Betoging lage resolutie web 42

Bovenbouw onder druk: besparing vóór visie?

In de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement stond op 5 maart niet alleen de amateurkunstensector centraal, maar ook de culturele bovenbouw. Hier wordt vanaf 2027 twee miljoen geschrapt. Het debat spitste zich vooral toe op het feit dat er bespaard wordt vooraleer het aangekondigde toekomstkader klaar is. Ook de strategische adviesraden komen in het besparingsvizier.

Steunpunten besparen lineair

Caroline Gennez wascabi
Minister Gennez bevestigde dat er vanaf 2027 één miljoen euro wordt bespaard bij de sectorale en transversale steunpunten en 994.000 euro bij de digitale kernspelers. Voor de steunpunten geldt een lineaire besparing van 10,5 procent. Voor de digitale kernspelers – meemoo, publiq en Cultuurconnect – ligt dat percentage lager, op 5,25 procent, omdat zij volgens de minister in 2026 samen de grootste hap van de besparingen realiseerden en omdat hun digitale infrastructuur minder “samendrukbaar” is.
Tot de betrokken sectorale en transversale steunpunten rekent de minister onder meer FARO, Kunstenpunt, Socius, VI.BE, OP/TIL en Cultuurloket. Opvallend: het Circuscentrum wordt in deze ronde buiten beschouwing gelaten, omdat het in 2026 al een besparing van 15 procent kreeg.

Kar voor het paard?

In de commissie kwam vooral kritiek op de volgorde van werken. Verschillende parlementsleden wezen erop dat de overheid eerst had aangekondigd werk te maken van een visienota over de bovenbouw, maar nu al met een besparingslogica komt. Daardoor dreigt een lineaire oefening in de plaats te komen van een gerichte hervorming op basis van inhoudelijke keuzes: waar zit overlap, welke opdrachten zijn essentieel, en waar kan samenwerking versterkt worden? Het blijven voorlopig grotendeels open vragen. 
De minister erkende zelf dat het “intellectueel” logischer was geweest om eerst de visie uit te klaren. Tegelijk houdt ze vast aan het parallelle traject: de besparing moet volgens haar nu gebeuren binnen de budgettaire context, terwijl de inhoudelijke oefening verder loopt. Die visienota zou tegen de zomer van 2026 afgerond moeten zijn.

Socius deelt mee in de klappen

Het steunpunt voor het sociaal-cultureel werk, Socius reageerde op 16 februari op de tweede opgelegde besparing op ongeveer evenveel maanden tijd. Eind december sloot de Vlaamse overheid een beheersovereenkomst af met Socius, waarin al rekening werd gehouden met een besparing van 3 procent. “Maar nog voor de uitvoering van de nieuwe beheersovereenkomst goed en wel gestart is, volgt een nieuwe ingreep. Vanaf 2027 worden we geconfronteerd met een bijkomende besparing van 10,5% op onze enveloppe. Dit raakt niet alleen het steunpunt, maar de ondersteuning van een hele sector. Een sector die eind vorig jaar al schade opliep na politieke beslissingen in het kader van de subsidietoewijzing.” Socius vraagt zich hierbij luidop af of het investeren in “verbinding, burgerparticipatie en democratische veerkracht “ niet stap voor stap wordt uitgehold. Ook De Federatie deelt deze bezorgdheid. 

Historisch perspectief

De steunpunten zijn in het verleden op diverse manieren tot stand gekomen. Meer recent kon OP/TIL bijvoorbeeld in 2018 van start gaan door gebruik te maken van de middelen van het afgeschafte Forum voor Amateurkunsten, de toenmalige échte bovenbouw van de amateurkunstensector.  Het steunpunt Socius, bijvoorbeeld, startte vanuit een bundeling van sectormiddelen, onder meer ten tijde van de afschaffing van de koepels. Een weloverwogen efficiëntieoefening met draagvlak binnen de sector.
Zeker de sectorsteunpunten vorm(d)en in hun aansturing een Siamese tweeling tussen de overheid en de sector. Zij zijn dus geen verlengstukken van de overheid.  Het is dan ook belangrijk dat sectoren mee worden geraadpleegd bij het bepalen van de kernopdrachten en prioriteiten voor hun ondersteuning. Het kan -zeker in deze ingrijpende maatschappelijke en budgettaire tijden- niet voldoende worden herhaald dat de organisaties moeten kunnen rekenen op degelijke ondersteuning.

Voor de volledigheid

Vanaf dit jaar al krijgt De Federatie een besparing van 10 procent te verwerken. 

Over adviesraden en diarree

Op 4 maart kwam in de Commissie voor Algemeen Beleid ook de besparing op de strategische adviesraden aan bod (één van hen is de SARC, de strategische adviesraad voor cultuur, sport, media en jeugdwerk). De Vlaamse Regering legt hen vanaf 2027 een bijkomende besparing van 3 miljoen euro op, bovenop eerdere brede overheidsbesparingen; de SERV moet bovendien nog 1 miljoen euro extra besparen. De raden moeten zelf bepalen hoe ze besparen. Een voorafgaande impactanalyse werd niet uitgevoerd.
Oppositieleden vrezen voor verlies aan expertise, onafhankelijkheid en advieskwaliteit, zeker omdat de totale besparing neerkomt op “meer dan 26% van het budget. De minister-president stelde dat minder versnippering en meer focus het advies net effectiever moeten maken. Hij spreekt over “een diarree aan adviezen”
Eerder al beklemtoonde De Federatie het belang van degelijk ondersteunde adviesraden: “Omdat ze voeling hebben met hun brede achterban, kunnen de afgevaardigden bezorgdheden capteren, signaleren en duiden in beide richtingen, wat het draagvlak van beslissingen verhoogt”. Democratie is immers “luisteren naar elkaar, inzichten opdoen, nieuwe afwegingen maken en doordacht beslissen”. Hier past dus eerder een waarderende dan een denigrerende houding.