Als een btw aan het been

To btw or not to btw, dat is steeds meer de kwestie, ook in het sociaal-cultureel werk. De afgelopen jaren stonden we op de barricade om kleinere verenigingen niet lastig te vallen met deze ingewikkelde vraag. In twee etappes verhoogde de federale regering bijgevolg het btw-plafond. Grotere organisaties zijn ofwel btw-plichtig ofwel niet, of ze werken in een gemengd statuut. De interpretaties hierover durven al wel eens wijzigen. 

Het principe lijkt eenvoudig: wie regelmatig en zelfstandig economische activiteiten verricht, is btw-plichtig. Maar er zijn een aantal vrijstellingen mogelijk: het zogenaamde artikel 44 van de btw-wet stelt bijvoorbeeld organisaties vrij voor hun socioculturele activiteiten.

Via deze link stoot je op het btw-wetboek en op en vind je meteen het befaamde artikel 44.


Kleinere verenigingen zorgeloos

De meeste kleine(re) verenigingen moeten zich weinig aantrekken van de btw-regels, althans zij waarvan het jaarlijks omzetcijfer niet meer bedraagt dan 25.000 euro. Het heeft vele jaren van ons bloed, zweet en tranen gekost om die drempel hoog genoeg te krijgen. In 2014 huppelde deze al van 8.500 naar 15.000 euro en in 2016 was ons doel van de 25.000 euro bereikt. Alvast een last minder voor de vele kleinere organisaties van geëngageerd burgers. 

Hoe zit dat dan voor mijn organisatie?

Hoe zit het met mijn vzw? Welke verplichtingen heb ik? En welke vrijstellingen? Vuur je vragen af op Scwitch. De BTW-experts staan je bij: Klik hier voor een contact.

Meer weten over hoe het beleidswerk van De Federatie hierover? Neem gerust met Kristien Vermeersch contact op. 

Hier vind je Kristien