Wat zullen lokale besturen doen met 87 miljoen uit het Noodfonds? Enkele voorstellen

Lokale besturen krijgen ruim 87 miljoen euro uit het Noodfonds Cultuur van de Vlaamse Regering. Dat is goed nieuws voor lokale cultuur- jeugd- en sportorganisaties. Maar hoe gaan lokale besturen om met die extra middelen? In navolging van onze eerdere suggesties aan steden en gemeenten over hoe ze kleinschalige, lokale organisaties kunnen steunen, geven we graag wat richting.

Op 2 juni maakte de Vlaamse regering het bedrag en verdeling van het al langer aangekondigde Noodfonds Cultuur bekend. Er is 265 miljoen euro voorhanden om noodlijdende organisaties tegemoet te komen (met daarnaast nog 31 miljoen euro in kredieten). Dat is een smak geld, maar het moet ook verdeeld worden over veel sectoren. Het Noodfonds 'Cultuur' is er namelijk voor Cultuur, Jeugd en Sport, maar ook voor de VRT, regionale omroepen en andere mediaspelers, sier- en aardappeltelers, (sociaal) toerisme en mobiliteitsactoren zoals de regionale luchthavens. En nu dus ook voor steden en gemeenten. Voor de cultuursector is er 65 miljoen euro beschikbaar voor gesubsidieerde organisaties. Zij kunnen een dossier indienen in functie van een mogelijke compensatie. Meer informatie daarover vind je in dit artikel Voor lokale besturen wordt 87,3 miljoen euro voorzien. Daarvan gaat net geen 84 miljoen euro naar de Vlaamse steden en gemeenten. Dit bedrag wordt verdeeld over de lokale besturen op basis van de verdeling van de sectorale middelen voor cultuur, jeugd en sport bij de inkanteling van deze sectorale - toen nog geoormerkte - middelen in het gemeentefonds in 2018. De resterende 3,3 miljoen kan door de Vlaamse Gemeenschapscommissie bijkomend besteed worden aan cultuur, jeugd en sport. 

Bekijk hier hoeveel middelen elke gemeente krijgt.

Een blanco cheque voor steden en gemeenten?

Hoe zullen lokale besturen met die extra middelen omgaan? Worden die toegevoegd aan het globale budget en kunnen ze die middelen naar eigen goeddunken besteden? Is er sprake van een zekere 'oormerking' of zal de Vlaamse regering enkele globale richtlijnen geven? Dat laatste is weinig waarschijnlijk als we deze passage op Vlaanderenhelpt.be, een initiatief van minister van binnenlands bestuur Somers, lezen: "Lokale besturen kunnen hiermee aan de slag om cultuur-, jeugd- en sportverenigingen te ondersteunen. Lokale besturen staan immers het dichtst bij de inwoners en verenigingen en weten dus het best wat de noden zijn. Daarom zal er ook de grootst mogelijke autonomie zijn, met zo min mogelijk planlast of administratieve verplichtingen. Zodat steden en gemeenten vrij kunnen beslissen hoe ze deze middelen spenderen."
20200605Lijst
Dit issue kwam op 4 juni ook aan bod in de Cultuurcommissie van het Vlaams Parlement. Voor Cultuurminister Jambon was deze steun aan het lokale verenigingsleven belangrijk, want “zij vervullen een belangrijke functie in het gemeentelijk leven”. Alle fracties waren ook blij dat een deel van de middelen uit het noodfonds hiervoor via de gemeenten kan worden ingezet. Toch vroegen de meeste onder hen om toch nog een specifiek kader mee te geven aan de lokale besturen. Het moet voor hen duidelijk zijn dat de middelen bedoeld zijn om “vrijetijdsiniatieven te helpen en niet om putten te dempen”, zei Stepahnie D’Hose (Open VLD). Karin Brouwers (CD&V) bevestigde dit en vroeg of er ook een vorm van rapportage is voorzien. Ook parlementsleden uit andere fracties drongen aan op een kader, terwijl Marius Meremans (N-VA) vooral de nadruk legde op het vertrouwen dat lokale besturen hier wel correct mee om zouden gaan. Hij beaamde wel dat een vorm van monitoring zinvol zou kunnen zijn. Minister-president Jan Jambon besloot dat het belangrijk is om het “gezonde midden te houden tussen respect voor de lokale autonomie en duidelijk maken waarom de gemeenten de middelen krijgen”. Hij gaf dan ook aan dat expliciet de boodschap zal worden meegegeven dat de extra middelen bestemd zijn “voor deze sectoren en niet bedoeld zijn voor maatregelen die al eerder zijn genomen”. Op basis hiervan, zo meende hij, moeten gemeentebesturen zich vooral verantwoorden in de gemeenteraad over hoe zij hiermee omgingen.  Ook De Federatie meende eerder al dat de steden en gemeenten best geplaatst zijn om aan de noden van kleinschalige, lokale organisaties te voldoen. Zij kunnen compensatie op maat bieden, terwijl dit voor de Vlaamse regering onhaalbaar is. Enkele van onze toenmalige aanbevelingen kwamen intussen terecht in de handreiking die de Vlaamse regering ter beschikking stelde van lokale besturen in het kader van lokale relance. Daaruit kwamen ook deze aanbevelingen van het Agentschap Binnenlands Bestuur m.b.t. lokale subsidies voort. 
Om ervoor te zorgen dat die extra middelen bij de meest getroffen lokale verenigingen terechtkomen, geven we hieronder opnieuw wat aandachtspunten mee. 
De Vlaamse regering zal aan lokale besturen de expliciete boodschap geven dat deze extra middelen bestemd zijn voor de sectoren cultuur, jeugd en sport, en niet bedoeld zijn voor maatregelen die al eerder zijn genomen.
Jan Jambon (Minister-President)

Besteed de middelen conform ons 8-puntenplan en met een blik op de toekomst

We merkten dat ons 8-puntenplan al wel wat gemeenten inspireerde om op een laagdrempelige manier hun lokale verenigingen te ondersteunen. We hopen dan ook dat ze deze welgekomen extra middelen conform dit plan zullen besteden en formuleren enkele bijkomende aandachtspunten:
  • Investeer deze middelen daadwerkelijk en rechtstreeks in het lokaal verenigingsleven. Ondanks het feit dat ze -volgens de Vlaamse overheid- ingeschreven moeten worden als 'andere algemene werkingssubsidie' pleiten we er sterk voor om dit geld niet zomaar aan de gemeentekas toe te voegen. 
  • Ga voor lokaal maatwerk als het over compensaties gaat. Verdeel deze middelen niet forfaitair over alle verenigingen op je grondgebied of volgens klassieke verdeelsleutels zoals ledenaantal, maar werk een soort eenvoudige 'Hinderpremie' uit. Richt je daarbij prioritair naar organisaties met minder dan 1 VTE in dienst (NB: de organisaties met meer dan 1 VTE konden beroep doen op Vlaamse steunmaatregelen). Bevraag op een eenvoudige, laagdrempelige manier wat de geleden schade is en verdeel de middelen op basis daarvan. Zo kunnen organisaties bijvoorbeeld aangeven dat ze een eetfestijn of een voorstelling planden en rekenden op een bepaald aantal inkomsten om uit de kosten te komen. Maak dit niet ingewikkelder dan nodig zodat dit voor zowel de betrokken ambtenaren als organisaties haalbaar blijft.
  • Koppel geen bijkomende voorwaarden aan deze steun. Vooreerst zal de mate van de steun per organisatie allicht niet zo gigantisch zijn dat ze bijkomende criteria rechtvaardigt. Het is in deze fase ook belangrijk dat verenigingen zich volop kunnen focussen op de kern van hun eigen werking. Dit komt ook het lokale weefsel als geheel ten goede.
  • Daarbij aansluitend: hou de dossier- en bewijslast laag en in proportie met de aangeboden steun.
  • Geef ook (nog) niet-erkende verenigingen binnen sport, jeugd en cultuur de kans om steunmiddelen aan te vragen.
  • Beschouw de middelen als een extra injectie in het verenigingsleven en neem er dus nieuwe initiatieven mee. Gebruik de middelen niet om eventuele al genomen steunmaatregelen voor het lokale verenigingsleven te financieren. 
  • In lijn daarmee is het aangewezen om een deel van het geld te investeren in lokale relance. Zo kan er gedacht worden aan een kortlopende lokale campagne om burgers aan te sporen om opnieuw volop deel te nemen aan het verenigingsleven. Structureler kan een klein deel van de middelen ook ingezet worden om een soort lokale corona-taskforce op te starten waarin via dialoog tussen bestuur, ambtenaren, organisaties en burgerinitiatieven naar de (nabije) toekomst kan gekeken worden. Zo maak je er meteen ook een investering in partnerschap van. 
Icoontjes Persbericht 0420200428Icoontjes Persbericht
We vertrouwen erop dat veel gemeentebesturen de vaste wil hebben om die middelen gericht in te zetten voor hun lokaal verenigingsleven. Niettemin zijn we tevreden dat de Vlaamse Regering expliciet de boodschap zal geven dat de extra middelen bestemd zijn voor de sectoren cultuur, jeugd en sport en niet bedoeld zijn voor al genomen maatregelen. Daarbij aansluitend hopen we dat gemeentebesturen bovenstaande aanbevelingen ter harte nemen.
Bart Verhaeghe Neem contact op met Bart