Betoging lage resolutie web 42

Tussen passie en politiek: waarom amateurkunsten meer erkenning verdienen

Dossier: Decreet Amateurkunsten

Amateurkunsten zijn veel meer dan een vrijetijdsbesteding. Ze brengen mensen samen, versterken gemeenschappen en vormen voor velen een eerste, vaak blijvende toegang tot cultuur. Toch staat de amateurkunstensector onder druk. De aangekondigde, ingrijpende besparing van in totaal 13% op de 9 amateurkunstenorganisaties leidt tot  grote bezorgdheid in de sector. Net op een moment dat het nieuwe Amateurkunstendecreet ambitie beloofde voor de nieuwe beleidsperiode 2027-2031.

We spraken met Vlaams parlementsleden Bram Jaques (Groen) en Manu Diericx (N-VA), die zich in de Commissie Cultuur geregeld uitspreken voor de amateurkunsten. Over hun persoonlijke band met de sector, de maatschappelijke én artistieke waarde van amateurkunsten en de gevolgen van de aangekondigde besparingen.
Manu Diericx Bram Jaques lage resolutie 04

Manu Diericx 
© Sophie Nuytten

Jullie zitten zo’n anderhalf jaar in de Commissie Cultuur. Jullie hebben ongetwijfeld veel bijgeleerd over kunst en cultuur, maar wat leerden jullie in die periode van elkaar?

Bram Jaques: “Wat we in elk geval over elkaar hebben geleerd, is dat we allebei amateurkunstenaar zijn. Dat schept toch meteen een band. We komen natuurlijk uit verschillende politieke tradities, maar in de commissie merk je hoeveel gedeelde grond er is.”Manu Diericx: “Dat klopt. Wat ik bijvoorbeeld over Bram geleerd heb, is dat hij veel sterker vanuit gemeenschap denkt dan ik vooraf had verwacht. Als het over amateurkunsten gaat, gaat het voor mij in de kern over mensen samenbrengen. En ik heb gemerkt dat we daar inhoudelijk heel dicht bij elkaar zitten.”Jaques: “Dat is misschien  een bredere les van het parlementaire werk. Van buitenaf lijken de tegenstellingen vaak groter dan ze in de praktijk zijn. De verschillen bestaan natuurlijk, maar er is ook veel dat gedeeld wordt, zeker in de Commissie Cultuur.”

Jullie nemen beiden de amateurkunsten ter harte in de Commissie Cultuur. Vanwaar die betrokkenheid?

Diericx: “Ik ben zelf amateurmuzikant. Ik heb het hele traject in het deeltijds kunstonderwijs doorlopen en speel trompet in een harmonie. In mijn tienerjaren werd dat echt een deel van mijn identiteit. Ik wilde destijds vooral een brommer om gemakkelijker naar repetities en optredens te kunnen rijden, met mijn trompet op de rug. Dat zegt eigenlijk veel over wat amateurkunsten voor mij betekenden en nog altijd betekenen.""Ik ken ook de werking van organisaties zoals VLAMO van heel dichtbij. Daardoor spreek ik in het parlement niet alleen over beleid, maar ook over iets dat ik zelf echt heb beleefd. Dat maakt het verschil.”Jaques: “Mijn parcours loopt ook via het deeltijds kunstonderwijs. Ik volgde daar muziek en toneel, maar ben uiteindelijk vooral muzikaal actief gebleven. Tijdens mijn studies speelde ik onder meer in het Gents Universitair Symfonisch Orkest. Daar ben ik  na mijn studies nog actief gebleven, onder meer in het bestuur. Zo leer je amateurkunsten in al hun facetten kennen: niet alleen artistiek, maar even goed organisatorisch en sociaal." 
Manu Diericx Bram Jaques lage resolutie 16

Bram Jaques
© Sophie Nuytten

“Een orkest is bijna een sociaal experiment. Je komt in contact met mensen die heel anders denken en leven dan jezelf. In zo’n orkest zit iedereen samen.”
Bram Jaques (Groen)
"Je leert samenwerken, verantwoordelijkheid opnemen en omgaan met verschillende mensen en meningen. En af en toe beleef je op een concert echt zo’n moment waarop alles samenvalt: al is de uitvoering misschien niet perfect, je maakt samen iets dat groter is dan de optelsom van alle delen. Dat gevoel van verbondenheid is voor mij de essentie van amateurkunsten. Het gaat ook over zelfontplooiing, zelfvertrouwen, sociale cohesie en kritisch leren kijken naar jezelf en naar anderen.”

Is het gemakkelijk om verder te kijken dan de disciplines die jullie kennen?

Jaques: “Ja, absoluut. Zodra je er bewust op begint te letten, zie je hoeveel mensen in je omgeving met amateurkunsten bezig zijn. Bijna de helft van de Vlamingen doet eraan mee. Alleen benoemen mensen dat niet altijd zo. Ze zingen in een koor, volgen een cursus fotografie, spelen toneel of tekenen. Dat wordt vaak zo vanzelfsprekend gevonden dat het bijna onzichtbaar wordt.”Diericx: “En amateurkunsten gaan natuurlijk veel breder dan alleen de mensen die zelf creëren. In de harmonie waar ik speel, zijn er bijvoorbeeld heel veel mensen die elk jaar uitkijken naar het concert. Dat zijn momenten waarop een gemeenschap samenkomt. Amateurkunsten bereiken dus ook mensen die zelf niet actief spelen of maken, maar er wel deel van uitmaken als publiek, als vrijwilliger of als supporter.”
“Amateurkunsten bereiken mensen die nooit naar een opera of een professioneel theater zouden gaan.”
Manu Diericx (N-VA)

Wat is volgens jullie het belang van amateurkunsten voor de kunsten en het bredere cultuurveld?

Jaques: “Amateurkunsten zijn absoluut geen niche. Als bijna de helft van de Vlamingen eraan deelneemt, dan heb je het over een fundament van het cultuurbeleid. Bovendien heeft actieve cultuurparticipatie een bredere impact: wie zelf kunst beoefent, vindt ook makkelijker de weg naar andere culturele ervaringen, zoals naar een expo of voorstelling gaan. Daarnaast overstijgt amateurkunst het cultuurbeleid. Het raakt ook aan welzijn, onderwijs, integratie, mentale gezondheid en lokale economie.
“De maatschappelijke return is groot, maar wordt nog te weinig als dusdanig erkend.”
Bram Jaques (Groen)
Diericx: “Voor mij zit de kracht vooral in de gemeenschapsvorming. Mensen komen samen in verenigingen, op repetities, tijdens toonmomenten. Dat groeit spontaan en van onderuit. Precies daarin schuilt hun grote waarde.”
Manu Diericx Bram Jaques lage resolutie 02

Bram Jaques en Manu Diericx
© Sophie Nuytten

Jullie zijn allebei kritisch over de ingrijpende besparingen op de amateurkunstenorganisaties. Waarom?

Diericx: “Mijn voornaamste kritiek is dat die organisaties te gemakkelijk als ‘bovenbouw’ of tussenniveau worden voorgesteld. Dat klopt voor een deel van hun werking misschien, maar zeker niet voor het geheel. Ze staan net heel dicht bij amateurkunstenaars en verenigingen. Als je hen behandelt alsof het louter ondersteunende structuren zijn, misken je wat ze in de praktijk doen. De besparingen treffen dus echt mensen op het terrein."
“De amateurkunstenorganisaties leveren belangrijk werk, rechtstreeks voor verenigingen en amateurkunstenaars.”
Manu Diericx (N-VA)
Diericx: "Daarnaast is ook de timing problematisch. Organisaties hebben in december 2025 beleidsplannen ingediend binnen een nieuw decreet dat ambitie uitstraalde, en kregen vervolgens kort daarna te horen dat er ingrijpend bespaard moet worden. Dat ondergraaft hun autonomie en maakt degelijk plannen bijzonder moeilijk.”Jaques: “Ik vind het vooral een fundamentele denkfout om die organisaties te bekijken alsof het klassieke steunpunten zijn. Dat is niet alleen intellectueel oneerlijk, maar ook cultureel fout. Ze zijn historisch gegroeid vanuit een nauwe relatie met hun disciplines en hun achterban. Daardoor hebben ze een heel eigen plaats in het veld.""Zo’n besparing heeft reële gevolgen op het terrein: minder coaching, minder ondersteuning, minder toonmomenten en minder ruimte om in te spelen op wat lokaal of disciplinespecifiek nodig is. Dat gaat niet over efficiëntiewinst, maar over een amputatie van taken die echt een verschil op het terrein maken.”

Het nieuwe Amateurkunstendecreet dat in 2025 van start ging, legde veel ambitie op tafel, met name voor talentontwikkeling en internationalisering. Hoe schatten jullie de kansen voor dat decreet in onder de ingrijpende  besparingen?

Diericx: “Het sterke aan dat decreet was net dat er veel draagvlak voor was. Het vertrok vanuit overleg en uit de praktijk van de sector zelf. Veel organisaties herkenden zich erin. Daarom is het zo jammer dat de uitvoering nu in een besparingscontext terechtkomt. Als er nog verder bespaard wordt, kom je op een punt waarop je je moet afvragen of alle opdrachten en ambities nog haalbaar blijven, zeker voor de kleinste organisaties.”Jaques: “Wat mij betreft heeft de sector de voorbije decennia juist kunnen groeien omdat die organisaties altijd de kunstenaar centraal hebben gezet. Niet de structuur, maar de praktijk. Als je daar nu anders naar gaat kijken, riskeer je niet alleen ondersteuning te verliezen, maar ook bereik, kwaliteit en ontwikkeling. Daarnaast wijs ik erop dat de besparing een politieke keuze is van de Vlaamse Regering.”
“De amateurkunstenorganisaties hebben altijd de kunstenaar centraal gezet. Niet de structuur, maar de praktijk.”
Bram Jaques (Groen)
Diericx: “De Vlaamse Regering heeft natuurlijk een bedrag aan besparingen vastgelegd, en de Cultuurminister doet een voorstel over ze dat verdeelt. Mijn grootste probleem is dat de amateurkunstenorganisaties daarbij zwaarder geraakt worden dan gemiddeld.”

We hadden het al over de maatschappelijke rol van amateurkunsten. Ze spelen ook een rol in onderwijs. Wat moet daar volgens jullie meer aandacht krijgen?

Jaques: “We hebben nood aan een duidelijke en geloofwaardige visie op cultuur en onderwijs. Die moet verder gaan dan mooie woorden. Het deeltijds kunstonderwijs is daarin een belangrijke partner, maar er is meer nodig. Kunst en cultuur moeten aanwezig zijn op school, en amateurkunsten moeten daarin ook expliciet erkend worden. Een eerste kennismaking is belangrijk, maar er moet ook een doorstroom mogelijk zijn naar duurzame deelname buiten de schoolmuren.”Diericx: “Cultuur op school is voor mij ook belangrijk omdat het democratisch werkt: daar kan echt iedereen ermee in contact komen. Tegelijk mogen we niet verwachten dat we alle maatschappelijke verwachtingen op het onderwijs afwentelen. Ik geloof meer in een samenwerking tussen scholen, lokale besturen en verenigingen. Alleen moet je ook realistisch zijn: veel amateurkunstenverenigingen draaien op vrijwilligers, en die kunnen niet zomaar overdag op school aanwezig zijn. Dat is meteen ook de kracht én de kwetsbaarheid van de sector.”
“Ik geloof in de driehoek scholen – lokale besturen – verenigingen.”
Manu Diericx (N-VA)
Jaques: “Net daarom vind ik lokaal beleid zo belangrijk. In veel steden en gemeenten zijn amateurkunsten de kern van het lokale culturele weefsel. Maar Vlaanderen heeft weinig hefbomen om lokale besturen daar echt in mee te nemen. Dat blijft voor mij een gemiste kans.”

Dit interview werd afgenomen vóór de publicatie van de conceptnota "Kunst en cultuur voor elke leerling" waarin Cultuurminister Gennez en Onderwijsminister Demir hun plannen voor cultuureducatie uit de doeken doen. Deze conceptnota werd op 23 april besproken in de commissie cultuur van het Vlaams Parlement.

Amateurkunsten zijn ook een hefboom voor professionele kunsten. En toch wordt het soms te vaak eenzijdig weggezet als “hobby”. Stoort jullie dat?

Jaques: “Ja, omdat dat woord vaak de lading niet dekt. Voor veel mensen zijn amateurkunsten geen vrijblijvende bezigheid, maar een wezenlijk onderdeel van hun identiteit en hun sociale leven. Door het te reduceren tot iets bijkomstig, onderschat je de artistieke, sociale en persoonlijke betekenis ervan.”
“Ook de wisselwerking tussen amateur- en professionele kunsten is heel belangrijk.”
Bram Jaques (Groen)
Jaques: "Amateurorkesten bijvoorbeeld bieden ook kansen aan professionele muzikanten om ervaring op te doen of op een andere manier actief te blijven. Die uitwisseling werkt in beide richtingen en maakt het hele veld sterker.”

Hoe kunnen we de impact van amateurkunsten zichtbaarder maken?  

Jaques: “Voor mij wordt amateurkunst vandaag nog te vaak te verkokerd benaderd. Daardoor wordt de waarde en impact ervan te weinig gecapteerd door het beleid. Het gaat over burgerschap, ontwikkeling en samenleven. Als jullie zeggen dat de organisaties meer dan 2000 samenwerkingen aangaan, dan moet die verknoping zichtbaarder worden." "Ik denk dat de sector soms nog te bescheiden is in het benoemen van de impact. Amateurkunsten zijn diep verweven met ons bredere culturele landschap. Die wisselwerking met andere organisaties en met professionele kunsten is sterk, maar mag nog duidelijker naar voren komen in het publieke debat.” 
Diericx: “Laat mensen gewoon eens meekomen naar een repetitie en blijf daarna ook nog een uur hangen. Dan zie je meteen wat amateurkunsten betekenen. Niet alleen artistiek, maar ook sociaal. De kwaliteit én de gemeenschapsvorming mogen nog veel sterker in beeld worden gebracht. En laat ons dat ook vooral niet te geïnstitutionaliseerd raken. De overheid moet niet alles willen overnemen." "Als het gaat over besparingen, wordt er veel gesproken over efficiëntiewinsten. Natuurlijk is er altijd marge voor verbetering, maar nu wordt veel bestaande samenwerking gewoon te weinig gezien. Dat moet zichtbaarder worden.” 

Tot slot: wat wensen jullie minister Gennez nog toe voor de rest van haar legislatuur? 

Diericx: “Ik wens haar vooral voldoende kennis toe van wat de amateurkunstenorganisaties elke dag doen en betekenen. Want pas als je dat van dichtbij ziet, begrijp je hoe essentieel die werking is. Ik hoop ook dat ze zelf kan genieten van de kwaliteit die er in het amateurkunstenveld te vinden is. Niet alleen in de grote cultuurhuizen of bij beroepskunstenaars, maar ook bij amateurkunstenaars."
“Ik hoop dat minister Gennez kan genieten van de kwaliteit die er in het amateurkunstenveld te vinden is.”
Manu Diericx (N-VA)
Jaques: “Ik wens haar een open deur op haar kabinet toe: veel gesprekken met organisaties, makers en vrijwilligers, en vooral ook de bereidheid om écht te luisteren. En daarnaast hoop ik op de politieke moed om niet verder af te bouwen, maar te kiezen voor investeringen in plaats van besparingen.” 
Manu Diericx Bram Jaques lage resolutie 32

Bram Jaques, Manu Diericx en Valérie Wolters (Zinnema)
© Sophie Nuytten

Dit interview werd afgenomen bij Zinnema, het Open Talentenhuis in Brussel, dat vrijetijdskunstenaars uit de hoofdstad en de Rand ondersteunt en promoot.

Raadpleeg de tussenkomsten en discussies over amateurkunsten in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement in het dossier 'Decreet Amateurkunsten'