25 jaar in het vak: çavaria en Muziekmozaïek blikken terug
vrijdag 27 februari 2026
Yves Aerts Jacobs en Filip Verneert zijn allebei al ruim een kwarteeuw actief in het brede sociaal-culturele en amateurkunstenveld. Hun trajecten begonnen op heel verschillende plekken, maar vandaag delen ze een scherpe blik op wat er in al die jaren veranderd is, en wat er op het spel staat voor de toekomst.
Van start tot nu
Voor Yves begint alles in 1994, als vrijwilliger bij een holebi-jongerenorganisatie. Die jongerenwerking was toen lid van çavaria, de organisatie waar hij vandaag aan het roer staat. Via dat engagement rolt hij ook binnen in het Antwerpse Regenbooghuis, toen een provinciale koepel. “Van het één kwam het ander, en voor ik het goed besefte, zat ik in het bestuur van çavaria”, blikt hij terug.
Rond 2006 is er sprake van groeiend wantrouwen tussen bestuur en personeel. Yves is op dat moment een minder actieve bestuurder en wordt gezien als een neutrale figuur, iemand die het vertrouwen misschien kan herstellen. Hij krijgt de vraag om tijdelijk in te stappen en uit te zoeken waar het fout loopt. “Dat contract zou zes maanden duren,” lacht hij, “maar uiteindelijk ben ik niet meer weggegaan.” Eerst komt hij in het team terecht, een half jaar later wordt hij coördinator. Achttien jaar later is hij dat nog.
Een sector in een hogere versnelling
Vraag hen wat er in al die jaren het meest veranderd is, en beide antwoorden beginnen bij snelheid.
“De grootste verandering? De snelheid”, zegt Yves zonder aarzelen. “Internet, sociale media, smartphones… Vroeger schreef je een papieren verslag, dacht je drie dagen na en antwoordde je dan. Nu moet het binnen de drie minuten.” Dat maakt het moeilijker om bewust stil te staan, vindt hij. Tegelijk is de toegang tot informatie enorm verbeterd, wat voor hun doelgroep veel voordelen heeft. Ook de eigen werking bij çavaria is in die periode grondig veranderd. De organisatie groeit van een twaalftal medewerkers naar meer dan dertig. “Onze scope is breder geworden: een grotere doelgroep, een veel ruimer pakket aan opdrachten. De middelen zijn meegegroeid, maar meer middelen betekenen ook meer verwachtingen en verantwoordelijkheden. Van zodra je groeit, moet je professioneler werken. Dat hoort er gewoon bij.”
Filip Verneert. Foto: Benny De Grove
Een groeiend sectorgevoel
Binnen de amateurkunsten was er lange tijd weinig samenhang, vertelt Filip. “Zeker in de periode voor het decreet had je allemaal verschillende organisaties die bezig waren met wat men toen nog de ‘amateuristische kunstbeoefening’ noemde. Iedereen werkte op zijn eigen eiland.” Met het decreet amateurkunsten komt daar geleidelijk verandering in. De administratie stimuleert grotere organisaties en subsidieert die, waardoor er stap voor stap een sectorgevoel groeit. “Nu zijn we met negen organisaties in één decreet. We kennen elkaar goed, overleggen regelmatig en werken makkelijker samen.”
Yves herinnert zich dat er vroeger ook binnen çavaria niet echt een ‘sectorgevoel’ leefde. De koepelstructuur was toen vooral een manier om subsidies en professionalisering mogelijk te maken. Pas met het gelijkekansenbeleid en de erkenning van gelijke-kansenorganisaties ontstond er volgens hem een echt sectorgevoel. “Het klassieke sociaal-culturele werk vond ik vroeger nogal oubollig. Nu zie ik een veel diversere en vernieuwende sector, met nieuwe initiatieven en organisaties die van elkaar leren en samenwerken. Daardoor voelt de sector vandaag veel dynamischer en dichter bij wie we zijn.”
Permanent omgaan met verandering
Verandering is een constante geworden. “In die 25 jaar is het landschap enorm veranderd, zowel bij de koepels als in het veld”, merkt Filip op. “Wij proberen ons telkens opnieuw te oriënteren op wat er maatschappelijk gebeurt.” Een eerste grote uitdaging zijn de vrijwilligers. “We hebben er veel, maar zij worden ouder. Nieuwe jonge mensen vinden en goed ondersteunen blijft moeilijk.” Daarnaast is er de blijvende opdracht rond inclusie en participatie. “Iedereen zegt dat, maar in de praktijk zijn we er nog niet. Mensen écht laten meedoen en drempels wegwerken vraagt tijd, samenwerking en inzet. Daarom hebben we ook een dossier rond inclusie uitgewerkt.”
Voor Yves hangt omgaan met uitdagingen nauw samen met de kern van zijn werk. “Wij pleiten voor een veranderde wereld, dus we moeten zelf ook bereid zijn te veranderen. We kunnen niet vragen dat alles rond ons beweegt en zelf hetzelfde blijven.”
Yves Aerts Jacobs
Solidariteit en samenwerking: waar staan we?
Hoe sterk is de solidariteit binnen de sector? Yves is daar eerlijk over. “Ik heb niet het gevoel dat er sterke, structurele solidariteit is. Er wordt nog vaak in de eerste plaats voor de eigen organisatie gekozen, en ik begrijp die reflex ook”. Je wil je eigen personeel en werking beschermen, maar tegelijk toont het hoe moeilijk het is om echt vanuit het geheel te denken. “Het idee ‘voor ons wat minder, zolang het in de sector blijft’ hoor je niet zo vaak.” Maar hij ziet ook positieve voorbeelden. “Wanneer het over grote decretale zaken gaat, dan zegt de sector wel: dit raakt ons allemaal, dit gaat over autonomie en ruimte om te werken. Op die momenten vind je elkaar.”
In de samenwerking tussen de amateurkunstenkoepels ziet Filip een duidelijk groeiverhaal. “Die is de voorbije jaren echt sterk gegroeid. We hebben een heel vlotte uitwisseling van informatie, delen ervaringen rond beleidsplannen en overleggen constant, onder andere samen met het DKO.” Wat vroeger eerder informeel gebeurde, is nu veel structureler en concreter: gezamenlijke projecten, een gedeelde website, afstemming rond standpunten …
Advies aan wie vandaag instapt?
Filip benadrukt het grijpen van kansen. “Aan nieuwkomers zou ik zeggen: grijp de kansen, want vandaag zijn er veel meer mogelijkheden dan vroeger. Het is veel zichtbaarder waar je terecht kan.” Wie met muziek of een andere kunstvorm wil starten, vindt talloze kanalen, speelkansen en netwerken. “Het sociale blijft daarbij heel belangrijk,” voegt hij toe. “Samen spelen, elkaar ontmoeten. Dat precies is de kracht van de amateurkunstensector. We zitten nu aan bijna één op de twee Vlamingen die actief aan amateurkunsten doen. Wat mij betreft mag dat nog veel hoger.”
Yves richt zich in de eerste plaats tot nieuwkomers in het sociaal-culturele veld: “Maak gebruik van alles wat er al is. In het sociaal-cultureel werk heb je koepels, steunpunten… Dat ontbreekt in gelijke-kansensectoren, waar iedereen alles zelf moet uitvinden.” Zijn advies is helder: stel vragen, zoek collega’s op, maak gebruik van hun ervaringen. “Mijn ervaring is: als je hulp vraagt, doen mensen echt hun best om je vooruit te helpen. En schaam je zeker niet om expertise ‘in te kopen’ of extern te zoeken. Dat kan iedereen sterker maken en het bespaart je veel tijd. Je moet niet altijd het wiel opnieuw uitvinden.”
Waarom een belangenbehartiger onmisbaar is
Voor zowel Yves als Filip is het belang van een organisatie als De Federatie duidelijk.
“Ik vind De Federatie heel nuttig, juist omdat er in het sociaal-cultureel werk zoveel verschillende organisaties zitten,” zegt Yves. Meer dan honderd organisaties, met erg uiteenlopende profielen. “Geen enkele speler kan zelf het gemeenschappelijke zoeken en verdedigen. Daar heb je echt een koepelorganisatie voor nodig. Anders blijven vooral de grote en bekende organisaties over die voor hun eigen belang spreken.”
Ook Filip benadrukt het belang van een sterke belangenbehartiger. “Een organisatie zoals De Federatie is heel belangrijk. Ze zorgt voor kennisdeling, duidelijke informatie en vooral het beleidswerk. Iemand moet de contacten met politici, administratie en andere spelers onderhouden, en de sector op een goede manier verdedigen. Dat kan je als individuele organisatie nooit allemaal zelf doen.”
Een wens voor de komende 25 jaar?
“De amateurkunsten zijn een experimenteerruimte. Een plek waar mensen dingen mogen uitproberen, falen, bijleren en groeien.”, stelt Filip. Zijn wens voor de toekomst is dat de sector en De Federatie die maatschappelijke rol nog sterker tonen. “Niet alleen richting politiek, maar ook naar het brede publiek, de media en in onderzoek. Dat het werk dat wij leveren, essentieel is voor een democratie en een warme en inclusieve samenleving.”
Yves sluit daar naadloos bij aan. “Voor de komende 25 jaar wens ik de sector en De Federatie vooral toe dat iedereen goed blijft beseffen welke rol we spelen,” zegt Yves. “We zijn een oefenschool voor democratie, samenleven en maatschappij zijn. Wat wij doen, kan je niet vervangen door een individu of door de staat alleen. Wat wij doen is uniek.”
