De kogel is door de kerk: een definitieve regeling voor het verenigingswerk vanaf 1 januari 2022

Na een olifantendracht keurde de federale ministerraad eindelijk de definitieve regeling voor het verenigingswerk goed. De huidige, tijdelijke oplossing, loopt namelijk af eind december 2021. De afgelopen maanden heeft De Federatie samen met de sportsector geregeld gepleit voor een duurzame en laagdrempelige oplossing voor het verenigingswerk vanaf 2022. Deze bezorgdheden lijken meegenomen te zijn in de definitieve regeling. De komende weken zullen de details verder uitgewerkt worden.

Hier vind je de communicatie van de RSZ over de definitieve regeling voor het verenigingswerk vanaf 1 januari 2022. Begin 2022 zal het nog niet mogelijk zijn om prestaties aan te geven wegens aanpassingen aan het systeem. Zodra deze gebeurd zijn zal je met terugwerkende kracht prestaties kunnen aangeven.

Vereenvoudigen 25-dagen regeling

De initiële wetgeving rond het verenigingswerk werd in het voorjaar 2020 door het Grondwettelijk Hof vernietigd. In afwachting van een meer duurzame regeling konden socio-culturele en sportorganisaties in 2021 gebruik maken van een tijdelijke noodoplossing. Dit tijdelijk alternatief loopt af op 31 december 2021. Na maanden getouwtrek is er eindelijk een akkoord over een definitieve regeling vanaf 2022. De regering volgt hierin het advies van de sociale partners om artikel 17 (de 25-dagen regeling) uit te breiden en te vereenvoudigen, waardoor ook verenigingswerkers in de toekomst deze regeling kunnen gebruiken.

Maximaal 300 uur en een belasting van 10%

De 25-dagen regeling is een reeds bestaande methode waarmee je losse medewerkers kan inschakelen. Om tegemoet te komen aan de noden van organisaties en verenigingswerkers in de sport- en socio-culturele sector diende de regeling echter vereenvoudigd te worden. Zo besliste de regering om het maximum aantal dagen om te zetten naar uren. Dit maakt het systeem veel flexibeler. Spijtig genoeg heeft men hier een onderscheid gemaakt tussen de verschillende sectoren. De verenigingswerker in de sociaal-culturele en amateurkunstensector zal zich gedurende 300 uur betaald kunnen inzetten voor een organisatie. Bij de sportsector is dit opgetrokken tot 450 uur. Ook de fiscale regeling binnen artikel 17 wordt vereenvoudigd. De prestaties die onder deze regeling worden verricht, zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. De verenigingswerker zal wel 10 procent inkomstenbelasting moeten betalen. Hiermee komt men tegemoet aan de vraag van De Federatie om een realistische vorm van fiscaliteit te voorzien.

Uitbreiden toepassingsgebied

Het huidige toepassingsgebied van artikel 17 zal ook uitgebreid worden. Zo zullen vanaf 1 januari 2022 onder meer volgende profielen gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling:
  • Lesgevers, coaches, procesbegeleiders in de socio-culturele en amateurkunstensector
  • Artistieke of (kunst)technische begeleiders in de amateurkunstensector
  • Organisatoren van socio-culturele manifestaties en de personen die ze tewerkstellen voor maximaal 32 uren
Eenvoud is cruciaal. We willen niet te veel paperasserij
Minister Vandenbroucke

Administratieve lasten en toepassing van het arbeidsrecht

Eén van de uitgangspunten van De Federatie was een administratief eenvoudige regeling. Met een toepassing gelijkaardig aan student@work, waarmee het aantal gepresteerde uren zal bijgehouden worden, tracht men de administratie die bij dit systeem komt kijken te vereenvoudigen. ‘Eenvoud is cruciaal. We willen niet te veel paperasserij’, lezen we in het persbericht van minister Vandenbroucke. Prestaties in het kader van artikel 17 moeten evenwel nog steeds aangegeven worden via een Dimona. We kijken in elk geval uit naar de concrete uitwerking van de applicatie en hopen dat de administratieve last inderdaad beperkt gehouden wordt. Gezien verenigingswerkers binnen artikel 17 werknemers zijn is ook de arbeidswetgeving van toepassing. Zo zal je een arbeidsovereenkomst moeten opmaken, is de welzijnswetgeving van toepassing en zal je een arbeidsongevallenverzekering moeten afsluiten. Omwille van het bijzondere karakter van het verenigingswerk, voorziet de regering wel in verschillende uitzonderingen. Zo heeft de verenigingswerker geen recht op gewaarborgd loon bij ziekte of ongeval, geen opleidingsrecht en geen recht op loontoeslagen voor avond-, nacht- en zondagsarbeid. Er zijn ook specifieke opzeggingstermijnen bepaald indien de arbeidsovereenkomst vroegtijdig wordt beëindigd. Bovenstaande uitzonderingen zijn reeds besproken op de ministerraad en dienen nog door het parlement bevestigd te worden. We zijn in elk geval verheugd dat verenigingswerkers (dirigenten, lesgevers, coaches, ...) ook in de toekomst aan de slag kunnen in de sociaal-culturele en amateurkunstensector. We hopen dat de nieuwe regeling laagdrempelig en toegankelijk genoeg zal zijn voor organisaties om hier effectief mee aan de slag te gaan. Meer info over deze nieuwe regeling vind je op de website van Sociare.

Let op: net zoals bij het huidige verenigingswerk is er ook in de nieuwe regeling een wachttijd ingeschreven voor personen die via een arbeidsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een aannemingsovereenkomst verbonden waren aan de organisatie. Concreet betekent dit dat je een jaar moet wachten vooraleer je gebruik kan maken van de nieuwe regeling. Voor de socio-culturele en amateurkunstensector wordt een overgangsperiode van één jaar voorzien voor diegenen die werkten met een aannemingsovereenkomst van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Dit betekent dat men in januari 2022 kan starten met deze regeling, ook al was men in 2021 via een aannemingsovereenkomst verbonden met de organisatie.