Brussels regeerakkoord op de rooster

De Brusselse regering is (al) gevormd. Wat leert een eerste lezing van het regeerakkoord over sociaal-cultureel werk of cultuur tout court? Nog niet erg veel, zo blijkt. Het is zoeken met een vergrootglas naar termen als verenigingen, vrijwilligers en vrije tijd. We zetten de meest markante passages uit de gemeenschappelijke beleidsverklaring én het VGC-akkoord voor u op een rijtje.  

Brussel. Een geval apart

Netjes op tijd, voor de eigen vooropgestelde deadline van 21 juli 2019, bereikten de Brusselse onderhandelaars (Groen, Open VLD en one.brussels-SP.A aan Nederlandstalige zijde en Ecolo, PS en Défi aan Franstalige kant) een akkoord over de vorming van hun regering. Al zat daar de laatste weken nog flink wat vertraging op door het mislukte manoeuvre om ook MR aan boord te hijsen. Op 18 juli presenteerden de zes partijen hun regeerakkoord, met de weinig welluidende titel: Gemeenschappelijke Algemene Beleidsverklaring van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Regeerperiode 2019-2024. De titel an sich bevat geen enkele indicatie van de belangrijkste ambities. Wie verder kijkt, merkt dat Vervoort III vooral inzet op wonen, mobiliteit, klimaat en efficiënt bestuur. Dit weerspiegelt zich ook in de drie pijlers van het 133 pagina’s tellende document: (1) waardig leven, (2) economische en sociale ontwikkelingen in een ecologisch model en (3) overzichtelijke instellingen en dienstverlening.
Brussel Jubel

Geloof in de rol van het maatschappelijke middenveld

De inleiding legt al meteen de link naar het maatschappelijke middenveld. “Een oplossing (voor stedelijke uitdagingen  zoals een koolstofarme stad, nvdr) is pas mogelijk als zij gedeeld en gedragen is door de Brusselaars.” “Deze regering kiest voor thematische maatregelen en strategische doelstellingen met een grote inbreng van het maatschappelijk middenveld, om Brusselaars bv. toegang te geven tot een gezonde en aangename leefomgeving.” Of nog: “De regering zal de ondersteuning van het maatschappelijk middenveld (levenslang leren, sociale cohesie, schooldiensten, …) versterken in het licht van haar rol in de strijd tegen discriminatie.” Verenigingen worden nog een aantal keer genoemd als partner van of middel voor het beleid. Bijvoorbeeld als het gaat om armoedebestrijding, verkeersveiligheid, toerisme of klimaatmaatregelen. Omgekeerd “wil de regering ervoor zorgen dat alle culturele en artistieke praktijken worden gewaardeerd als een instrument voor interculturele dialoog.

Sociaal-culturele toets ontbreekt in grote mate

Meespelen op het internationale toneel. In die context komt cultuur nog het meest expliciet aan bod in dit regeerakkoord. Brussel wil namelijk meedingen naar de titel van Culturele Hoofdstad 2030 en die kandidatuur moet de aanzet vormen om creatieve krachten te bundelen. Het voornemen luidt: “de culturele sector op grote schaal te betrekken bij dit initiatief.” We laten meteen optekenen dat ook het sociaal-cultureel werk en de amateurkunsten graag betrokken worden. In dezelfde alinea lezen we nog dat “de diversiteit van het cultuuraanbod, de instellingen en het publiek weerspiegelt moet worden en het cultuurbeleid emancipatorisch en toegankelijk moet zijn voor alle Brusselaars.” Op geen enkel moment wordt sociaal-cultureel volwassenenwerk hier (of elders) met naam en toenaam genoemd, maar we voelen wel degelijk affiniteit met deze passus.  
Het sociaal-cultureel aspect is in het gemeenschappelijk Brussels regeerakkoord wat mager uitgevallen. De VGC 'Brussel is wat we delen'-nota is iets concreter.
De Federatie

Veel verwachtingen van burgerinitiatieven

Institutionele vernieuwingen moeten het makkelijker maken om burgerinitiatieven op te zetten of overheid en burgers te laten samenwerken om transitiedoelstellingen te halen.” Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lijkt op zoek naar een nieuw model van afstemming en co-creatie. Ook deze zin getuigt hiervan: “We hopen dat de Brusselaars de democratische ruimte innemen en steunen alle initiatieven die de Brusselse identiteit, de sociale cohesie en de verbondenheid van de Brusselaars met hun wijk, hun gemeente, hun Gewest versterken.

Wat partijen de komende vijf jaar beloven te doen

Naast voornemens die nog heel wat ruimte voor interpretatie laten, komt de Brusselse regering af en toe heel concreet uit de hoek. Zo vernemen we dat deze ploeg wil inzetten op digitale productieruimten zoals fablabs, men denkt aan de oprichting van een Brussels centrum ter promotie van street art, steun gegarandeerd is voor verenigingen die voorwerpen een tweede leven willen geven - bv. door recyclage, re-use by design of repair cafés - en de overheid in overleg met de academische wereld en betrokken verenigingen een denkoefening wil opstarten over symbolen in de openbare ruimte die te maken hebben met de kolonisatie Opmerkelijk is verder de inzet op een globaal meertalige beleid bij de Brusselaar i.f.v. de Brusselse identiteit, burgerschap, sociale promotie en cohesie. Dit wordt zelfs een aparte bevoegdheid voor minister Sven Gatz. Hij gelooft daar immers sterk in (lees er ons volgend Wascabi-magazine maar op na). Dat beleid zal zich overigens niet beperken tot onderwijs of werkgelegenheid, maar zal ook impact hebben op de sector cultuur.
Brussels Stadhuis

Onze Brussel Bindt nota sloeg de nagel op de kop

In aanloop van de verkiezingen penden 30 Brusselse koepelorganisaties een uitgebreide wensennota neer. In het regeerakkoord zien we een aantal issues opduiken die duidelijk verband houden met de door ons geformuleerde noden. Hier zou op volgende wijze aan tegemoet worden gekomen:
  • Een uniek loket voor Brusselse cultuurspelers en kunstenaars. Daar wil Brussel de komende jaren voor ijveren. Het gaat om “een bestuursmatige vereenvoudiging in het cultuurbeleid met het oog op samenwerking tussen de gewestelijke en gemeenschapsvormende instanties.” En de ambitie om als smart city door het leven te gaan. “De kwaliteit, efficiëntie en interactiviteit van de openbare diensten moet verbeteren.” Graag, maar niet ten koste van flexibiliteit en coaching van verenigingen, is ons devies.

  • Participatie moet plaatsvinden in een vroeg stadium.” “De Regering wenst het maatschappelijk middenveld  actiever te betrekken bij de besluitvorming.” Wij schoven onszelf al naar voor als relevante partner bij o.a. stadsbrede projecten, gezien de brede achterban en beproefde methodieken.
  • De regering zal een beleid voeren dat erop gericht is de levensomstandigheden in de wijken rustiger te maken en te verbeteren, …Groen en openbare ruimten worden voorzien waar het veilig en goed is om leven.” Sociaal-cultureel werk en amateurkunsten maken er graag mee werk van.
  • Verder wil Brussel meer ondersteuning bieden voor innovatie in de verenigingssector. Hopelijk ook het cultuurleven. En hopelijk door voldoende basisbudget te voorzien zodat verenigingen binnen hun eigen werking witruimte kunnen creëren voor experiment en samenwerking. 

Participatief en inclusief besluitvormingsproces

Een interessante passage vinden we aan het slot van het akkoord.  Daarin geeft de regering te kennen dat ze veel belang hecht aan een kwaliteitsvolle en permanente sociale dialoog. Zo denkt men eraan buitengewone ministerraden te organiseren “die gewijd zijn aan Brusselse thema’s waarbij het maatschappelijk middenveld betrokken zal worden.” Een mooie kans voor de democratie. Verder is sprake van een vernieuwd inspraakmodel dat de diversiteit van het Brussels Gewest moet weerspiegelen, steun voor participatieve en coöperatieve begrotingen en de installatie van gemengde commissies met burgers en verkozenen de wetgevende initiatieven kunnen nemen.

Proficiat... en succes!

Het is staatssecretaris Pascal Smet (stedenbouw, patrimonium, buitenlandse zaken, …), binnen de VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie) bevoegd voor Jeugd, Cultuur en Sport, die de komende maanden helder zal moeten maken wat hij exact voor ogen heeft met onze sector. Het 'Brussel is wat we delen'-akkoord van de VGC, biedt al iets meer houvast. Dit bestuursakkoord bevat vijf rode draden en veertien thematische hoofdstukken. Daarin spreken de onderdelen 'Een cultuur van betrokkenheid en participatie' en 'Cultuur: één deur, ontelbare kamers' ons het meest aan.
Sven Gatz Pascal Smet 02

Staatssecretaris Pascal Smet, binnen de Vlaamse Gemeenschapscommissie bevoegd voor Jeugd, Cultuur en Sport.

Met een veelkleurig socio-cultureel verenigingsleven versterken we Brussel als bruisende, spannende culturele hoofdstad.
Vlaamse Gemeenschapscommissie

VGC wil bondgenoot van middenveld zijn

Zo lezen we dat 'de ondersteuning van het verenigingsleven in al zijn vormen een focus blijft voor de VGC' en dat 'de VGC sociaal-cultureel werk en amateurkunsten de ruimte wil geven om te blijven groeien en bloeien en te doen wat het graag en goed doet.' De VGC waardeert het feit dat sociaal-culturele praktijken het voortouw nemen als laboratoriumplek voor Vlaanderen. Daarom wil ze de zichtbaarheid van de impact van deze verenigingen verhogen. Verder wil dit bestuur samenwerking tussen bestaande culturele organisaties en nieuwe los-vaste (burger)initiatieven versterken. De VGC geeft ook aan bijzondere aandacht te willen schenken aan experiment, nieuw talent en kleinere organisaties (o.a. door een correcte subsidiëring van allen). De experimentele 'projectoproep Bruss-it wordt daarbij genoemd bij naam en toenaam.  De verbindende rol van cultuur wordt meermaals aangehaald. Zoveel mogelijk mensen laten participeren is een uitgesproken doel. Brede scholen, een veelzijdig cultuuraanbod in de gemeenschapscentra, straffe kunsthuizen, een masterplan atelierruimte, betere samenwerking en de uitbouw van Paspartoe horen allemaal thuis in dit rijtje. De expliciete focus op senioren en geluk is daarbij opmerkelijk.  Tot slot stippen we deze zinsnede nog aan: 'Naast nieuwe burgerinitiatieven blijven het klassieke middenveld en klassieke adviesraden belangrijk.Dit , volgens ons, enigszins kunstmatige onderscheid komen we wel vaker tegen in beleidsteksten. Maar De Federatie stelt vast dat op het terrein dit onderscheid tussen 'nieuw' en 'klassiek' (what's in a name, overigens?) veel minder reëel is. De verwevenheid en kruisbestuiving tussen beide is zichtbaar in talloze wijken, buurten, steden en gemeenten. De biotoop van een initiatief speelt daarbij vaak veel minder een rol dan de maatschappelijke toekomstvisie die men deelt.  Het is nu afwachten in welke mate de Brusselse voornemens in de praktijk worden omgezet. De Federatie en de werkgroep Brussel gaan alvast graag in op de uitgestoken hand die we menen te zien in de beleidsintenties van de Brusselse beleidsmakers. 

In dialoog gaan over de toekomst van het Brussels sociaal-cultureel volwassenenwerk? Sla er de wensennota 'Brussel Bindt' opnieuw op na.