Betoging lage resolutie web 42

(Boven)lokaal cultuurbeleid in Vlaanderen: in gesprek met Gwendolyn Rutten (Anders) en Ilona Vandenberghe (PVDA)

Dossier: Lokaal beleid
Dossier: Regionaal - bovenlokaal

Met een waakzaam oog ziet De Federatie toe op het lokale en bovenlokale cultuurbeleid in Vlaanderen. Daarover gingen we in gesprek met Gwendolyn Rutten (Anders) en Ilona Vandenberghe (PVDA), beide volksvertegenwoordiger in de Commissie Cultuur en gepassioneerd door wat mensen creatief of waardengedreven bindt. 

Gwendolyn Rutten

Gwendolyn Rutten (Vlaams parlementslid en burgemeester van Aarschot) vraagt de Vlaamse overheid vooral realisme en partnerschap. Aan de sector vraagt ze zichtbaarheid, trots en precisie. 

ILONA VANDENBERGHE LOWRES 3

Ilona Vandenberghe (Vlaams parlementslid voor PVDA in de Commissie Cultuur) kent cultuur niet alleen als theoretisch beleidsdomein, maar dringt steeds dieper door tot in de vezels van amateurkunsten en sociaal-cultureel volwassenenwerk. 

Gwendolyn Rutten: Wie cultuur wegknipt, verliest meer dan een budgetpost

De Minister van Cultuur maakt zich zorgen. Investeringsgewijs behoort cultuur tot de kleinste stijgers in de gemeentelijke meerjarenbegrotingen. 

Ik heb lokaal nog nooit zo’n chaotische begrotingsopmaak meegemaakt. Cijfers veranderden voortdurend: door de Vlaamse regeringsvorming, federale maatregelen en besparingsrondes. Bijna wekelijks kwamen andere cijfers binnen.Tegelijk zit Aarschot in een atypische situatie. Samen met Leuven zijn we laureaat van Culturele Hoofdstad 2030. Daardoor konden we in de onderhandelingen over het meerjarenplan een duidelijke focus leggen op cultuur. Er werd niet op bespaard. Gegeven de omstandigheden een hele prestatie. Als cultuur op andere plaatsen de eerste en makkelijkste plek wordt om te besparen, dan moet er een alarmbel afgaan. Als die financiering keer na keer wegvalt, gaat er veel verloren. We moeten wel naar de hele legislatuur kijken. Niet alleen naar het eerste planningsjaar.

Tien jaar geleden werd de band tussen het Vlaamse en lokale cultuurbeleid doorgeknipt. Toch is het belangrijk dat de verschillende beleidsniveaus hierover in gesprek blijven, vindt niet alleen de VVSG maar klinkt ook in de Strategische Visienota Kunsten & Erfgoed.

Vanuit mijn ervaring als burgemeester, vind ik de vrijheid die we lokaal hebben waardevol.Dat betekent niet dat de losser geworden band nergens gevolgen heeft. Ik verwijs naar het succes van Vlaanderen met de uitbouw van culturele centra in de jaren zeventig als laagdrempelige manier om met cultuur in contact te komen. In Aarschot merk je elke dag het voordeel van zo’n plek. Het is veel meer dan een zaal. Het is een plaats waar mensen samenkomen. In CC Het Gasthuis wordt bijvoorbeeld de Langste Tafel georganiseerd, wat ontmoeting versterkt. Er is plaats voor amateurkunsten, er wordt samengewerkt met de academie. Zo’n plek is een broedplaats van interactie.

U raakt meteen een gevoelige snaar: nood aan comfortabele gemeenschapsinfrastructuur. 

We onderschatten hoe groot het probleem in Vlaanderen is. Heel veel infrastructuur is na de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen en is sindsdien nauwelijks veranderd. Dat geldt voor scholen, maar evengoed voor wat onder de grond ligt: waterleidingen, riolering. Het is gewoon op.Ook kleinere voorzieningen — parochiezalen, bibliotheekfilialen, repetitieruimtes, buurtlokalen — dragen die erfenis mee. Er is te lang te weinig systematisch onderhoud gebeurd. Thuis weet je dat je om de zoveel tijd ramen, dak of goten moet aanpakken. Maar voor publieke infrastructuur zijn onderhoudsbudgetten vaak niet structureel voorzien. Lokaal bots je op grenzen. Oudere gebouwen klimaatneutraal maken kost disproportioneel veel voor de return die je eruit haalt. Het is onmogelijk om de vooropgestelde doelstellingen te halen. Daarom Vlaanderen: leg niet alleen doelen op, maar geef lokale besturen ook budget en ruimte om die te halen. Ik zou naar een soort pact gaan. We kunnen niet alles bewaren, maar wie op termijn duurzame keuzes durft maken, zou middelen moeten krijgen om plekken die er echt toe doen, naar een hoger niveau te tillen. Daarnaast moeten we creatief omgaan met het delen van infrastructuur. Er is een mindshift nodig. Want het is o zo belangrijk dat je ankerplaatsen hebt: een plek waar verenigingen, burgers en kunstenaars elkaar kunnen vinden. Zonder wordt het veel moeilijker om dat weefsel te laten ontstaan.
Gwendolyn Rutten lage resolutie 18

Dat brengt ons bij hun maatschappelijke waarde en impact.

Cultuur gaat niet alleen over programmatie, maar ook over spontane praktijken van mensen. Hun werk is vaak te onzichtbaar.Hoe ga je met jongeren aan de slag in moeilijkere wijken? Hoe betrek je moeders beter bij het sociale leven? Dan kom je al snel uit bij sociaal-cultureel werk, buurtwerk en verenigingen. Als burgemeester zie ik dikwijls hoeveel resultaat sommige initiatieven boeken met weinig middelen. Een groep mensen die samen groenten kweekt, oogst, kookt en een buurtmaaltijd organiseert. De waarde voor de buurt is enorm, maar niet iedereen weet dat het bestaat, terwijl ze cruciaal zijn voor de sociale cohesie.Activiteiten op zaterdag in de bibliotheek, kleine initiatieven waar aan gemeenschapsvorming wordt gedaan,… Vaak staan ze niet op de radar van (lokale) beleidsmakers. Als zij niet zien wat er gebeurt, blijft hun inzet onbemind. De sector is heel veel op het terrein bezig. Laat die positieve verhalen extern veel meer zien. 
Sociaal-cultureel volwassenenwerk en amateurkunsten zijn plekken waar mensen elkaar vinden en kansen krijgen om mee te doen. Als we dat weefsel verliezen, blijft sociaal niet veel over.
Gwendolyn Rutten (Anders)

U waardeert onze sectoren, maar roept eveneens op tot zelfreflectie. In welke zin?

In de huidige budgettaire omstandigheden moeten we ons de vraag stellen of elk besteed bedrag efficiënt wordt ingezet? Het gevoel dat elke organisatie automatisch recht heeft op subsidie, is dat vandaag nog vol te houden? Ik weet het niet. Er is een bredere maatschappelijke tendens om minder te willen betalen voor iets waar men niet rechtstreeks deel van uitmaakt. Dat speelt in de politiek, maar ook in de samenleving. Mensen denken sneller: ik heb daar geen tijd voor, dit is mijn geld, waarom moet de gemeenschap dan betalen?Die redenering is gevaarlijk. Als je dat doortrekt, kom je in een samenleving waar alleen wie geld heeft nog een hobby of cultuur kan betalen. Soms maak ik de vergelijking met de Verenigde Staten, waar de samenleving op ‘een minimale overheid’ is gestoeld en waar je sneller op liefdadigheid bent aangewezen. Dan zie je hoe weinig sociaal weefsel overblijft en hoe de bevolking lijnrecht tegenover elkaar komt te staan. Dus, toon u! Blijf uitleggen waarover het gaat, met concrete praktijken en met trots. Anders blijven mensen die de sector niet kennen te makkelijk denken dat het allemaal wel zonder kan. Kleine verhalen kunnen heel krachtig zijn en hartverwarmend zijn, zeker op sociale media. Ga daarnaast actief naar je schepen. Nodig die mensen uit. Vergeet hen niet. 
Vijf à tien jaar geleden was ik misschien ook veel kouder en harder voor jullie sectoren, omdat ik het gewoon niet kende
Gwendolyn Rutten (Anders)

We hadden het al over de wisselwerking Vlaams – lokaal. Tot slot, wat met de afstemming lokaal – bovenlokaal cultuurbeleid? 

Aarschot stapte mee in een intergemeentelijke culturele samenwerking. Zesentwintig (!) gemeenten bundelen de krachten in cultuurregio Oost-Brabant ‘COBRA’De kandidatuur van Leuven en de regio, voor Culturele Hoofdstad 2030 werkte als een katalysator. Omdat we met bijna dertig gemeenten samen in die culturele dynamiek zaten, was het logisch om ook te zoeken naar een duurzaam vervolg. Voor mij zal de samenwerking geslaagd zijn als ze tastbaar is voor elk lokaal bestuur. Want als steden of gemeenten het gevoel krijgen dat ze opgaan in een te groot geheel, dan haken ze af. Daarom hoop ik dat de culturele samenwerking loont voor iedereen: door extra bezoekers, een parcours, een activiteit in een kleinere gemeente, ... Een mooie uitdaging voor zo’n grote regio. Maar ik geloof erin. 

 

Ilona Vandenberghe: Cultuur als levenskwaliteit begint altijd lokaal

Sociaal-cultureel werk en amateurkunsten maken, ook lokaal, onmiskenbaar deel uit van een dynamisch cultuurveld. Vertel. 

Intussen volg ik anderhalf jaar de Commissie Cultuur in het Vlaams Parlement. In die tijd leerde ik de wereld van amateurkunsten en sociaal-cultureel werk van dichtbij kennen. Mijn blik is veranderd. Twee miljoen Vlamingen, actief als amateurkunstenaar. Dat vind ik in-druk-wek-kend. Wat je louter als een hobby zou kunnen zien, behelst zoveel meer: creativiteit, engagement, maatschappelijke meerwaarde. Amateurkunstenaars zijn werkelijk overal in de samenleving aanwezig. Ook lokaal moeten we dat niet te abstract zien, maar ons de vraag stellen: ‘wat dragen die mensen bij’? Denk bijvoorbeeld aan muziek. Mijn vader heeft beginnende dementie. Hij wordt geraakt door liedjes uit z’n jeugd en zingt die mee, terwijl hij niet veel meer praat. Die verbinding met zichzelf en de omgeving zijn ongelooflijk waardevol. Cultuur is geen luxe. Het gaat over ontmoeting, welzijn, verbondenheid en levenskwaliteit. Beleidsmakers vergeten soms hoeveel waarde er in de sector zit.  

En waar ligt de meerwaarde van sociaal-cultureel volwassenenwerk voor u?

Ik gaf lang lessen Spaans in het volwassenenonderwijs. In mijn groep zat ooit een vrouw van 89 jaar. Dat toont hoe sterk de behoefte blijft om bij te leren, nieuwsgierig te blijven en nieuwe mensen te ontmoeten. Die kracht zie ik ook in het sociaal-cultureel werk. Mensen ontwikkelen vaardigheden, leren van elkaar en bouwen nieuwe netwerken uit. 
Mensen moeten beseffen wat op het spel staat en de gevolgen kennen van de huidige beleidskeuzes
Ilona Vandenberghe (PVDA)
Oostende, waar ik woon, heeft bijvoorbeeld een heel rijk cultureel landschap. De street art muren van The Crystal Ship zijn een interessant gegeven. Kunst in de publieke ruimte creëert verbondenheid. Mensen stellen hun gevel ter beschikking en worden zo deel van een groter verhaal. Ik kan het weten, want wij hebben zelf zo’n tekening waar passanten ons over aanspreken. Verder heeft onze stad aan zee De Grote Post, maar evengoed organisaties zoals kleinVerhaal, 't Leeshuus of 't Kadaster naast tal van andere kleine initiatieven die elk op hun eigen manier mensen verbinden. 

Terwijl de subsidies voor kleinschalige bovenlokale projecten van onderuit recent on hold werden gezet. Voor de grote projecten is er maar één indienronde meer. Hoe kijkt u hiernaar? 

Alsof er een schakel uit de ketting verdwijnt…Ik betreur het verdwijnen van de kleinschalige bovenlokale projectsubsidies omdat net die impulslijn kleinere initiatieven de kans gaf om te groeien en samen te werken over gemeentegrenzen heen. Het verdwijnen van die specifieke projectlijn zal op termijn tot verschraling leiden. Het schrijven van subsidiedossiers voor grootschalige projecten vraagt meer inspanningen. Daar vallen kleinere initiatieven uit de boot. Terwijl lokale verenigingen, burgerinitiatieven en amateurkunstengroepen net nood hebben aan laagdrempelige kansen om nieuwe ideeën uit te proberen.En het klopt dat de kleinschalige projectlijn om budgettaire redenen tijdelijk wordt stopgezet, maar het risico bestaat dat het definitief verdwijnt. Over ‘het tijdelijk karakter’ van de maatregel, ben ik eerlijk gezegd sceptisch. Ik vrees dat het uiteindelijk afgeschaft zal worden. Jammer, want net bij die kleinere spelers zie je veel variatie: in thema's, in werkvormen en in creativiteit. 
ILONA VANDENBERGHE LOWRES 7

In het najaar beslist de Minister wel over (nieuwe) intergemeentelijke samenwerkingsverbanden cultuur. Hoe belangrijk zijn deze structuren voor u? 

Vlaanderen bestaat uit veel kleine en middelgrote gemeenten. Dan bots je vaak op grenzen. Samenwerking laat toe om verder te kijken. Door samen te werken kunnen gemeenten elkaar aanvullen, zowel op vlak van middelen, expertise als infrastructuur. Daarom zijn deze bovenlokale samenwerkingsverbanden belangrijk.

Kan je even inzoomen wat u precies bedoelt met ‘op grenzen stoten’? 

Lokale besturen krijgen steeds meer verantwoordelijkheden doorgeschoven vanuit de Vlaamse of federale overheid. Bovendien staan ze onder financiële druk. Wanneer er keuzes moeten worden gemaakt, vrees ik dat cultuur soms het onderspit delft. Ik denk niet dat lokale besturen bewust tegen cultuur kiezen. Maar wanneer budgetten beperkt zijn, moeten er keuzes worden gemaakt. En dan zie je soms dat andere beleidsdomeinen sneller groeien dan cultuur. Dat signaal moeten we ernstig nemen.

In uw betoog ter ondersteuning van het (boven)lokaal cultuurbeleid komt u ook vaak bij infrastructuur uit.

Veel ontmoetingsplaatsen, repetitieruimtes, volkshuizen en parochiezalen staan onder druk. Vlaanderen kan onmogelijk alle infrastructuurproblemen oplossen, maar we kunnen wel creatiever nadenken over gedeeld gebruik. Waarom zouden scholen, woonzorgcentra, cultuurhuizen en verenigingen niet vaker infrastructuur kunnen delen? We weten dat culturele activiteiten in woonzorgcentra vaak positieve effecten hebben op het welzijn van inwoners. Dat soort verbindingen moet het beleid sterker stimuleren. Op dat vlak zie ik zeker kansen.Samenwerking is niet alleen een beleidsconcept, maar iets wat in de praktijk moet werken. Dat gebeurt niet zozeer omdat iemand het oplegt, maar omdat mensen elkaar vinden rond een gemeenschappelijk idee. Organisaties helpen elkaar, delen materiaal, zetten samen inhoudelijke projecten op en versterken elkaar. Dat soort dynamieken vind ik bijzonder waardevol. We moeten die koesteren en blijven steunen.

Nog even van micro naar macro, van lokaal naar ‘bovenbouw cultuur*’. Minister Gennez kondigde een visienota aan. Heeft u daarover een boodschap aan haar? 

Ja, dat haar de volgorde compleet verkeerd zit. Er zijn dit voorjaar al besparingen aangekondigd voor de bovenbouw cultuur*: het geheel van organisaties die op metaniveau bijdragen aan de ontwikkeling en ondersteuning van het brede culturele veld. In juni pas komt haar visienota. Voor mij zou het logischer zijn om eerst met de organisaties in gesprek te gaan over de noden en dan pas financiële keuzes te maken. Dat is gewoon een kwestie van respect. Mij lijkt het uitgangspunt: hoe moeten we cultuur uitbouwen? Wij gaan niet mee in de logica dat er bespaard moet worden. Elke dag zetten zij zich in voor cultuur. Dan lijkt het mij logisch dat je eerst naar hun inzichten luistert. Nu voelt het alsof de keuzes al gemaakt zijn en de visie achteraf de beslissingen moet verklaren.

Een laatste vraag. Waar wordt de minister volgens u te weinig voor gewaardeerd?

Ik denk oprecht dat zij een cultuurminnaar is. Ik geloof dat cultuur voor haar persoonlijk belangrijk is waardoor dit beleidsdomein haar na aan het hart ligt.Alleen botst ze op de keuzes die ook haar partij binnen de Vlaamse Regering maakt.En wanneer je beslist mee te gaan in een besparingslogica, ontstaat er een spanning tussen je overtuiging en het gevoerde beleid. Dat is een spreidstand die je moeilijk kan volhouden. Veel respect voor m’n collega-commissieleden die zich inhoudelijk in dossiers verdiepen en moeilijke thema's, zoals nazi-roofkunst, op tafel durven leggen. 
Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke