De Federatie evalueert: Sven Gatz, betrokken minister met korte armen

In een artikeltje de ganse voorbije legislatuur overlopen voor amateurkunsten en sociaal-cultureel volwassenenwerk is onbegonnen werk. Maar geen nood, nog de hele week blikken we terug én vooruit . In deze bijdrage herinneren we je aan enkele markante gebeurtenissen en initiatieven.

Een raket met goesting en ambitie

Kersvers cultuurminister Sven Gatz  had zijn kantoor nog niet eens ingericht, of wij stonden er al om hem onze raket te overhandigen: samen met 120 tips voor een veerkrachtig sociaal-cultureel beleid, verbeeldde de raket ook de specifieke accenten die we hem graag zagen leggen. Het was 2014, het jaar van de grote besparingen, de afschaffing van het lokaal cultuurbeleid en het geplande schrappen van de cultuurrol van de provincies. De minister gaf in die context zijn maidenspeech op Wascabi, met een empathisch rechte rug.

Cultuur met korte armen

Toen bij de regeringsonderhandelingen cultuur aan bod kwam, namen de protagonisten de tijd om hun rekeningmachines op te laden in afwachting van de volgende thema’s. Want voor cultuur, neen, daar was geen ruimte voor in een regering die eerst wilde snoeien om dan te laten bloeien. Het tekende de eerste twee jaren van deze legislatuur. Net in die jaren moesten de vijfjaarlijkse budgetten voor sociaal-cultureel volwassenenwerk en amateurkunsten worden vastgelegd. Resultaat: het werd in beide gevallen een verplichte oefening in solidariteit binnen de sector. De reeds erkende sociaal-culturele organisaties financierden mee de instroom en ook binnen de amateurkunstensector moest vooral een interne herstructurering zorgen voor wat meer ademruimte bij een aantal organisaties.

Ambitie in actieplannen

Veerkracht, de bundel met 120 tips die De Federatie in 2014 aan de partijen overmaakte, vroeg ook naar daadkracht op een aantal specifieke “werven”: geef meer ruimte aan vrijwilligerswerk, bouw de regulitis af, koester de kritische rol van het middenveld, leg bruggen met andere sectoren,… Op deze terreinen toonde de minister zich ambitieus: actieplannen en conceptnota’s rolden van de persen. Over een gecoördineerd vrijwilligersbeleid, innovatieve partnerprojecten, cultuur & onderwijs, digitalisering en noem maar op. Of deze initiatieven ook kantelmomenten waren, zal pas later blijken, maar sommige ervan haakten wel in op een agenda van en voor het sociaal-cultureel werk.  Ook over de “vrijplaats” van sociaal-cultureel werk ervoeren we een minister die - tot en met in het parlement - zijn rug rechtte wanneer het civiel perspectief in vraag werd gesteld. 

Een nieuw decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk

Eventjes snel een nieuw decreet lanceren, zo dacht het kabinet. Het werd een calvarietocht van enkele jaren: vaak en lang nadenken, concepten lanceren, consulteren en overleggen. Zo kwam uiteindelijk, in 2017, het nieuwe decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk tot stand. Waar de minister in het begin afstand hield van De Federatie, ondervond hij na verloop van tijd wel de meerwaarde van de gesprekken. Want over de uitgangspunten lag er heel wat “common ground” met de sector. De vertaling ervan in allerlei procedures had meer voeten in de aarde. En er zal nog wat meer moeten worden geploegd, zo bleek uit de eerste toepassing van het decreet (de visitaties sociaal-cultureel werk).

Gerichte incentives

Geconfronteerd met te beperkte budgetten om een reëel sociaal-cultureel beleid te kunnen voeren, koos Sven Gatz ervoor om gerichte bijsturingen te doen: zo kreeg de bijkomende financiering van de etnisch-culturele federaties in 2015 veel bijval. Dit is zowat de enige bijkomende structurele financieringslijn geweest voor onze organisaties. De overige incentives waren of projectmatig (laborol), nog wat halfslachtig (talentontwikkeling amateurkunsten) of heel gericht op het creëren of versterken van bijkomende overheidsstructuren, zoals het Cultuurloket en het Expertisecentrum Vrijwilligerswerk.

Cultuur

Het blijft opvallend dat de ruimte voor sociaal-cultureel werk en amateurkunsten, nog steeds “bevochten” moet worden binnen een cultuurbeleid. Op zowat elke “transversale” projectregeling moesten we tussenbeide komen om het cultuurbegrip ruim genoeg in te vullen: telkens opnieuw bleek de aanvankelijke scope zich vooral te richten op de professionele kunstensector. Gelukkig was de minister was zelf ook gevoelig voor deze bijsturingen en werden aanpassingen doorgevoerd. Hoewel Sven Gatz een fan is van laagdrempelig, innovatief initiatief, ontstond geregeld ook regelgeving die in de praktijk de drempels net hoger legden. Denk maar aan de projectenregeling in het bovenlokaal decreet die erg ingewikkeld is voor, bijvoorbeeld, ambitieuze amateurkunstenaars.     

Kortom

We kregen een cultuurminister die het sociaal-culturele ademt. En enkele parlementsleden die geregeld in gesprek en debat gingen met de minister over amateurkunsten en sociaal-cultureel werk. Maar de marges waarbinnen men kon, wilde en moest opereren stonden een ambitieus beleid voor sociaal-cultureel werk en amateurkunsten te vaak in de weg. De trappelende burgerinitiatieven van vandaag en morgen kijken uit naar een stevig vervolg.