Groeiende lijst aan verenigingsverplichtingen wordt een knellend harnas

Sociaal-culturele en amateurkunstenorganisaties worden hoe langer hoe meer overspoeld met regelgeving allerhande, of die nu van Europees, federaal of Vlaams niveau afkomstig is. Wat het extra moeilijk maakt is dat de verschillende beleidsniveaus vaak niet met elkaar communiceren. Dit gebrek aan overleg en overeenstemming zorgt voor verwarring bij organisaties. Bij heel wat vrijwilligers leidt deze toegenomen reguleringsgolf tot onbegrip en een rem op hun enthousiasme en engagement.

Beleidsmakers zijn er blijkbaar van overtuigd dat sociaal-culturele organisaties en amateurkunstenorganisaties zich meer moeten gedragen als ondernemers en dat ze beter moeten aansluiten bij Europese omschrijvingen. Opletten geblazen, want zo morrel je aan de identiteit en vormgeving van ons verenigingsleven.

Waar hebben we het over?

De voorbije beleidsperiode was ‘aanvullende financiering’ een hot item. ‘Cultureel ondernemerschap’ is de opdracht. Wat daarbij vlot over het hoofd gezien wordt is dat sociaal-culturele organisaties en amateurkunsten hier al zeer bedreven in zijn: gemiddeld 50% van hun inkomsten komt niet van de overheid.

Door de recente federale hervormingen van het vennootschaps- en verenigingsrecht, het ondernemingsrecht, enz. zijn vzw’s plots ondernemingen geworden en kunnen ze onbeperkt economische activiteiten ontplooien in functie van hun belangeloos doel. Althans voor Justitie, want Financiën houdt het bij ‘bijkomstige en occasionele commerciële activiteiten’. Organisaties die regelmatige commerciële activiteiten plannen krijgen mogelijk een ticket voor de vennootschapsbelasting. En eens in dat bootje wordt werken met vrijwilligers een moeilijke zaak en werken met belastingvrije giften van donateurs onmogelijk.

Zullen deze vzw’s, die ondertussen ondernemingen zijn, wanneer ze onder de vennootschapsbelasting vallen ook kunnen genieten van de overheidssteun waar bedrijven kunnen van genieten? Denk maar aan de KMO-portefeuille, tewerkstellingsmaatregelen en de investeringssteun voor ondernemingen.

De vraag zal ook zijn of inkomsten uit commerciële activiteiten nog te rijmen vallen met de Europese staatssteunregeling. De subsidiëring via het decreet op sociaal-cultureel volwassenenwerk is gedekt door de Algemene Groepsvrijstelling Verordening (AGVV) maar daar zijn voorwaarden aan verbonden die te maken hebben met het al dan niet commerciële karakter van organisaties.

Wat belastingvrije giften aan organisaties betreft blijven zich een aantal problemen stellen. Sociaal-culturele organisaties die een erkenning aanvragen om fiscale attesten uit te reiken aan donateurs moeten aantonen dat ze wel degelijk onder de noemer ‘cultuur’ vallen. De minister van Financiën die hiervoor advies moet vragen aan de minister van Cultuur, kan dit advies blijkbaar probleemloos naast zich neerleggen en eigenhandig beslissen dat een erkende sociaal-culturele organisatie toch niet onder Cultuur valt. Met als gevolg dat de erkenning voor belastingvrije giften geweigerd wordt. Nochtans is Cultuur een gemeenschapsbevoegdheid.

Het tweede probleem dat zich aankondigt heeft te maken met het feit dat de erkenning om fiscale attesten uit te reiken samenloopt met de beleidsperiode als erkende sociaal-culturele organisatie (5 jaar). Een nieuwe erkenningsaanvraag moet bij Financiën ongeveer 2 jaar vooraf ingediend worden. Op dat moment hebben organisaties echter nog geen officiële beslissing vanwege Cultuur voor de volgende beleidsperiode, waardoor ze nog niet kunnen bewijzen dat ze gesubsidieerd zullen worden. Hierdoor riskeren organisaties dat de nieuwe erkenning door Financiën geweigerd wordt.

De voorbije beleidsperiode blinkt ook uit in de toenemende aandacht voor veiligheid. Handels- en financiële transacties aan meer controles onderwerpen, heeft ook gevolgen voor organisaties. De jongste telg hier is UBO. Vzw’s moeten hun uiteindelijk begunstigden ingeven in het UBO-register. En giften van of naar het buitenland, boven € 3000, moeten in het Giftenregister komen. Lokale groepen worden door hun bank aangemaand om de identificatiegegevens van hun bestuurders door te geven. En Facta waakt over financiële transacties met de VS. Het doortrekken van deze wellicht goedbedoelde veiligheidsmaatregelen naar de kleinste haarden van gemeenschapsleven heeft veel weg van met een kanon op een mug schieten. Of op de talrijke vrijwilligers die door het bos de bomen niet meer zien.

En dan hebben we het nog niet gehad over de nieuwe Europese verordening inzake gegevensbescherming, de fameuze GDPR. We zijn niet gekant tegen het beschermen van de privacy van gebruikers maar wel tegen het opleggen van de verplichtingen gecreëerd op maat van multinationals.

Ook de auteursrechten-wetgeving is vooral geënt op de grote spelers. Ondertussen worden vooral kleine organisaties bestookt door incassobureaus die auteursrechten willen innen voor het digitaal gebruik van foto’s die van het internet werden geplukt. Dat fotografen auteursrechten hebben is terecht.  Echter, incassobureaus die vooral kleine, plaatselijke groepen en afdelingen benaderen, en het driedubbele vragen van wat de fotograaf uiteindelijk verwerft, begeven zich op de grens van de illegaliteit.

En zo kunnen we nog even doorgaan want ook de wet op de overheidsopdrachten, de reiswetgeving, de vrijwilligerswet, het verenigingswerk, enz. zijn van toepassing op sociaal-culturele organisaties. 

Werkpunten voor wie in de toekomst beleid maakt

Voor toekomstige beleidsmakers hebben we alvast een todo-lijstje, een rits aandachts- en werkpunten om actief op te nemen:

  • Stop de regeldrift en beperk de administratieve last voor organisaties.
  • Corrigeer de anomalieën die in de huidige regelgevingen zitten.
  • Overleg met verschillende beleidsniveaus en beleidsdomeinen.
  • Hou er rekening mee dat regelgeving vaak OOK van toepassing is op sociaal-culturele en amateurkunstenorganisaties en dat er dus in de wet rekening moet gehouden worden met de schaalgrootte van die organisaties. Het maatpak van de multinational past niet voor organisaties in het middenveld!
  • Besef dat alhoewel vzw’s juridisch ‘ondernemingen’ zijn, het in de realiteit OOK om kleine groepen van vrijwilligers gaat.
  • Overleg met de sector, zij zijn de ervaringsdeskundigen bij uitstek.

Kortom, hou het leefbaar voor organisaties uit de sociaal-culturele sector en amateurkunsten. Samen met het engagement van duizenden vrijwilligers geven ze vorm aan een leefbare en levendige omgeving.  

Kristien Vermeersch Neem contact op met Kristien