Betoging lage resolutie web 42

Kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten tijdelijk stopgezet (vanaf 2027)

“Waardevol”, maar toch overboord gegooid. Minister Gennez rolt de kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten niet meer uit in 2027, 2028 en 2029. Amper twee jaar na de optimalisatie van het bovenlokale decreet, knipt de cultuurminister één van de levenslijnen door en staan niet-professionele spelers opnieuw in de kou. 

Midden december maakte de minister nog de beslissing over ‘de vierde ronde’ projectaanvragen bekend. Meer dan 30 initiatieven kregen een toelage. Een recordaantal. Maar besparingen, tijdsefficiëntie en prioriteiten nopen tot herziening, aldus de minister. Er is geld nodig voor de uitbreiding van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden cultuur (IGS’en), klonk het op 8 januari 2026 in het parlement: “Kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten zijn maar een klein element in het decreet, dus hebben we ervoor gekozen de beschikbare middelen te bundelen voor de grote projecten, in lijn met de filosofie van de IGS’en”, verdedigde Gennez haar besluit. Ze meent dat kleine initiatieven niet de dupe zullen zijn, vanuit de idee dat IGS'en dit wel ondervangen. Maar lang niet iedereen is in die mogelijkheid. 
We vinden het nog altijd belangrijk dat ook die kleinschalige initiatieven blijven bestaan.
Gijs Degrande, N-VA

Je kan wel nog subsidie aanvragen voor een groot transversaal bovenlokaal cultuurproject. OP/TIL zet je op weg. Voor 15 mei 2026 dien je dan je dossier in.

Doet de minister haar eigen uitgangspunten geen oneer aan? 

Cultuurparticipatie, laagdrempeligheid, sterk vrijwilligersengagement, … Gennez neemt de woorden graag in de mond, maar bewijst deze ‘opschorting’ niet het tegendeel? Kleinere cultuurspelers die hun blik over de gemeentegrenzen richten, kunnen vanaf volgend jaar nergens meer terecht voor financiële steun. Want grote projecten starten dan pas vanaf 25.000 euro en we weten allang dat de drempels voor kleine actoren te hoog zijn. Ook andere subsidielijnen (innovatieve partnerprojecten, labo sociaal-cultureel werk, enz) zijn niet vanzelfsprekend terwijl een klein aanmoedigingsbudget net een hefboom kan zijn om te experimenteren of professionaliseren. Deze beslissing holt het bovenlokale decreet opnieuw uit. De doelen blijven, maar er zijn steeds minder middelen. Vorig jaar werd namelijk al een besparing aangekondigd op grote projecten, met slechts nog 1 indiendatum in 2026. Hoe kan het bovenlokale cultuurlandschap dan in al z’n diversiteit verder bloeien? Hoe garandeert men voldoende ruimte voor bottom-up initiatief waarbij (kansen)groepen zelf projecten op poten zetten. 
Gijs degrande
Ook commissielid Gijs Degrande (N-VA) vroeg het zich af: “(Alle) doelstellingen die in het kader van het Bovenlokaal cultuurdecreet zijn geformuleerd en in het regeerakkoord zijn opgenomen, zijn belangrijk.” “Hoe valt deze beslissing te rijmen met de ambitie om het decreet alle kansen te geven?”

Laakbare timing

Degrande vervolgde: “Onze vrees is dat deze beslissing net het tegenovergestelde effect zal hebben en dat ze de verdere vorming en uitbouw van de IGS’en zal afremmen.” Om die uitspraak goed te begrijpen is wat context nodig: het vernieuwde decreet stelt dat aanvragers voor kleine projecten gevestigd moeten zijn in het werkingsgebied van een IGS. Anders komt het project niet in aanmerking. Dit argument overtuigde hier en daar lokale besturen om toe te treden tot een IGS, horen we bij de betrokkenen. Maar net voor Kerst informeerde Gennez de IGS’en dus per brief over de onvoorziene koerswijziging. Wellicht voelt het voor IGS’en erg wrang dat zij de boodschap lokaal mogen gaan uitleggen. Gennez’ argument ‘tijdsbesparing voor het Departement’ komt ook wat cynisch over. Eerst maakt de overheid het zelf complex (met een inhoudelijke beoordeling op basis van advies van de IGS, maar de zakelijke beoordeling door het Departement), om dan te zeggen dat het “te tijdsintensief” is. De IGS’en maakten van de nood een deugd. Ze hadden net een stappenplan klaar hoe zij kleine projecten inhoudelijk zouden beoordelen. En ze namen dit mee in hun cultuurnota die in april moet klaar zijn. Niet alleen verspilling van tijd en energie, maar eveneens een gemiste kans om via de beoordeling IGS’en en middenveld dichter bij elkaar te brengen en elkaars deelsector (nog) beter te leren kennen en appreciëren.

Sprankeltje hoop?

Degrande stelde nog één cruciale vraag: “Het is misschien wishful thinking, maar wat gebeurt er als er middelen overblijven (na subsidiëring van de IGS’en of grote  projecten -nvdr)?” Waarop de minister antwoordde: “Als er ergens onderbenutting is, zal ik zeker meenemen dat u voorstelt om ook de kleinschalige projecten mee in de scope te brengen. Het is een opschorting, geen afschaffing.” Maar in 2030 zijn we alweer in een nieuwe legislatuur aanbeland, volgend op een periode waarbij de kleinschalige mogelijks niét alle mogelijke ontwikkelingskansen kregen. Wie breekt dan een lans voor hen?

De Federatie pleit nog maar eens voor een gezonde investeringslogica tussen structuren (bv. IGS’en) en streekeigen, bottom-up of vrijwillig initiatief (praktijken). Tot een rijk bovenlokaal cultuurlandschap behoren ook kleine organisaties die van onderuit mee het mooie weer maken. Honoreer dit aub. 

Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke