Betoging lage resolutie web 42

Besparing op amateurkunsten zorgt voor brede kritiek in Vlaams Parlement

Dossier: Decreet Amateurkunsten

De aangekondigde besparingen op de amateurkunstensector hebben in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement tot een golf van kritiek geleid. Oppositiepartijen én meerderheid zetten vraagtekens bij de beslissing van minister van Cultuur Caroline Gennez. Vooral de indeling van de 9 amateurkunstenorganisaties onder de “culturele bovenbouw” én de impact op de beoefenaars zorgden voor grote bezorgdheid.

Besparing die "inslaat als een bom"

De aanleiding voor het debat is een besparing van in totaal 3,1 miljoen euro op de zogenaamde culturele bovenbouw vanaf 2027. Ook de 9 amateurkunstenorganisaties moeten door deze beslissing 10,5 procent besparen vanaf 2027. Dat komt bovenop een eerdere besparing van 3 procent vanaf 2026. Samen gaat het om een daling van 13 procent
Ilona vandenberghe

Ilona Vandenberghe (PVDA). Foto: Vlaams Parlement

Die extra besparing komt bijzonder onverwacht. De amateurkunstenorganisaties dienden pas in december vorig jaar nieuwe beleidsplannen in onder het vernieuwde Amateurkunstendecreet, dat grote ambities heeft voor onder meer talentontwikkeling en internationalisering. Ilona Vandenberghe (PVDA) noemde de maatregel ingrijpend: “Voor een sector die nu al met zeer bescheiden budgetten moet werken, is 13% niet zomaar een klein beetje besparen. Meer dan twee miljoen Vlamingen beoefenen amateurkunsten.”

Geen bovenbouw, maar het veld zelf

Ook de andere oppositiepartijen Groen en Vlaams Belang spaarden hun kritiek niet en stellen de categorisering als “bovenbouw” in vraag. Bram Jaques (Groen) verwijst naar een eerdere discussie hierover in de Commissie Cultuur van 13 november 2025, toen de eerdere besparing van 3 procent op de bovenbouw werd toegelicht. Toen werd ook beargumenteerd dat de amateurkunstenorganisaties geen bovenbouw zijn maar veldorganisaties.
Bram jaques

Bram Jaques (Groen). Foto: Vlaams Parlement

“Er wordt in het veld van de amateurkunsten gesneden. Deze organisaties zijn de enige die structureel worden gesubsidieerd vanuit het decreet.”
Bram Jaques (Groen)
 Opvallend was dat de bezorgdheden niet alleen uit de oppositie kwamen. Ook meerderheidspartijen N-VA en cd&v stelden vragen bij de aanpak van de minister. Volgens Manu Diericx (N-VA), gaat het niet om louter ondersteunende structuren, maar om organisaties die rechtstreeks werken met en voor verenigingen en artiesten. Ze vervullen enkele opdrachten die meer “steunpuntachtig” zijn maar de basis van hun werking situeert zich in het veld. Het gaat over de organisatie van festivals, toonkansen, artistieke coaching, de regeling van verzekeringen enz. 
Manu Diericx (parlementslid voor N-VA) (c) Emy Elleboog

Manu Diericx (N-VA). Foto: Vlaams Parlement

Hij is het er niet mee eens "dat de amateurkunstenorganisaties zomaar en volledig tot de bovenbouw worden gerekend": "Mijn grootste vrees is dat er gesneden wordt in werking die we nooit kunnen categoriseren als bovenbouw, maar die echt dient voor onze muzikanten, onze amateurtoneelspelers,...
“U wil zoveel mogelijk besparen op tussenliggende structuren en zo weinig mogelijk op de kunstenaars zelf. Maar laat dat nu net de kern van mijn kritiek vandaag zijn.”
Manu Diericx (N-VA)

Ongelukkige timing

Katrien Partyka (cd&v) bekritiseerde bovendien de timing. Bij de goedkeuring van het nieuwe Amateurkunstendecreet in 2024 was er brede consensus over de noodzakelijke financiële versterking om de ambities van het decreet te kunnen waarmaken. Eind vorig jaar kregen de 9 amateurkunstenorganisaties de vraag om beleidsplannen in te dienen binnen die brede ambities. Kort ervoor wordt een besparing van 3 procent aangekondigd, om amper 2 maand later te worden geconfronteerd met een nieuwe ingrijpende besparing van nog eens 10,5 procent. Bovendien wordt de precieze verdeling van die besparing over de 9 organisaties gelegd bij de beoordelingscommissie van de beleidsplannen. Dat ondergraaft volgens haar de rechtszekerheid voor de sector: “Op enkele weken tijd worden zorgvuldig opgebouwde beleidsplannen onderuitgehaald.
Katrien partyka

Katrien Partyka (cd&v). Foto: Sophie Nuytten

Impact op meer dan 2 miljoen beoefenaars

Minister Gennez houdt echter voet bij stuk. Volgens haar behoren de 9 amateurkunstenorganisaties tot de culturele bovenbouw, omdat ze 6 kernopdrachten vervullen die “steunpuntachtig” zijn. Manu Diericx (N-VA) vraagt met aandrang om te bekijken hoe die kernopdrachten in de praktijk ingevuld worden. Deze organisaties voeren een aantal bovenbouwtaken uit, maar “dat aantal wordt hier ferm overschat”: "Ik denk dat het om een verkeerde visie gaat en dat we echt moeten kijken naar wat die kernopdrachten betekenen op het terrein."
De 9 amateurkunstenorganisaties focussen in de eerste plaats op artistieke participatie en talentontwikkeling, zoals door het organiseren van toon- en podiumkansen, festivals, vormingen,… Knippen in die werking betekent knippen in de diversiteit van amateurkunstenpraktijken zelf. Deze 9 organisaties zijn immers de enige organisaties die structureel en duurzaam ondersteund worden door de Vlaamse Overheid. "Het gaat niet over structuren, maar over de sector zelf, waar al weinig in geïnvesteerd wordt. Het enige wat ondersteund wordt, zijn de amateurkunstenorganisaties, die heel laagdrempelig werken. Met een klein budget creëren ze toch een bijzonder grote output.”, aldus Katrien Partyka (cd&v).

Besparing botst met beleidsambities

Hoe rijmt minister Gennez de besparing op de amateurkunstensector met haar beleidsambities voor participatie, cultuureducatie en samenwerking met welzijn en zorg? Verschillende parlementsleden zijn hierover bezorgd, maar deze vraag bleef grotendeels onbeantwoord. De minister beaamde weliswaar de sterktes van de amateurkunstenorganisaties, maar ze ziet geen gevaren in de opgelegde besparingen.
"De besparing spoort niet met de ambitie voor een brede, laagdrempelige cultuurparticipatie en -educatie.”
Katrien Partyka (cd&v)
In haar repliek ziet minister Gennez efficiëntiewinsten in samenwerking tussen de amateurkunstenorganisaties en met andere sectoren. Dat gaat voorbij aan de vaststelling dat samenwerking al jarenlang in het DNA van de sector zit. En dat zowel tussen de disciplines als met andere domeinen. Amateurkunstenorganisaties werken intensief samen met het deeltijds kunstonderwijs, welzijn en de professionele kunstensector, net de domeinen waarop de minister wil inzetten. Bovendien levert samenwerking niet automatisch efficiëntiewinsten op: vaak vraagt ze juist extra pionierswerk.

Sector trekt via open brief aan de alarmbel

De discussie over de besparingen op de amateurkunstensector groeide in de commissie uit tot een principieel debat over de rol van de amateurkunstenorganisaties, zowel binnen de amateurkunstensector zelf als voor brede, laagdrempelige en diverse cultuurparticipatie. Maar ook als humus van de kunsten. 
“We mogen niet vergeten dat elke kunstenaar ooit begonnen is als een amateurkunstenaar. Met deze besparing verhoogt u voor iedereen de drempel om op een laagdrempelige manier deel te nemen aan cultuur." 
Ilona Vandenberghe (PVDA)
Via een open brief trekken de 9 amateurkunstenorganisaties aan de alarmbel. Op amper een week tijd tekenden reeds meer dan 4500 beoefenaars, culturele organisaties en ook professionele kunstenaars de open brief. Ze lieten meer dan 2000 persoonlijke boodschappen achter om hun onbegrip te uiten:

“Investeren in amateurkunsten is investeren in de toekomst van onze samenleving. Vandaag ondersteuning schrappen betekent morgen minder kunstenaars, minder cultuur, minder ontmoeting. De nieuwe generatie artiesten draagt bij aan innovatie, gemeenschapsvorming en mentale veerkracht. Kunst verbindt mensen over verschillen heen en geeft ruimte aan verhalen die anders ongehoord blijven.” (Joffrey Anane - danser, choreograaf, acteur én ondertekenaar van de open brief)

"BREEDBEELD is een van die organisaties die weinig zichtbaar zijn voor het grote publiek, maar cruciaal voor het Vlaamse filmlandschap. Ze zijn een kweekvijver voor nieuw talent. Als we willen dat de volgende generatie Vlaamse filmmakers kan doorgroeien tot de iconen waar we later trots op kunnen zijn, dan zijn deze organisaties geen overbodige luxe. Laten we dan ook niet hun financiering, de levensader die BREEDBEELD mogelijk maakt, toeknijpen.” (Bastiaan Lochs - MIA-winnende regisseur en filmmaker (voor o.a. Tamino, Sylvie Kreusch, …) en ondertekenaar van de brief)

Minister Gennez wil expliciet niet besparen op de kunstenaars of groepen zelf: “Er zijn ook vele koren, fanfares, toneelverenigingen, foto- en filmclubs, schrijvers, dichters, muzikanten en circusartiesten die in het hart van de samenleving staan en de kern zijn van ons amateurkunstenbeleid. Nogmaals, we willen hen ook sparen. Dat is een duidelijke beleidskeuze en daar willen we consequent in zijn en blijven.
Daarom bespaart ze niet op de andere projectlijnen uit het Amateurkunstendecreet, maar dat gaat slechts om een handvol amateurkunstengroepen en organisaties. In vergelijking met de structurele ondersteuning van de 9 amateurkunstenorganisaties gaat dit om beperkte bedragen. Bovendien maken de vele groepen en beoefenaars via de petitie duidelijk dat ze zich wel degelijk zorgen maken over de aangekondigde ingrijpende besparing op de amateurkunstenorganisaties:

“Als referentiepersoon dementie ervaar ik dagelijks de magie van muziek voor mensen met dementie en hun geliefden. Het is een sleutel tot contact, plezier en blijvende verbinding. Koor&Stem is hierbij een belangrijke partner: hun opleidingen, webinars, inspiratiegids,... zijn niet weg te denken. Daarom onderteken ik de open brief. Hierdoor kunnen mantelzorgers het volhouden en samen zingen is een middel tegen depressie. Wanneer mantelzorgers eronder doorgaan kost het veel meer aan de maatschappij. Dus, ja, aub geen besparingen in deze sector.”

"Onze harmonie doet voor heel wat diensten een beroep op VLAMO, een erg nuttige steun in het leven van een muziekvereniging. 13 % wegsnijden is een amputatie."

“Omdat amateurkunsten geen “leuke hobby in de marge” zijn maar een stuk basisinfrastructuur van het culturele ecosysteem. Van “de eerste noot” tot professioneel muzikant. Het zorgt voor het blijven bestaan van een talentketen aan kunstenaars. Amateurkunsten zorgen voor een lokale identiteit en een sociale cohesie in de gemeenschap.” 

De amateurkunstenorganisaties begeleiden mee de professionele kunstenaars van morgen, zorgen voor laagdrempelige cultuurparticipatie en hebben een enorme impact op het welzijn en de cohesie van onze samenleving.
LAAT ONS GIF klein