“Aan creativiteit zijn grenzen”: Brussels middenveld herhaalt vraag om structurele indexering
maandag 19 januari 2026
112 organisaties ondertekenden recent een open brief aan het VGC-college. Boodschap? Als de VGC haar aanbod levensvatbaar wil houden, is een structurele indexering van de VGC-subsidies nodig. De afgelopen jaren kreeg het Brussels middenveld al een compensatie van de VGC van 9 à 10%. Die maatregel was cruciaal om de zwaarste klappen van opeenvolgende indexeringen te verzachten. Maar de druk bleef en blijft toenemen. De toegekende verhogingen staan in schril contrast met de reële loonindexering, die opliep tot 21,90%. In een stad waar de levensduurte sneller stijgt dan elders, moeten organisaties nu al keuzes maken die raken aan personeel, werking en dienstverlening.
De VGC voorziet geen structurele indexering van subsidies
Bij elke overschrijding van de spilindex gaan de lonen met 2% omhoog. Hogere lonen betekenen meer uitgaven voor de werkgever. Ook andere kosten (energie, drukwerk e.d.) stijgen. De inkomsten voor het Brussels middenveld stijgen echter niet automatisch mee. De VGC voorziet namelijk geen structurele indexering van de subsidies aan het middenveld. Dit is al meer dan vijftien jaar een pijnpunt. Voor heel wat organisaties betekent dit in de feiten telkens opnieuw besparen. In 2014 wees een aantal middenveldorganisaties de VGC al op de nefaste impact van het niet-indexeren.
Naar aanleiding van een eerder schrijven vanuit het Brussels middenveld kondigde de VGC in 2022 een bijkomende financiële inspanning aan om het Nederlandstalige Brusselse middenveld te ondersteunen. Gedurende drie jaar kregen organisaties jaarlijks een verhoging van 3% (en voor sommige organisaties zelfs 4% in 2024). Een positief signaal, maar ruim onvoldoende om alle loonsverhogingen te compenseren, laat staan de stijgende werkingskosten.
112 organisaties trekken aan de alarmbel
Daarom ondertekenden 112 organisaties recent opnieuw een open brief aan de leden van het VGC-college. De sector wijst er o.a. op dat de VGC in haar eigen aanbevelingsrapport aan Vlaanderen pleit voor een structureel geïndexeerde Vlaamse dotatie van 3,5%, maar past dat principe zelf niet toe op de eigen subsidiëring van het middenveld.
De vraag vanuit het Brussels middenveld is tweeledig:
De vraag vanuit het Brussels middenveld is tweeledig:
- Zet de beperkte verhoging van 3% voort in 2026, zolang er geen beleidsruimte is.
- Veranker structurele indexering in het nieuwe bestuursakkoord, zodat subsidies de koopkracht correct volgen.
Collegevoorzitter Van den Brandt erkent de nood
Naar aanleiding van de brief ontving VGC-collegevoorzitter Elke Van den Brandt (Groen) een delegatie van het middenveld. In haar schriftelijke reactie achteraf bevestigt ze dat ze de problematiek zeer ernstig neemt. De collegevoorzitter deelt de mening dat het niet of beperkt indexeren van de VGC-subsidies het middenveld de laatste decennia onder druk heeft gezet. Ze toont ook appreciatie voor de manier waarop organisaties hun werking overeind houden: “Jullie hebben jullie creativiteit maximaal aangewend om de dienstverlening naar de Brusselaar zoveel mogelijk te vrijwaren. Ik wil jullie danken voor die gigantische inspanning. Maar ook aan creativiteit zijn grenzen, net als aan draagkracht”, gaf de collegevoorzitter aan.
Indexering is noodzakelijk, maar beslissing ligt bij volgende regering
Van den Brandt schrijft zonder omwegen dat indexering noodzakelijk is om het Nederlandstalig aanbod in Brussel te blijven garanderen. Tegelijk wijst ze op de institutionele realiteit: het huidige college is in lopende zaken en kan geen beslissingen nemen die structurele impact hebben. Ze schetst bovendien de moeilijke budgettaire context waarin ook het nieuwe college zal moeten werken: “Binnen de huidige conjunctuur verwacht ik geen verhoging van de budgetten, misschien zelfs het tegendeel.” Indexeren binnen een gelijkblijvend of dalend budget betekent uiteraard dat het college elders keuzes moet maken, stelt ze. Van den Brandt benadrukt dat dat enkel kan door een VGC-college “in volle bevoegdheid”.
Nieuwe erkenningen regionaal sociaal-cultureel werk 2026–2030
Ook het sociaal-cultureel volwassenenwerk maakt deel uit van dit Brussels middenveld. Sociaal-culturele organisaties dienden het afgelopen jaar ambitieuze beleidsplannen in om hun werking ook de komende beleidsperiode verder uit te bouwen. Eind 2025 herbevestigde de VGC de erkenning van 18 organisaties als regionaal sociaal-cultureel werk in Brussel. Een duidelijke waardering voor het werk dat zij de voorbije beleidsperiodes hebben geleverd. Ook de commissie die hun werking evalueerde sprak zich positief uit over de kwaliteit van de verschillende organisaties.Het gaat onder meer om organisaties als Okra, Davidsfonds, Internationaal Comité en FMDO. Eén organisatie verliest haar erkenning en zal vanaf 2026 niet langer op subsidies kunnen rekenen. Ook voor deze organisaties blijft de vraag in welke mate ze hun ingediende plannen kunnen waarmaken wanneer bij elke indexering de kloof tussen kosten en inkomsten groter wordt.
Het belang van een structurele oplossing
Het toont de urgentie van de vraag van het Brusselse middenveld. De Federatie blijft daarom pleiten voor een oplossing die niet langer ad hoc of tijdelijk is, maar structureel. Zo kunnen organisaties hun kerntaken blijven opnemen. De komende collegeonderhandelingen worden daarbij cruciaal.
