Wijzigingsdecreet rond uittreksel uit het strafregister: nood aan werkbare procedures en sectorale betrokkenheid
maandag 19 januari 2026
Dossier: Vrijwilligerswerk
Sinds 2023 moeten organisaties een uittreksel uit het strafregister opvragen bij nieuwe medewerkers en vrijwilligers die structureel en rechtstreeks in contact komen met minderjarigen. Met een recent voorstel van wijzigingsdecreet wil de Vlaamse Regering deze regeling uitbreiden en verfijnen. De uitzondering voor de jeugd- en armoedesector valt grotendeels weg en het uittreksel zal voortaan om de drie jaar opgevraagd moeten worden. De nieuwe regelgeving zal vanaf 2027 van toepassing zijn. In het recente advies van de SARC lezen we echter een heel aantal terechte kanttekeningen bij het voorstel. Er ligt dus nog heel wat werk op de plank.
Uitbreiding en periodieke opvraging: meer veiligheid, maar ook grotere planlast
Vanaf 2027 zullen ook vrijwilligers in de jeugd- en armoedesector die regelmatig met minderjarigen werken een uittreksel uit het strafregister moeten voorleggen. De eerdere uitzonderingsregel voor deze sectoren verdwijnt dus. Vrijwilligers in het jeugdwerk die jonger zijn dan 20 jaar blijven wel vrijgesteld van de verplichting.Het wijzigingsdecreet voert ook in in dat medewerkers en vrijwilligers om de drie jaar een nieuw uittreksel moeten voorleggen. Daarmee wordt het toepassingsgebied breder, omdat voortaan ook personen die al actief waren vóór de inwerkingtreding van het decreet onder de regeling vallen.In het advies van de SARC wordt gesteld dat herhaalde controle kan bijdragen aan integriteitsbewaking, maar de raad wijst tegelijk op de stevige administratieve last voor organisaties. Zeker voor diegene die volledig of grotendeels draaien op vrijwilligers en weinig professionele ondersteuning hebben.
Administratieve en privacytechnische uitdagingen blijven groot
Het opvragen, tijdelijk bewaren, beveiligen, anonimiseren en vernietigen van strafregisteruittreksels blijft een bijzonder zware taak voor veel verenigingen. Het advies van de SARC benoemt structurele risico’s rond informatieveiligheid en wijst op de nood aan een veel sterkere ondersteuning vanuit de overheid, onder meer via veilige digitale systemen.Vooral bij kleinere organisaties is de kans op fouten of onveilige praktijken reëel. De overheid moet veel meer inzetten op het ontzorgen van deze organisaties.
Een belangrijk element in het wijzigingsdecreet is de mogelijkheid om de controle van het uittreksel te laten uitvoeren door een 'betrouwbare derde organisatie'. Die externe partij zou de beoordeling kunnen overnemen, waardoor verenigingen minder privacygevoelige informatie hoeven te verwerken.De SARC plaatst hierbij echter grote kanttekeningen:
- Het is onduidelijk wie een geschikte derde organisatie zou kunnen zijn en of zo’n partij de capaciteit heeft om deze taak op grote schaal op te nemen.
- De raad pleit uitdrukkelijk voor één neutrale overheidsactor voor álle sectoren, om fragmentatie en verschillende beoordelingspraktijken te vermijden.
- Als er toch meerdere 'derde partijen' komen, dan is grondige afstemming en ondersteuning noodzakelijk.
Toepassingsgebied blijft onvoldoende duidelijk
Een belangrijke terugkerende kritiek is de blijvende onduidelijkheid over wie precies onder de verplichting valt. Begrippen zoals “structureel contact” of “aanstelling” zijn moeilijk toepasbaar in sectoren waar veel vrijwilligers actief zijn zonder formele overeenkomst of benoeming. Ook de afbakening tussen vrijwilligers en actieve leden is niet altijd evident.Omdat sectoren sterk verschillen in structuur, vrijwilligersprofiel en werking, is het belangrijk om te werken met sectorale draaiboeken.
Betrek de sectoren bij uitrol en evaluatie
De achterliggende motivatie van deze maatregel, de bescherming van kinderen en jongeren, is uiteraard volkomen terecht. Maar het betekent ook opnieuw bijkomende drempels voor vrijwilligers. Het is voor vrijwilligers niet vanzelfsprekend om de vaak zeer gevoelige informatie op een voldoende zorgvuldige manier op te vragen en te beoordelen. Vooral het vinden en inschakelen van een betrouwbare 'derde organisatie' vraagt nog veel concretisering. Indien men er niet in slaagt dit voldoende laagdrempelig uit te werken, pleit De Federatie er voor dat lokale vrijwilligersorganisaties zonder professionele omkadering niet onder het toepassingsgebied van deze regeling vallen. Duidelijke definities, werkbare procedures, veilige digitale oplossingen en sectorale draaiboeken zijn noodzakelijk om deze verplichting haalbaar te maken.Tot slot wijst de SARC op het belang van een structurele en transparante sectorbetrokkenheid bij zowel de uitrol van het wijzigingsdecreet als bij toekomstige evaluaties ervan.Het is vandaag nog onvoldoende duidelijk hoe goed het huidige systeem werkt, of het effectief delicten voorkomt, en welke neveneffecten ontstaan. Om dat correct te kunnen inschatten, is een representatieve bevraging van organisaties uit de betrokken sectoren cruciaal.
