure. Eén duidelijk wetboek met alle wetgeving van toepassing op vzw’s zou zoveel praktischer zijn. Een vette kluif voor advocatenkantoren die de sector wellicht een uitgezuiverde versie zullen aanbieden voor vzw’s, met het bijhorende prijskaartje. We vragen ons tot slot ook af hoe het non-profitlandschap er in de toekomst zal uitzien. Zullen bestaande vzw’s een apart vehikel oprichten om commerciële activiteiten in onder te brengen? Krijgen we dan organisaties met een niet-commerciële vzw en een commerciële vzw of een niet-commerciële vzw en een vennootschap? Zal dit tot een complexer werkveld leiden? Zal het voor de buitenwereld nog duidelijk zijn met welk soort organisatie men te maken heeft?  De toekomst zal het uitwijzen…  

Meer weten over deze wetgeving?

Kristien volgt de laatste VZW-nieuwtjes op de voet.  

Naar Kristien!