Onderzoek is eerste aanzet om vrijetijdsmonitor te herzien

In 2022 is het zover. Dan start de Vrijetijdsmonitor met een tweede bevragingsronde van lokale vrijetijdscoördinatoren. Deze dataset moet alle cultuur,- jeugd-, sport- en vrijetijdsambtenaren, of hun schepenen, in staat stellen om hun vrijetijdsbeleid te analyseren. Door corona liep de dataverzameling vertraging op. Het jaar uitstel werd gebruikt om de monitor te evalueren en bij te sturen, in de hoop nauwkeuriger, transparanter en gebruiksvriendelijker te zijn in de toekomst. Welke inzichten leverde dit onderzoek op?

Evaluatie van definities en indicatoren

Veel Vlamingen zijn bezige bijtjes, ook in de vrije tijd. Maar hoe zit dat nu precies? Wie organiseert wat? Hoeveel burgers participeren en wat mag dat kosten? De Vlaamse overheid vraagt dit na bij lokale besturen aan het begin, het midden en het einde van de gemeentelijke legislatuur. Op het online platform Vrijetijdsmonitorvlaanderen.be vind je alle verzamelde data over het lokale vrijetijdsbeleid. Dat het bij een eerste editie (bevragingsronde 2018) nog niet helemaal goed zat, besefte het Departement Cultuur, Jeugd en Media zelf ook. Daarom stelden ze een consultancybedrijf aan dat de gehanteerde definities en indicatoren onder de loep nam. In dit evaluatieonderzoek was onder meer aandacht voor de gevraagde inspanningen voor data-invoer versus de meerwaarde die steden en gemeenten uit de databank halen.
Darts

Inzichten leiden tot wilskracht

Vele interviews, surveys en workshops later ligt het eindrapport op tafel. Een kleine greep uit de vaststellingen:
  • Het aantal deelnemende steden en gemeenten (nu 75%) moet omhoog. Het Departement denkt na over meer sensibilisering.
  • Geïnterviewden vinden de lokale vrijetijdsmonitor relevanter dan de gemeentemonitor omdat die dieper graaft. Twijfel over de juistheid van gegevens door een zekere nonchalance bij het invoeren ervan, ondermijnt echter de opzet. Andere databronnen inbrengen kan een oplossing zijn.
  • Er is vraag om over gemeentegrenzen te kijken. Wie bereiken wij als gemeente niet, maar buurgemeenten mogelijks wel? Of wie trekken wij aan uit omliggende gemeenten?. Technisch en juridisch blijkt dit (voorlopig?) onhaalbaar.
  • Er klonk kritiek op niet-herkenbaar taalgebruik en verouderde denkbeelden over vrije tijd (te verkokerd). Het blijkt een uitdaging om ook het nieuwe en creatieve mee in kaart te brengen.
Opvallend. Respondenten vinden 75% van de bevraagde thema’s en bijbehorende indicatoren (erg) relevant. De rubrieken ‘Aanbod en participatie’ kunnen op meer interesse rekenen dan ‘tewerkstelling en financiële cijfers’. 11% van de bevraagden gebruikt de Vrijetijdsmonitor meermaals per jaar. Een derde van de respondenten voert wel gegevens in, maar gebruikt deze zelden tot nooit. Ondervraagden zijn gretig om ook trends in beeld te brengen en kennis te nemen van niet-participatie.
Het onderzoeksrapport bevat heel wat conclusies waar het Departement Cultuur, Jeugd, Media op korte termijn verder mee aan de slag wil.

Resultaten voor sector cultuur

De respondenten hebben het duidelijk moeilijk met de definities of indicatoren rond sociaal-cultureel werk en amateurkunsten. Zo is een indicator als het 'aantal lokale afdelingen in de gemeente' absoluut niet fijnmazig genoeg om deze sectoren te vatten. Niet helemaal verwonderlijk want ze zitten vaak op een kruispunt met andere thema’s zoals jeugd, welzijn of andere. Het zal zoeken blijven, temeer omdat SISCA 2.0 (= registratiesysteem voor decretaal erkende sociaal-culturele organisaties) niet langer ingezet kan worden als aanvullende bron. SISCA 2.0 zal (hoogstwaarschijnlijk) het aantal afdelingen en activiteiten op lokaal niveau niet meer registreren. Het niet in beeld hebben van sociaal-cultureel werk of amateurkunsten, als onmiskenbaar deel van het lokaal cultureel weefsel, doet onrecht aan de inzet van vele duizenden vrijwilligers en de kracht van deze sectoren. We pleiten er dus sterk voor om lokale besturen hierover een minimum te laten registreren (met minimale planlast) en daarnaast gebruik te maken van aanvullende kwalitatieve studies of onderzoeken. De Vlaamse overheid is zich hiervan alvast bewust en zal o.a. De Federatie verder betrekken in het proces. Helaas zal dit aspect tegen de rapportering van 2022 nog niet opgehelderd zijn.
Door lokale en Vlaamse cijfers over SCW en AK naast elkaar te leggen, komen we tot het interessantste beeld.
De Federatie
Problematisch is verder ook de definiëring van het begrip 'culturele activiteit' als ‘activiteiten die door lokale besturen aangemoedigd worden om in te voeren in de UiT-databank’. Gelukkig wordt deze problematiek bijgetreden door de bevraagde aanwezigen en gaf ook het Departement te kennen dat hier meer openheid aan de dag moet worden gelegd.

Op deze website vind je het eindrapport van het onderzoek naar de relevantie en evaluatie van de indicatoren van de lokale vrijetijdsmonitor. Je leest er ook meer over de doelen en werkwijze van de monitor.

Met de resultaten van het onderzoek gaat het Departement, Team lokale vrijetijdsmonitor, onmiddellijk aan de slag. Zo wordt de indicatorenlijst bijgewerkt, in samenspraak met lokale vrijetijdsambtenaren. Het rapport zal ook ingezet worden ter ondersteuning van degenen die de tweede bevraging in maart 2022 zullen invullen.
Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke