De Federatie evalueert: de bovenbouw

De laatste twee jaar van de legislatuur stonden ook in het teken van een herziening van de bovenbouw voor cultuur. Naar eigen zeggen, niet het meest enthousiasmerende dossier voor cultuurminister Gatz. Maar toch zette hij er zijn tanden in. We blikken even terug.  

Het zomerde in 2017

Het was juli 2017 toen Vlaams cultuurminister Sven Gatz in het Vlaams parlement een aantal denksporen aangaf voor de hervorming van het landschap met steunpunten, sectorfederaties en andere ondersteunende organisaties in het brede culturele veld. Kort daarna zond hij twee externe begeleiders uit, die in het najaar een rapport neerlegden. Intussen lanceerde ook de N-VA-fractie een eigen conceptnota over dit thema.  

Een hervorming van de bovenbouw moet op de eerste plaats een antwoord bieden op verwachtingen en behoeften van de veldorganisaties. Daarom vonden we het als sectorfederatie belangrijk om de mening van onze leden rechtstreeks in te brengen. We stuurden hen in hetzelfde najaar een bevraging door die zij massaal (en anoniem) invulden: 94 organisaties (of 75 procent van de sector) vulde alles in.

De mening van de sector

Hieruit bleek dat 88 procent van de leden tevreden was over de rolverdeling tussen Socius, De Federatie en de administratie. Ook de werking zelf van deze drie actoren werd doorgaans positief bejegend. De administratie scoorde -toen nog in de “oude” constellatie van voor de hervormingen- een tevredenheid van 90,21 procent, Socius van 75,54 procent en De Federatie van 98,94 procent.

Minister Gatz opperde het idee om te komen tot één algemeen steunpunt voor heel het sociaal-culturele domein: amateurkunsten, bibliotheken, cultuurcentra, sociaal-cultureel volwassenenwerk, bovenlokale organisaties,… Uit de bevraging bleek dat hier bij de leden maar een heel beperkt draagvlak voor was.

Een steunpunt, zo meenden de organisaties ook, moet op een evenwichtige manier de noden van de sector en het beleid kunnen beantwoorden: De grootste groep leden denkt dat dit kan door ervoor te zorgen dat de sector en de administratie als gelijke partners mee kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden.

 Alhoewel de minister in de praktijk rekening wilde houden met de historiciteit van de subsidiëring van sectorfederaties en andere belangenbehartigers, vertrok hij wel van het principiële uitgangspunt dat zij best integraal door de sector zelf worden gefinancierd. We vroegen de mening van de leden hierover. Ook hier was de uitslag duidelijk.

  • 76,6 procent van de leden vond dit niet verstandig omdat ook de overheid een goede gesprekspartner nodig heeft en hier dus best mee in investeert.
  • 54,26 procent meende dat dit uitgangspunt ver af staat van de realiteit waarin honderden sectorfederaties in profitsectoren ook door de overheid worden gefinancierd (structureel, projectmatig, via fiscale aftrek,…)
  • 6,38 procent van de leden dacht dat de minister gelijk had en dat de sector dit zelf moet en kan betalen
  • 5,32 procent was van mening dat enkel door niet gesubsidieerd te worden, een sectorfederatie zich onafhankelijk kan opstellen.

Verzameld in een decreet

Een half jaar later lanceerde de minister Gatz een decreet waarin hij de lijnen voor de hervorming van de bovenbouw concreet uitzette. In het voorjaar van 2019 keurde het Vlaams parlement dit decreet goed. De cultuursector zou er een nieuw steunpunt bij krijgen: eentje voor het bovenlokale cultuurwerk. Voor de financiering hiervan zou hij onder andere een beroep op de middelen van het Forum voor Amateurkunsten, VVBAD en VVC.  

Ook de kerntaken van de steunpunten werden geactualiseerd. Elk van de sectorsteunpunten moet voortaan verder inzetten op praktijkondersteuning, praktijkontwikkeling, beeldvorming & promotie en platform: deze kerntaken lijken min of meer vergelijkbaar met wat voor Socius ook al in het vroegere decreet gold. In welke mate de afstemming van deze kerntaken invloed zal hebben op de concrete werking van ons sectorsteunpunt, zal moeten blijken. Met betrekking tot praktijkontwikkeling meent de overheid ook dat de drie sectorsteunpunten een gecoördineerd afsprakenkader rond onderzoek moeten afsluiten met de administratie. Dit moet zorgen voor meer stroomlijning bij het opstellen van de onderzoekagenda, het uitbesteden van opdrachten,... Belangrijk is ook de vraag of het voor organisaties helder zal zijn waar ze waarvoor terecht kunnen. Want naast de sectorsteunpunten zijn er nog expertisecentra en steunpunten die voor heel het cultuurveld rond bepaalde thema's werken, zoals bijvoorbeeld duurzaamheid (Pulse), digitalisering (Cultuurconnect),... De bedoeling is, zo zegt het decreet, dat hier samenspraak over is tussen de diverse steunpunten.

Voortaan worden de subsidie-aanvragen van de sectorsteunpunten ook voorgelegd aan een beoordelingscommissie, die uit externe deskundigen bestaat. Deze gaat bijvoorbeeld de kwaliteit van de expertise na, de manier waarop ondersteuning wordt geboden en de mate waarin de werking inspeelt op de noden van het sociaal-cultureel werk. Voor dit laatste zal het steunpunt ook een sectorbrede, onafhankelijke, bevraging moeten (laten) uitvoeren.

Bovenbouw

Nood aan collectief ambassadeurschap

De opstart van het nieuwe steunpunt bovenlokale cultuur betekende het einde van de subsidiëring van Forum voor Amateurkunsten, VVBAD en VVC.

 De Federatie gaf aan tevreden te zijn met de opstart van het bovenlokale steunpunt (dat ook de ondersteuningsrol voor amateurkunsten verder zou zetten) en met het (vrijwel) bevestigen van de rol en mogelijkheden van de bovenbouw binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Deze opties sloten sterk aan bij de bevraging we bij de leden organiseerden en kreeg een kamerbrede bevestiging in het parlement. 

Tegelijk dachten en denken we dat de hervorming (vooral naar en binnen een aantal collega-sectoren) onvoldoende de noodzaak aan sterke (autonome) ondersteuning en een duidelijke, beleidsrelevante sectorstem erkende. Zo verdient de erfgoedsector volgens ons een expliciete en structurele ondersteuning van OCE, het Overleg Cultureel Erfgoed. Ook De SARC drukte zijn zorgen hierover uit: "Het is belangrijk dat een cultuuroverheid principieel inzet op de erkenning en ondersteuning van sectorfederaties omdat de cultuursector hoe dan ook nood heeft aan een collectief ambassadeurschap ten aanzien van het eigen beleid naar andere beleidsdomeinen en overheden toe"

Een welkomstfeest voor de amateurkunstensector

De amateurkunstensector bleef al vanaf het eerst signaal over de hertekening van de bovenbouw niet bij de pakken zitten. Resultaat: een deel van de opdrachten werd overgedragen aan het nieuwe steunpunt bovenlokaal cultuurwerk. Op dit moment tekent deze kersverse organisatie de lijnen voor de toekomst uit. Samen met de negen amateurkunstenorganisaties zijn wij hierover met hen in gesprek. We rekenen erop dat de eerdere afspraken verzilverd worden: een expliciete en specifieke aandacht voor de amateurkunsten, een rechtstreekse betrokkenheid bij de werking van het steunpunt en een verankering van de amateurkunstencompetenties in de bestuursorganen ervan.

De amateurkunstenorganisaties vroegen ook aan De Federatie om voortaan mee hun overleg te organiseren en spreekbuis voor het beleid te willen zijn.  Onze Algemene Vergadering keurde op 26 oktober 2018 unaniem deze statutenwijziging goed. En maakte er meteen feestje van.

En voor De Federatie zelf eindigde de legislatuur ook met een aanpassing van het “eigen” decreet. Het Vlaams parlement bevestigde in maart 2019 de subsidie-enveloppe, die ook rekening hield met de overdracht van de belangenbehartigingsrol voor de amateurkunstenorganisaties.