Steunpunten cultuur in een nieuw jasje

De cultuursector krijgt er een nieuw steunpunt bij: eentje voor het (boven)lokale cultuurwerk. Voor de financiering hiervan doet Vlaams cultuurminister Gatz onder andere een beroep op de middelen van het Forum voor Amateurkunsten, VVBAD en VVC. Dit lezen we in het verzameldecreet, waarover de SARC weldra een advies zal uitspreken. Dit decreet organiseert de aanpassing van heel wat andere decreten, maar vooral de ingrepen in de zgn bovenbouw van Cultuur vallen op. We overlopen de voornaamste veranderingen. 

Vijver Planten

Kerntaken steunpunten geactualiseerd

Natuurlijk heeft elke sector zijn eigenheid, zo lezen we in de nota's bij het decreet, maar het is toch belangrijk dat de kerntaken van de drie sectorsteunpunten zo maximaal mogelijk op elkaar worden afgestemd. Elk van deze steunpunten moet voortaan verder inzetten op praktijkondersteuning, praktijkontwikkeling, beeldvorming & promotie en platform: deze kerntaken lijken min of meer vergelijkbaar met wat voor Socius ook al in het vroegere decreet gold.  In welke mate de afstemming van deze kerntaken invloed zal hebben op de concrete werking van ons sectorsteunpunt, zal moeten blijken. Met betrekking tot praktijkontwikkeling meent de overheid ook dat de drie 
sectorsteunpunten een gecoördineerd afsprakenkader rond onderzoek moeten afsluiten met de administratie. Dit moet zorgen voor meer stroomlijning bij het opstellen van de onderzoeksagenda, het uitbesteden van opdrachten,...  Belangrijk is ook de vraag of het voor organisaties helder zal zijn waar ze waarvoor terecht kunnen. Want naast de sectorsteunpunten zijn er nog expertisecentra en steunpunten die voor heel het cultuurveld rond bepaalde thema's werken, zoals bijvoorbeeld duurzaamheid (Pulse), digitalisering (Cultuurconnect),... De bedoeling is, zo zegt het decreet, dat hier samenspraak over is tussen de diverse steunpunten.

Steunpunten worden beoordeeld

Voortaan worden de subsidie-aanvragen van de sectorsteunpunten ook voorgelegd aan een beoordelingscommissie, die uit externe deskundigen bestaat. Deze gaat bijvoorbeeld de kwaliteit van de expertise na, de manier waarop ondersteuning wordt geboden en de mate waarin de werking inspeelt op de noden van het sociaal-cultureel werk. Voor dit laatste zal het steunpunt ook een sectorbrede, onafhankelijke, bevraging moeten (laten) uitvoeren.  Of en hoe de resultaten van deze bevraging ook voorwerp zullen (moeten) uitmaken van gesprekken met de sector en zijn federatie, is vooralsnog niet duidelijk. Het lijkt ons alleszins belangrijk dat niet enkel de beoordelingscommissie hier zijn afwegingen door laat illustreren.  De Vlaamse regering beslist over de subsidie-enveloppe en legt de beheersovereenkomst vast. Deze wordt publiek gemaakt.  Voor de samenstelling van de Raad van Bestuur krijgen de steunpunten -zo lijkt het toch- veel vrijheid, zolang ze er maar voor zorgen dat personeel/bestuurders van culturele belangenbehartigers, betrokken ambtenaren of leden van de SARC er geen deel van uitmaken. Deze laatste uitsluiting is nieuw, want vandaag doen steunpunten voor hun bestuurssamenstelling geregeld een beroep op de brede knowhow van leden van deze adviesraad. 

Een nieuw steunpunt voor het (boven)lokale

Het stond al in het eerder goedgekeurde decreet rond het bovenlokaal cultuurbeleid: er komt een nieuw steunpunt voor de ondersteuning van de (boven)lokale cultuurwerking. Dit gaat, samen met de nieuwe lokale besturen, van start op 1 januari 2019. Dit betekent het einde van de  subsidiëring van Forum voor Amateurkunsten, VVBAD en VVC. De minister engageerde zich om een oplossing te zoeken voor de betrokken personeelsleden, al dan niet via een overgang naar het nieuwe steunpunt.     Tijdens een gedachtewisseling in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement -op 5 juli- werd uitgebreid aandacht aan dit laatste besteed. Een aantal fracties -vooral CD&V, sp.a en Groen stelden vragen bij de redenen en/of de timing van het afschaffen van de subsidies voor VVBAD en VVC en het nog steeds niet toekennen van middelen aan de belangenbehartiger van erfgoed (OCE). Tussen haken: destijds spraken de organisaties in het sociaal-cultureel volwassenenwerk met de overheid af dat zij een deeltje van hun subsidies zouden afstaan aan één gemeenschappelijke sectorfederatie. Deze regeling blijft behouden. 

Vermoeiend

"De discussie is vermoeiend", zo zuchtte Vlaams cultuurminister Gatz na afloop van de gedachtewisseling hierover in het Vlaams parlement, "we krijgen niet alles gelijkgeschakeld over de sectoren heen". Het werd inderdaad duidelijk dat het uittekenen van een aantal algemene lijnen soms  niet strookte met de realiteit, de historiciteit, de noden en het draagvlak in diverse, specifieke subsectoren. De Federatie gaf van bij de start van de discussies over dit dossier ook voortdurend mee dat draagvlak binnen de sectoren het uitgangspunt moet zijn van om het even welke hervorming van de zgn bovenbouw. 

Bevraging sector

De Federatie bespreekt in september dit ontwerpdecreet verder met de leden. Eerder gaven we al aan dat we tevreden waren met de opstart van het bovenlokale steunpunt, met het (vrijwel) bevestigen van de rol en mogelijkheden van de bovenbouw binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Deze opties sluiten sterk aan bij de bevraging die we hierover vorig jaar bij de leden organiseerden en kreeg een kamerbrede bevestiging in het parlement.  Tegelijk denken we dat de plannen die vandaag voorliggen (vooral naar en binnen een aantal collega-sectoren) onvoldoende de noodzaak aan sterke (autonome) ondersteuning en een duidelijke, beleidsrelevante sectorstem volop onderkennen. Dat is jammer voor de cultuursector. En vraagt zeker nog verder debat en onderbouwing.  De SARC levert weldra zijn advies af. Na een screening door de Raad van State belandt het ontwerpdecreet in het late najaar in het Vlaams Parlement. 

Live on stage

Wil je het de minister en de parlementairen zelf horen argumenteren: dan vind je hier de weg (vanaf 30:43). 

Wil je weten wat de mening van het sociaal-cultureel werk is? Klikken maar.