In den beginne: sprokkels uit het eerste FOV-decennium
vrijdag 27 februari 2026
Naar aanleiding van de 25e verjaardag van De Federatie polsten we bij Hugo De Vos, de eerste directeur van De Federatie - toen nog FOV, naar enkele ijkpunten uit de beginjaren. Hugo bezorgde ons prompt onderstaand artikel.
De FOV (of met een mondvol: de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk) werd formeel opgericht op 9 oktober 2000. Aan die start ging een intensieve periode van overleg, wikken en wegen, creëren van vertrouwen vooraf. Bert Anciaux, de toenmalige minister van Cultuur had in de laatste jaren van de 20e eeuw het doodvonnis getekend voor het verzuilde koepellandschap in de sociaal-culturele volwassenensector. Het merendeel van de erkende en gesubsidieerde organisaties uit het vormings- en ontwikkelingswerk hadden voor hun belangenverdediging onderdak bij een van de acht bestaande koepelorganisaties (het hele spectrum van christelijk, socialistisch, liberaal, vlaams-nationaal, vrijzinnig tot en met in tweevoud pluralistisch). Een restant van de vermaledijde verzuiling ging op de schop. Maar wat met de belangenverdediging?
Cijnskiesstelsel?
Twee koorknapen uit die koepelsfeer (Hugo De Blende van Centravoc, de koepel binnen de christelijke arbeidersbeweging, en Hugo De Vos van de pluralistische BVVO, Bond van Vormings- en Ontwikkelingsorganisaties) voerden wat coulissengesprekken. Ze waren er immers van overtuigd dat er nood was aan een overkoepelende organisatie die zou opkomen voor de belangen van de diverse werksoorten in het sociaal-cultureel werk en hun respectieve organisaties (met respect voor de grote ideologische en filosofische verscheidenheid). Ze polsten her en der naar belangstelling voor deze zienswijze en kozen vervolgens voor een pragmatische benadering. Ze brachten een twaalftal mensen bijeen in een zogenaamde technische werkgroep, die voor de uitdaging werd geplaatst om voor een op te richten belangenorganisatie statuten en een inhoudelijk reglement te ontwerpen. Simpel als uitdaging, maar begin er maar aan.
Alras werd beslist om een mogelijke lidmaatschapsbijdrage af te laten hangen van het subsidiebedrag dat de organisaties ontvingen van de Vlaamse overheid. Op dat ogenblik zat de subsidievork tussen 76.781.756 frank voor de KAV (nu Femma) en 147.354 frank voor het Koerdisch Instituut. Er werden 4 bijdragecategorieën vastgelegd (naargelang van de hoogte van het toegekend subsidiebedrag). En toen kwam de aap natuurlijk uit de mouw. Hoe wordt binnen die nieuwe organisatie beslist? Hoe worden standpunten ingenomen? 1 organisatie, 1 stem? Is dat acceptabel voor de “grotere” organisaties? Er werd een verfijnd (?) systeem uitgewerkt. Conform het zo bekritiseerde cijnskiesstelsel (uit vervlogen politieke tijden) werden per subsidiecategorie respectievelijk 1, 2, 3 of 4 stemmen toegekend. Als principe werd vastgelegd dat de besluitvorming binnen de FOV zou plaatsvinden ofwel en bij voorkeur bij consensus, of bij consent en indien niet mogelijk bij meerderheidsstemming. In dat geval zouden de organisaties zich kunnen beroepen op het aantal toegekende stemmen. Voor de volledigheid stippen we ook nog aan dat binnen het bestuur geen van de 3 werksoorten (verenigingen, instellingen en diensten) een absolute meerderheid kon hebben. Als toetje werd vastgelegd dat het systeem na 1 jaar toepassing zou geëvalueerd worden. Daarbij bleek dat het systeem nooit moest worden toegepast. Het werd dan ook als ongebruikt afgevoerd. Het principe van 1 organisatie, 1 stem werd het leidend principe. Gevolg van dit alles was dat ondanks enige koudwatervrees om tot de nieuwe club toe te treden (langst bij de socialistische organisaties) de FOV in geen tijd in de steigers stond en weldra bijna alle erkende en gesubsidieerde organisaties groepeerde.
De politieke wereld: overleg en waar nodig actie
Het zat natuurlijk mee bij het ontstaan van de FOV. Minister van Cultuur Anciaux had bij zijn aantreden niet alleen de koepelorganisaties in het vizier, hij had ook de ambitie om de hele sector te hertekenen. Zijn bouwstenennota was dermate indringend dat de hele sector op zijn achterste poten stond. Er werden talloze debatten georganiseerd. De FOV had de gevoeligheden maar voor het oprapen. Kwam daarbij dat de bestaande regelgeving niet correct werd uitgevoerd. Iedere organisatie zat in hetzelfde schuitje en was solidair in de boosheid. De FOV koos resoluut voor een heldere standpuntbepaling en poogde de bekommernissen te laten doordringen bij de politieke actoren. Er werd in die tijd nogal wat overlegd, gediscussieerd met de minister (ook met zijn opvolger Paul Van Grembergen), het kabinet van de minister, de administratie (met als protagonisten Gilbert Van Houtven en Luc Goossens). Sportief overleg, maar waar nodig scherp op de snee. Het was voor de cohesie in de sector dan ook een godsgeschenk dat de regering Dewael in 2002 niet met het nodige budget over de brug wou komen voor de uitvoering van de bestaande decreten en voor de financiering van het aangekondigde nieuwe decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk.
Op 22 november 2002 stond het Martelarenplein dan ook vol met medewerkers van alle FOV-organisaties die de eis uitschreeuwden om de afspraken na te komen en voldoende geld te voorzien voor het sociaal-cultureel werk. Er was in die dagen tot op de valreep aangedrongen om de “zaak” te regelen. Een manifestatie was voorzien als laatste actiemiddel en zo lang als mogelijk uitgesteld. De betoging vond dan ook plaats zonder de benodigde toestemming. Op het einde van de manifestatie werd Hugo De Vos door de politie opgepakt en afgevoerd naar een politiecombi. Hij kreeg er een minnelijke schikking voorgesteld ter compensatie voor de organisatie van een betoging zonder toestemming. De minnelijke schikking werd geweigerd. Op 21 mei 2003 werd Hugo De Vos door de Procureur des Konings van de politierechtbank Brussel gedagvaard om “zonder toelating van de Burgemeester, een samenscholing, een groepsgewijze verplaatsing of een optocht te hebben georganiseerd of eraan deelgenomen”. Hugo De Vos, bijgestaan door meester Jef Vermassen, werd veroordeeld maar kreeg opschorting van straf, voor zover hij in het komende jaar zich niet zou schuldig maken aan analoge feiten.
Het overlegmodel en nine eleven
Op 4 juli 2001 werd een decreet goedgekeurd exclusief voor de ondersteuning van de FOV. Het werd ingediend door een reeks parlementsleden van de partijen die deel uitmaakten van de toenmalige paars-groene regering. Het was een mooi voorbeeld van de werkwijze van overleg en samenspraak. Een voorstel van decreet werd pas na veel over en weer tussen de politiek en de betrokkenen van de sector (in casu de FOV) ingediend. In de voorafgaande periode kwam wetgevend werk meestal tot stand in de vorm van een ontwerp van decreet (op gezag van de regering). Het schaafwerk aan de ingediende tekst vergde veel overleg om eventueel te resulteren in aanpassingen vanwege de regering of van parlementsleden. Bij het decreet van 4 maart 2003 was dat niet anders. Er werden talloze overlegmomenten georganiseerd, die uiteindelijk in een stroom van amendementen een neerslag vonden. Dat overleg werd meestal gevoerd door gemotiveerde parlementsleden (Herman Lauwers, Dany Vandenbossche, Jos Stassen, Marino Keulen), vertegenwoordigers van de FOV en sporadisch kabinetsleden en ambtenaren.
Op 9 september 2001 zat deze groep opnieuw samen op het Kabinet van Minister Anciaux (toevallig die dag ook jarig en met wat familie in de buurt). Het gesprek ging nog maar eens over aanpassingen aan het decreet, tot plots iemand de zaal binnenstormde en informeerde over de aanslag op de Twin Towers. De belangstelling verlegde zich begrijpelijk naar het aanwezige TV-toestel in een belendend lokaal. Van vergaderen kwam niet veel meer in huis. Toen de vrouw van Marino Keulen haar man opbelde met de mededeling dat een bombardement van de Navo-gebouwen in Evere nakende was en hij dus gesommeerd werd om stante pede naar huis te vertrekken, was het decreet sociaal-cultureel werk voor even ver weg. Later werd met dezelfde equipe constructief verder gewerkt aan de bijschaving van de ingediende teksten. Bij latere decreetwijzigingen werd veelal een andere procedure gevolgd. Overleg met Kabinet, administratie en parlementsleden was georiënteerd op het bereiken van een voorafgaande consensus. Die inspraak en participatie was lonend. De tegemoetkoming aan de Federatie was vruchtbaar en voorkwam grote vervelende fricties. Het ging soms echt ver. De FOV haalde binnen dat de eerste decretale beoordelingselementen die een adviescommissie en later een visitatiecommissie moesten toetsen geschreven werden door de FOV. De FOV bedong ook dat een lijst van 50 externe beoordelaars door haar aan de minister werd voorgelegd en goedgekeurd.
DAC, indexering en Boekstaven
De belangenverdediging situeerde zich niet alleen op het vlak van decreten, uitvoeringsbesluiten en subsidies. In het eerste FOV-decennium hadden we ook een vette kluif aan de problematiek van de indexering van de subsidiebedragen. Er werden vellen papier volgeschreven met opvattingen over de juiste toepassing van het indexeringsmechanisme. Loonindexering, werkingsindexering, gezondheidsindex, gecorrigeerde gezondheidsindex, enzoverder, enzovoort hadden geen geheimen voor de FOV-onderhandelaars. Tot op vandaag worstelt men met deze materie. Iets analoog deed zich voor met een regeling voor de DAC-problematiek. Ook dat vergde immens veel denk- en overlegwerk om iets acceptabel uit te vinden voor de hele sector.
Heel veel werk werd binnen de FOV vanaf 2006-2007 besteed aan de verzameling van gegevens over het werk van de aangesloten lidorganisaties. Het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk had immers een sterke omslag gemaakt van kwantitatieve naar kwalitatieve criteria. Door die omslag verdwenen als het ware een aantal belangrijke data om het sociaal-cultureel werk ook te vatten in feitelijke gegevens (over personeel, werking, prestatienormen). Met hulp van de organisaties werd een set van data verzameld die een beeld gaven over de werking van de organisaties. De inzet van de FOV-stafleden resulteerde vanaf 2008 in een consistente jaarlijkse publicatie onder de noemer “Boekstaven”. De publicatie kreeg telkens heel wat weerklank. Op 2 april 2009 organiseerde de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media in het Vlaams Parlement een hoorzitting met de FOV over het boek Boekstaven 2008, met cijfers van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. In het verslag van deze hoorzitting viel een serieuze appreciatie vanwege de parlementsleden te lezen voor het geleverde werk.
