Als minister Somers een lokaal oppositielid zou zijn...

Na de bekendmaking dat er ruim 87 miljoen euro – bijna een derde – van het Noodfonds naar lokale besturen zou gaan, werd er in de commissie cultuur o.a. opgeroepen tot een kader om te verzekeren dat die middelen bij de getroffen verenigingen uit de cultuur-, jeugd- en sportsector zouden terechtkomen.

Een kleine week later werd minister Somers hierover bevraagd in de commissie binnenlands bestuur. Opvallend: hij leefde zich helemaal in in de rol van lokaal oppositielid. En niemand betwistte de grote noodzaak van deze middelen voor de vele getroffen lokale verenigingen en vrijwilligers.

Hoe werd die 87 miljoen verdeeld?

Zoals al eerder bekend was, gaat 3,1 miljoen euro daarvan naar de VGC en 134.000 naar vzw ‘de Rand’. De rest wordt verdeeld volgens de verdeelsleutel voor de sectorale middelen in die drie sectoren in het gemeentefonds. Jeremie Vaneeckhout (Groen) stelde zich vragen bij deze verdeelsleutel: “Het is een beetje grappig dat een verdeling die we zelf niet meer opportuun achten en niet meer updaten, nu gehanteerd wordt om coronamiddelen te verdelen”. Dat is nu niet aan de orde, vond minister Somers, maar verklaarde zich wel bereid om over eenvoudiger en transparantere geldstromen en het gemeentefonds – een ‘huzarenstuk’ - een andere keer grondiger na te denken.  

Oormerking of richtlijnen?

Het verwachte kader dan. Zowel Brecht Warnez (CD&V) en Tom Ongena (Open VLD) vroegen de minister of er iets van voorwaarden opgelegd wordt aan de lokale besturen om die extra Vlaamse middelen te besteden. Beide suggereerden de minister om minstens opnieuw ‘good practices’ te inventariseren en bekend te maken bij alle lokale besturen. Binnen de verwachtingen vertrouwt minister Somers op de lokale besturen en worden de middelen dus -niet geoormerkt – toegevoegd aan de pot van het Gemeentefonds. Hij beargumenteerde deze keuze vanuit de vaststelling dat deze werkwijze bij de inkanteling van de sectorale subsidies in 2016 ook niet nadelig was voor de bedoelde sectoren. Er komen ook geen richtlijnen vanuit Vlaanderen omdat -nog volgens Somers- de situaties binnen elke gemeente verschillend zijn. Hij pleitte voor lokaal maatwerk en generieke Vlaamse richtlijnen zouden dit alleen maar in de weg staan. Hij voegde er nog aan toe dat er daarover in de schoot van de Vlaamse regering lang over gepraat is. 
We moeten niet angstig zijn dat die Vlaamse middelen naar rioleringswerken gaan. Ik ben ervan overtuigd dat in elke gemeente deze middelen naar verenigingen gaan en wellicht nog aangevuld worden vanuit eigen middelen.​
Koen Van den Heuvel (Vlaams parlementslid - CD&V)

Kijkt iemand toe op de besteding van die middelen?

Moet er dan misschien vanuit Vlaanderen gekeken worden wat lokale besturen met die middelen doen? En daar al dan niet gevolgen aan koppelen? Het was een voorzichtige voorzet van Tom Ongena (Open VLD). Minister Somers trapte prompt hard binnen. Ja, Vlaanderen zal “ex-post” monitoren volgens de bestaande Beleids- en Beheercyclus. En nee, er komen geen sancties mocht blijken dat de middelen anders besteed zijn dan bedoeld. Waarop Somers zich volop inleefde in een lokaal oppositielid en daarmee zijn geloof in de lokale democratie illustreerde. “Mocht ik oppositieraadslid zijn, dan zou ik meteen een mail sturen naar alle lokale verenigingen om te zeggen dat er goed nieuws is: ‘Ons stads- of gemeentebestuur krijgt zoveel euro van Vlaanderen om de verenigingen die het moeilijk hebben te ondersteunen. Laat mij alstublieft weten of u het moeilijk hebt, waarom en hoe moeilijk u het hebt, want ik ga uw dossier verdedigen in de gemeenteraad.’ En ik zou als actief oppositielid nog een stap verder gaan: ik zou die verenigingen bezoeken, want het zou voor mij een mogelijkheid zijn om (…) als een betrokken lokaal gemeenteraadslid te gaan luisteren naar de noden van het lokale verenigingsleven. (…) Ik zou met een onderbouwd dossier naar de pers en naar de gemeenteraad kunnen gaan, en naar het schepencollege. (…) Geef mij maar de oppositie op lokaal niveau, zou ik bijna durven te zeggen. Naast deze handige tips voor de lokale oppositie, zal de Vlaamse regering via Vlaanderenhelpt.be ook best practices in de kijker zetten ter inspiratie van anderen. Op dit moment verzamelen ze goede voorbeelden van hoe jeugd-, sport- en cultuurverenigingen worden ondersteund. 
20200617 Bart Somers

Bart Somers - Open Vld

Ik zou als actief oppositielid die verenigingen bezoeken, om als een betrokken lokaal gemeenteraadslid te gaan luisteren naar de noden van het lokale verenigingsleven. Ik zou met een onderbouwd dossier naar de pers en naar de gemeenteraad gaan, en naar het schepencollege.
Bart Somers (Vlaams minister - Open VLD)

Wanneer krijgen de lokale besturen deze extra middelen?

Niet onbelangrijk; de Vlaamse regering mikt erop om al in de zomer effectief die middelen uit te betalen aan lokale besturen. Daartoe zal allicht een amendement ingediend worden op de begrotingscontrole, gaf Somers nog mee.    We onthouden dat er kamerbrede steun is voor deze extra middelen voor getroffen lokale verenigingen. Even kamerbreed blijkt het geloof in de lokale autonomie en het vertrouwen in de lokale democratie. En waar nodig, kunnen lokale verenigingen en lokale oppositieleden alvast aan de slag met de nuttige tips van minister Somers.  
Bart Verhaeghe Neem contact op met Bart