header handjes

Zoveel glad ijs! KMI kondigt code rood aan voor Vlaams parlement

Dossier: Decreet Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk

De voorbije weken stond het sociaal-cultureel volwassenenwerk opvallend centraal in het Vlaams Parlement. Na een lange periode van wachten op de subsidiebeslissing mondde de discussie uit in een breed debat over de rol en de vrijheid van het middenveld. Tussen scherpe uitspraken, politiek bochtenwerk en begrijpelijke ongerustheid in het veld werd één iets opnieuw duidelijk: sociaal-cultureel werk kan haar -door zowat iedereen geroemde-  rol alleen ten volle waarmaken wanneer er vertrouwen is, ruimte voor dialoog en heldere afspraken over wie wat doet.

Het debat raakte verschillende gevoelige snaren. Eerst was er het decreet, door minister Gennez (Vooruit) zelf een “rommeldecreet” genoemd, terwijl Jos D’Haese (PVDA) waarschuwde: “De regering schendt haar eigen wet.” Dan de democratie, waar Gwendolyn Rutten (Open VLD) scherp stelde: “Een samenleving waar je alleen geld krijgt als je de regering naar de mond praat, is een democratie onwaardig.” Ook de beoordelingscommissies kwamen onder vuur: Gijs Degrande (N-VA) vond dat ze “meer weg hadden van ploegleiders dan van onafhankelijke koersdirecteurs.” Over besparingen zei minister Weyts (N-VA): “Je kunt niet beide willen: de rekeningen op orde zetten én iedereen gelijk geven.” Ondertussen klonk verontwaardiging over de zes organisaties die geviseerd zijn: “Dit is intimidatie van het volledige middenveld,” aldus D’Haese. En tenslotte het compromis, dat volgens minister Gennez “een noodzakelijke deal” was, maar door Bram Jaques (Groen) werd afgedaan als “een politieke afrekening”.Wat werd er gezegd over…

Het decreet: ruggengraat of struikelblok?

Het decreet dat de regels voor sociaal-cultureel volwassenenwerk vastlegt, werd door bijna iedereen in het halfrond bekritiseerd. Minister Gennez noemde het zonder omwegen “een extreem ingewikkeld rommeldecreet”. Ze schetste het probleem: “Naast de toekenning van de subsidies is de Vlaamse Regering inderdaad ook tot de beslissing gekomen dat het een ingewikkeld decreet is. Het is een decreet dat voor lange procedures en veel planlast zorgt, en het middenveld op die manier eigenlijk een beetje verlamt. Daarom gaan we het decreet aanpassen. De procedure nu is ontzettend lang en complex, en ook het beoordelingssysteem moet worden vereenvoudigd. We willen minder planlast voor middenveldorganisaties.Cd&v sloot zich daarbij aan. Gilles Bultinck benadrukte dat het systeem vrijwilligers niet mag verstikken: “De uitgangspunten van de toekomstige herziening van dat decreet zijn voor ons dan ook heel helder: de planlast naar beneden halen voor vrijwilligers en verenigingen. Vrijwilligers moeten zich kunnen bezighouden met dat vrijwilligerswerk en niet met papierwerk. Ze moeten zich kunnen richten op hun kerntaak: bijdragen aan die warme Vlaamse samenleving.Gijs Degrande (N-VA) vond dat het decreet nooit goed in elkaar zat: “Het huidige decreet was aan de start al een fiets met een stevige slag in het wiel, door onvermijdelijke compromissen binnen de vorige meerderheid, maar ook door een arrest van het Grondwettelijk Hof. De beoordelingsronde die volgde, was een geaccidenteerde rit: te vage criteria, onduidelijke afwegingen, vreemde onderbouwingen over waarom gelijkaardige dossiers anders beoordeeld werden. (...) de conclusie is wat ons betreft zeer duidelijk: dit decreet moet op zijn minst herzien worden.” Voor Maurits Vande Reyde (Durf) ging dit niet ver genoeg: “Laten we als parlement beslissen waar het geld aan wordt besteed en ga dat niet in handen leggen van politieke vriendjes en expertencommissies.

Het decreet, ooit bedoeld als ruggengraat van het systeem, werd in dit debat vooral gebruikt als een excuus van een regering die weken interne strijd nodig had om tot een beslissing te komen

Laat het duidelijk zijn: ook volgens ons kan aan dit decreet gesleuteld worden om de planlast te verminderen. Maar één ding moet glashelder blijven bij een herziening: het centraal stellen van het civiel perspectief en het garanderen van ruimte voor zoveel mogelijk, dus ook kritische, stemmen.
Vlaams parlement rood

De rode lijn van Gennez = de rode vlag van de oppositie

Net dat laatste kwam scherp in het gedrang toen de Vlaamse regering besloot zes organisaties hun subsidies volledig af te nemen of te herleiden tot het minimum, omdat ze zich volgens de regering niet ondubbelzinnig distantieerden van geweld of acties van Code Rood zouden ondersteunen. Het leidde tot felle reacties in het parlement. Jos D’Haese (PVDA) reageerde scherp: “Je moet je mond houden of je bent je subsidies kwijt. Dat is de boodschap van deze Vlaamse Regering aan iedereen die op een kritische manier van zich laat horen, door compleet onwettig een aantal kritische organisaties hun middelen af te pakken. (...) Dit is geen aanval op zes organisaties, dit is intimidatie van het volledige middenveld.” Bram Jaques (Groen) voegde daaraan toe: “Vanaf vandaag weet elke organisatie: je kunt alle criteria halen en uitstekende scores krijgen, maar als de regering je niet leuk vindt, dan zwaait er wat. Dat is geen goed bestuur, dat is politieke willekeur. (...) Zes organisaties moeten het ontgelden en krijgen de hakbijl (...) Motivering is er niet. Tegenspraak? Nul. Gaat het om een link op een website, een logo, een agenda-item? Niemand die het weet.Minister Gennez verdedigde de maatregel: In budgettair moeilijke tijden is het helder: “wij kiezen voor het middenveld en we trekken ook een rode lijn bij het propageren of het zich niet distantiëren van geweld. En ik vind dat een terechte rode lijn.”  Kris Verduyckt  (vooruit) nuanceerde de kritiek van de oppositie: “als u echt heel eerlijk zou zijn, dan zou u ook eens kijken naar de tien nieuwe organisaties die straks ook subsidies zullen krijgen, het Hannah Arendt Instituut, Cultureghem, Palestina Solidariteit. Zijn dat kritiekloze organisaties?Gwendolyn Rutten (Open VLD) benadrukte hierbij het principe van rechtszekerheid: “De wet is de wet. Als je regels maakt, pas ze dan ook toe. Niets is zo erg als en cours de route de spelregels veranderen.” Dat die rechtszekerheid ver te zoeken is, bewees de minstens 8 keer herhaalde vraag om concrete bewijzen. Jos D’Haese, Bram Jaques, Nadia Naji en anderen bleven herhalen: “Geef één concreet bewijs”, “Welke feiten?”, “Waar is de wettelijke basis?”. Het antwoord bleef tijdens dit bijna 2 uur durende debat uit. Voor Bram Jaques (Groen) was de beslissing van de regering een gevaarlijk precedent: “De afbraak van een democratie begint zelden met een grote klap. Ze begint met kleine stappen, met ingrepen waarvan men zegt dat ze een compromis zijn. Dit is zo’n stap.” Zijn woorden vonden weerklank bij Gwendolyn Rutten (Open Vld), die het scherp stelde: “Een samenleving waar je alleen geld krijgt als je de regering naar de mond praat, is een democratie onwaardig. Vrijheid van meningsuiting betekent dat je ook moet kunnen verdragen dat iemand een andere mening heeft dan jezelf.” Ook Fourat Ben Chikha (Groen) trok aan de alarmbel: “Waar zou de vrouwenbeweging vandaag staan als ze in het verleden niet kritisch was geweest? Waar zou de lgbtq-beweging staan als ze niet kritisch was geweest?” 

Beoordelingscommissies voor de bus gegooid: politiek negeert onafhankelijkheid

Ook de beoordelingscommissies kwamen, ook bij monde van Filip Brusselmans (Vlaams Belang), zwaar onder vuur. Ze waren ooit bedoeld als onafhankelijke buffer tussen politiek en praktijk, maar volgens Gijs Degrande (N-VA) faalden ze in hun opdracht: “De beoordelingscommissies moesten de koersdirecteurs zijn: onafhankelijk, deskundig en onpartijdig. Maar in de plaats daarvan hadden de commissies meer weg van ploegleiders. Het is ons dan ook duidelijk dat de beoordelingscommissies in hun opdracht hebben gefaald.” Zover als minister-president Diependaele, die in VTM Nieuws suggereerde dat er een “ideologische agenda speelde bij enkele van de beoordelingscommissies” ging hij niet. Maar hij wees wel op vage criteria en onduidelijke afwegingen die het voor de regering moeilijk maakten om beslissingen te motiveren. Groen reageerde fel op die insinuaties: “De experts werden door de vorige regering zelf aangesteld. Het resultaat staat jullie echter niet aan en dus doen jullie gewoon jullie goesting. sneerde Bram Jaques. Mieke Schauvliege (Groen) vatte het als volgt samen: “Jullie kieperen het decreet in de vuilbak, jullie kieperen al het werk van de administratie in de vuilbak, jullie kieperen al het werk van die onafhankelijke commissies in de vuilbak en jullie voeren een koehandel over wie welk budget krijgt en welk vriendje het meest krijgt.”

Ideologie verpakt als besparing?

Minister Weyts  verdedigde de besparingslogica. Hij zegt dat de beslissing geen fijne, maar wel een te verdedigen besparing is, omdat de rekeningen op orde moeten. Subsidies zijn volgens hem een gunst en organisaties die aanschurken bij gewelddadige verenigingen krijgen voortaan nul euro”. Minister Gennez benadrukte wat wél overeind bleef: “Bijna 80 miljoen euro steun voor het maatschappelijk middenveld, ik vind dat gezond in een democratie. Dat is steun aan een grote diversiteit van organisaties, 122 meer bepaald, van allerlei pluimage, in grote diversiteit, met verschillende opdrachten, met verschillende ambities, maar wel met één belangrijke gemeenschappelijke sokkel en dat is inderdaad onze democratie, ons middenveld versterken en laten leven.”Minister Crevits trad haar collega bij: “De 78,5 miljoen euro die we met de Vlaamse Regering investeren in sociaal-cultureel volwassenenwerk is een enorme meerwaarde voor onze samenleving. (...) ik vind dat ze een standbeeld verdienen en hier niet moeten worden afgedaan als onnodig. (...) We zijn het ter rechter- en ter linkerzijde oneens over een aantal keuzes die de regering heeft gemaakt. Of die terecht waren of niet, zal later wellicht blijken. (...) Het debat is eigenlijk bijna gekaapt geweest door een discussie over een paar verenigingen. Maar al die anderen – ik denk dat het er 122 zijn – krijgen de komende vijf jaar wel subsidies. Ze krijgen een stabiele basis om, kritisch of niet kritisch, dat sociocultureel middenveld in Vlaanderen sterk te houden.”Maar de oppositie zag vooral willekeur. Gwendolyn Rutten (Open Vld) prikte door de cijfers heen: “Dit gaat niet over besparen. Op een begroting van 66 miljard euro is 3,5 miljoen een druppel. Dit gaat over ideologie.” 

Ideologische debatten op het scherp van de snee, daar bestaat een parlement voor. Mooi zo. Maar als deze debatten worden vermengd met halve en hele onwaarheden en uitvergrote clichés, kunnen we daar alleen maar diep teleurgesteld over zijn. Voor de sector, zijn vrijwilligers, zijn deelnemers, zijn personeelsleden. Bovendien zullen vriend en vijand van deze beslissing het wel eens zijn dat er op zijn minst ‘losjes’ is omgesprongen met de eigen regels. Dit schaadt in de eerste plaats het politieke bedrijf, maar ook het vertrouwen van de vele geëngageerde sociaal-cultureel werkers. Hoog tijd om dit vertrouwen te herstellen.

Bart Verhaeghe Neem contact op met Bart