Maatschappelijke relance? Investeer in sociaal-cultureel werk: dat loont!

Zullen we met honderdduizenden mensen de maatschappelijke relance een boost geven? Zullen we en masse uit ons kot komen en de schouders zetten onder het tegengaan van onzekerheid, isolement? En zeker ook: de grote solidariteitsgolven van vandaag blijven aanwakkeren voor een sterke samenleving van morgen? En hierdoor ook mee de fond versterken voor een ondernemend Vlaanderen, in alle betekenissen van het woord? Ja? Sociaal-cultureel werk wil mee vliegwiel voor deze dynamieken blijven zijn. Een investeringsagenda dringt zich op, aan de vooravond van de nieuwe beleidsperiode. We doen niet onnozel: twee derde dragen we zelf. Eén derde de overheid. Faire deal, niet?

In dit artikel werpen we een blik op de investeringsagenda voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk en koppelen er een concreet voorstel aan.

Een nieuw decreet met investeringskansen:  the time is now

Een decennium lang stond de begrotingsversnelling voor het sociaal-cultureel werk achtereenvolgens in achteruit of neutraal. Het is meer dan tijd dat de Vlaamse regering daden bij woorden voegt: een investeringsagenda voor het sociaal-cultureel ondernemerschap in àlle uithoeken van Vlaanderen en Brussel. Amper drie jaar geleden stemde het Vlaams parlement een ambitieus decreet. Wat de gevolgen hiervan zijn verwoordde de toenmalige minister als geen ander: “Ik heb altijd gezegd dat dit nieuwe beleidskader met nieuwe middelen  moet gepaard gaan. Dit moet op tafel liggen van de volgende minister van Cultuur. Dat is de consequentie van onze keuze”. Laten we even in detail berekenen hoeveel nieuwe middelen nodig zijn. Het decreet vertoont ambitie: geen begrenzing meer op het aantal organisaties dat intreedt, de ruimte om enveloppen van organisaties naar boven bij te stellen, de gedrevenheid om via de laboratoriumprojecten kansen te geven aan organisaties, de broodnodige ondersteuning van organisaties die later erkend werden en enkel een minimumbedrag kregen,… En nog: de Federatie brengt geregeld burgerinitiatieven met een landelijke ambitie samen. De goesting om er nog meer tegenaan te gaan druipt er ook bij hen af. Niet minder dan 39 nieuwe organisaties kloppen aan de deur. Het advieswerk van de commissies is nog volop bezig, maar het ziet ernaar uit dat veel onder hen groen licht zullen krijgen. Om daden bij woorden te voegen is hiervoor minstens 3.000.000 euro nodig. En dan zijn er een aantal automatische meerkosten die voortvloeien uit het nieuwe decreet. Om de allerkleinsten over de decretaal afgesproken lat van 150.000 euro te tillen is 300.000 euro extra nodig.  En om voor de Vormingpluscentra de in het parlement afgesproken subsidie te voorzien, spreken we over ruim 2 miljoen. Elke vijf jaar wordt een vaste enveloppesubsidie vastgelegd, die verder geen rekening houdt met de automatische stijging van de kosten. Met eenzelfde subsidie moet elke organisatie dus jaarlijks zwaardere kosten zelf dragen om enige continuïteit te kunnen verzekeren. De berekeningen liegen er niet om. Eén personeelslid kost na 5 jaar gemiddeld ruim 5.000 euro meer. Een gemiddelde organisatie draagt dus elke vijf jaar nagenoeg de kost van een voltijdse equivalent (€50.248,08) om zijn personeelsaantal te kunnen handhaven. Op het geheel van de sector berekend, betekent dit dat de Vlaamse overheid elke vijf jaar ongeveer 9.000.000 euro aan de begroting zou moet toevoegen, alleen maar om de koopkracht van de organisaties te herstellen. En dan spreken we nog niet over de Corona-verliezen (7.000.000) en de ambities die deze organisaties in hun beleidsplannen becijferden (7.000.000).  In 2020, wanneer men beslissingen neemt over de subsidies voor 2021-2025, wordt het pompen of verzuipen, zoveel is zeker. Maar investeren kán én loont, lees vooral even verder.

Een gigantisch maatschappelijk labo

Het gaat niet enkel over een nieuw decreet dat ambitie toont en hiervoor middelen nodig heeft, maar het gaat in de eerste plaats over investeren in een maatschappelijk project. Een project dat er tot op vandaag in slaagt om honderdduizenden vrijwilligers te enthousiasmeren en jaarlijks miljoenen mensen op de been te brengen. Een project dat handen en voeten geeft aan sociale cohesie, burgerinitiatief, innovatie in solidariteit op wijk- en buurtniveau enz; een project dat erin slaagt belangrijke maatschappelijke veranderingen tot bij mensen te brengen en de polsslag van grote groepen bij de veranderingen die bezig zijn.
Onzekerheid, eenzaamheid, onverdraagzaamheid,  onvoldoende duurzaamheid… De samenlevingsthermometer staat op rood. En toch zien we elke dag vele voorbeelden die stelselmatig aantonen hoe het verschil wordt gemaakt. Op tal van terreinen leeft vandaag - soms zichtbaar, soms nog wat verborgen – sociaal-cultureel experiment. 

De top in de wereld

We tellen ruim 14.000 lokale ankerpunten in alle buurten en wijken, over heel Vlaanderen en Brussel. Sociaal-cultureel werk is lokaal ingebed, maar richt de blik naar de wereld: 73% van de organisaties is actief over de landsgrenzen heen. Meer dan 200.000 vrijwilligers zetten zich met veel passie en gedrevenheid in voor de samenleving. Een dikke twee miljoen mensen schraagt de sector als lid en de 300.000 activiteiten tellen jaarlijks ongeveer 10.000.000 deelnemers. Je leest het, heel Vlaanderen IS sociaal-cultureelSamen met de Denen en de Britten zijn onze inwoners het meest actief in de 'civil society'. Best iets om fier op te zijn. Een diverse sector kent een divers publiek: een kleine 40% van de sociaal-culturele organisaties richt zich expliciet en structureel op kansengroepen. 
20200321Stad Lowres

Ook de studiedienst van de Vlaamse regering zegt het

Dat investeren in sociaal-cultureel werk maatschappelijke winst oplevert, blijkt niet alleen uit de dagelijkse praktijk, maar wordt ook bevestigd in onderzoek van de Vlaamse regering zelf. VRIND 2017 stelde vast dat lid zijn van een vereniging een positief effect heeft op de beleving van een aantal waarden die het samenleven versterken. En uit SVR-st@ts 2016 blijkt zelfs dat een overheidsinvestering van 10 miljoen euro in het verenigingsleven een bruto toegevoegde waarde heeft van € 8.157.600 euro.
De VRIND-cijfers tonen bovendien ook aan dat van een terugval van het verenigingsleven geen sprake is. Tegen de gangbare mening in, stellen we vast dat de helft van de bevolking zich blijft engageren.  Het is evident dat dit niet voor elke organisatie in het brede sociaal-culturele netwerk geldt en dat een aantal onder hen sleutelt aan ingrijpende veranderingsprocessen. Wordt het dan geen tijd dat de Vlaamse overheid ook hen in die verandering ondersteunt?

Sociaal-cultureel werk is als de griepprik

We schreven het al eerder en het is in deze tijden misschien dubbel zo herkenbaar: sociaal-cultureel werk is wat de griepprik is voor de gezondheidszorg: het vraagt wat centen en organisatie, maar het is veel efficiënter dan genezen. Dat bevestigt ook de Ugent (European Social Survey 2017). Vrijwilligers zijn even gezond als 5 jaar jongere niet-vrijwilligers. Waarom? Omdat het bijdraagt aan zelfvertrouwen, zelfwerkzaamheid en de kwaliteit van het sociaal netwerk. Het biedt bescherming tegen dementie en weerstand tegen stress en ontstekingen.

Veel veerkracht voor een bescheiden overheidskost 

We staan voor een sector die voor de helft met private en voor de helft met publieke middelen werkt en die in 44,3 miljoen uren burgerschap, solidariteit en verbinding per jaar investeert. Kostprijs voor de Vlaamse overheid: €1,4 per uur. Slechts de helft van een pint. Meer dan behoorlijk, niet? Bovendien leggen de organisaties er jaarlijks zelf nog eens ongeveer 150 miljoen euro bij: deels via andere overheidsmiddelen, maar voor ruim de helft ook via eigen inkomsten, zoals lidgelden, inkomsten uit activiteiten en giften allerhande. 

Zijn jullie zot? 

Het resultaat van bovenstaande rekensom is 28 miljoen euro. We horen het al: “Zijn jullie zot? Moet de Vlaamse overheid deze 28 miljoen allemaal ophoesten?” Het mag, maar moet niet, want onze organisaties zijn ondernemend en verantwoordelijk genoeg om nog maar eens hun deel van de inspanningen te leveren. Daarom komen we op een investeringsagenda van 10 miljoen euro. Twee derde dragen we dus zelf, één derde de Vlaamse overheid. Faire deal, niet?