Alternatieve leercontext

Sinds het schooljaar 2018-2019 maakt de ‘alternatieve leercontext’ integraal deel uit van het decreet deeltijds kunstonderwijs; een soort werkplekleren voor leerlingen in het kunstonderwijs. Verschillende academies werken reeds lange tijd samen met lokale amateurkunstenverenigingen, maar pas sinds het DKO-decreet van 2018 kunnen deze experimenten verankerd worden in de curricula van de opleidingen.

ELIZABETH BLONTROCK KLEIN alternatieve leercontext c Sophie Nuytten

Elizabeth Blontrock voor amateurkunsten.be door (c) Sophie Nuytten

Elizabeth Blontrock uit Drongen speelt bariton. Ze is ALC-leerling en lid bij harmonie
K.M. De Neerschelde Gentbrugge.
“Ik volg al zeven jaar muziekles bij de GO! Kunstacademie Gent De Poel. Mijn vader komt uit West-Vlaanderen en speelde daar vroeger in een harmonie. Daarom koos ik een instrument waarmee ik later in een muziekvereniging zou kunnen spelen.” “De stap naar harmonie K.M. De Neerschelde heb ik gezet via mijn muziekleraar Lieven, die er dirigent is. Intussen ben ik er ALC-leerling én lid. De harmonie motiveert me om meer te oefenen. Samen toewerken naar optredens is veel toffer dan een toonmoment op de muziekschool. Je ziet elkaar elke week om samen muziek te spelen, ook tijdens vakanties. En het is tof om te weten dat ik ook na de muziekschool bij de harmonie kan blijven spelen, dat het daar niet stopt.”

Het wettelijk kader

Het niveaudecreet deeltijds kunstonderwijs streeft naar meer verbinding met de lokale context. Door samenwerking met het basis/secundair/hoger onderwijs (hoofdstuk 8), maar ook met cultuur (hoofdstuk 2), in de eerste plaats amateurkunsten. De ‘alternatieve leercontext’ - waarbij een deel van de DKO-opleiding wordt afgelegd bij een lokale amateurkunstenvereniging of kunstenaar - biedt kansen aan zowel de leerling, de academie als de amateurkunsten. Maar vanzelfsprekend is zo’n doorgedreven samenwerking over sectoren niet altijd. Daarom ontwikkelden de amateurkunstensector en het DKO samen een model van toetsingsinstrument en afsprakennota ter inspiratie. Beide documenten kunnen aangepast worden aan de lokale context en de specifieke noden en behoeften.
Artikel 57 van het decreet legt de wettelijke contouren vast:
  • Leerlingen kunnen voor een deel van hun opleiding ervaring opdoen buiten de schoolmuren, bv. in een amateurkunstenvereniging, een bedrijf uit de creatieve industrie of kunstambacht.
  • Elke leerling kan een aanvraag indienen, maar enkel als aan vooraf bepaalde voorwaarden en kwaliteitsgaranties is voldaan, stemt de directeur van de academie hiermee in.
  • Het toetsingsinstrument, afsprakennota en academiereglement vormen de leidraad. Het toetsingsinstrument moet de goedkeuring van de onderwijsinspectie krijgen.
  • De academie blijft nl. eindverantwoordelijke voor het leerproces (incl. evaluaties).
  • De onderwijsinspectie bewaakt de kwaliteit van het leerproces en ziet dus toe op deze doorgedreven vorm van samenwerking.


Waarom inzetten op de alternatieve leercontext?

Na 3 schooljaren, biedt bijna de helft van de academies deze alternatieve leercontext aan. Sinds 2018 zien we het aantal leerlingen dat hiervan gebruik maakt elk schooljaar groeien (van zo'n 1500 leerlingen in 2018-2019 naar ongeveer 2300 in 2020-2021). Vooral in het domein muziek wordt deze optie vaak gekozen.
  • De kracht van het verenigingsleven ligt onder meer in het organisatorische, het toepassen van het geleerde, het procesmatig toewerken naar een productie of expo, …
  • De band met de lokale gemeenschap wordt versterkt. Op termijn worden academie en cultuuractoren sterke partners.
  • Denk aan de winst op vlak van mobiliteit en tijd voor de leerling.
  • Door naar buiten te treden, trekken academies misschien nieuwe leerlingen aan, of pikken oud-leerlingen de draad weer op.
  • De drijfveren zijn vaak dezelfde. Passie voor kunst en talentontwikkeling. Door in elkaars verlengde te gaan staan en samen naar buiten te komen is kunsteducatie beter zichtbaar.
  • Alternatieve leercontext kan verenigingen stimuleren om aan kwaliteitsbevordering te doen.
  • Heel wat artistieke begeleiders (dirigenten, regisseurs, dansdocenten, …) zijn opgeleid in een conservatorium (en/of zijn docent in een academie). Daardoor is de kwaliteit van heel wat amateurkunstensettings afgelopen jaren gestegen. Samenwerking met deeltijds kunstonderwijs kan dit bestendigen.
  • De leerling in de alternatieve leercontext levert voor de academie evenveel lestijden op als een leerling die alle vakken in de academie volgt.


Redenen om minder enthousiast te zijn?

Die zijn er ook…
  • Wat als de beoogde vereniging zich ver weg van de academie bevindt? Dan volstaan de omkaderingsuren niet.
  • Er zijn academies die groepsmusiceren centraal zetten in hun pedagogische visie. Dit kan leiden tot een concurrentiegevoel t.a.v. verenigingen.
  • De inmenging van lokale besturen kan de kwaliteitseisen ondermijnen en zo het leerproces uithollen.
  • De lat voor dirigenten, regisseurs, … uit het amateurkunstencircuit moet hoog genoeg liggen. Zij moet nl. de leerlingen mee evalueren op zijn/haar prestaties.


Goede afspraken...

En toch is de toepassing van de alternatieve leercontext het engagement waard.
Mits goede afspraken en nauwkeurige opvolging!
Daarom staken vertegenwoordigers uit de amateurkunstensector en het deeltijds kunstonderwijs de koppen bij elkaar. Samen werkten we aan modeldocumenten (toetsingsinstrument en afsprakennota) om academies en amateurkunstenverenigingen houvast te bieden bij hun zoektocht of verfijning van het concept ‘alternatieve leercontext’.