Betoging lage resolutie web 42

Claim rond beeldmateriaal tegen jouw vzw: wat kan je doen?

Dossier: Zakelijk en financieel

Een onschuldige online-uitnodiging met een fijne foto kan voor een VZW jaren later onverwacht uitmonden in een hoge schadeclaim, soms zelfs met dreiging van een rechtszaak. Om organisaties beter te wapenen tegen dit soort claims organiseerde Socius op 23 oktober een webinar, waarin jurist Joris Deene (Everest Law) en expert Shannen Van den Hoek (Cultuurloket) de belangrijkste principes rond auteursrecht, portretrecht en schadeclaims toelichtten. We vatten hier de voornaamste elementen van het webinar samen.

Control c

Terwijl het respecteren van auteursrechten logisch en noodzakelijk is, blijft de wetgeving ondoorzichtig, met veel uitzonderingen en subjectieve begrippen. Voor vzw's is het allesbehalve evident om correct in te schatten of een foto al dan niet auteursrechtelijk beschermd is. Al jaren speuren private bedrijven zoals Visual Rights Group, Copytrack en PicRights het internet af op zoek naar inbreuken op beeldgebruik. Zij sturen hoge, vaak eenzijdig vastgelegde facturen en hanteren daarbij soms agressieve communicatie. Hoewel sommige erkend zijn als onafhankelijke beheersentiteit, werden hun praktijken ook al in juridische uitspraken aan de kaak gesteld. 

Wanneer is een foto auteursrechtelijk beschermd?

Een werk is beschermd wanneer het concreet vorm heeft gekregen en het resultaat is van een ‘intellectuele schepping’ met een duidelijke individuele stempel . Het hoeft niet artistiek te zijn en de tijdsinvestering speelt geen rol. Wel moet de maker kunnen aantonen welke creatieve keuzes werden gemaakt. Dit originaliteitscriterium vormt ook later de basis bij betwistingen.

Deene bevestigde deze lijn en benadrukte dat dus niet elke foto auteursrechtelijk beschermd is. Vooral banale beelden – foto’s zonder duidelijke creatieve keuzes – kunnen buiten het beschermingskader vallen. In die gevallen kan een fotograaf worden verplicht om te bewijzen dat zijn werk origineel is.

Wanneer is toestemming nodig?

Van den Hoek schetste dat auteursrechten bestaan uit morele en vermogensrechten. Voor elk gebruik dat neerkomt op reproductie, distributie of publieke mededeling is toestemming vereist, tenzij een uitzondering geldt.

Deene koppelde dit aan concrete dossiers: zodra een foto op een website wordt geplaatst, is er sprake van publieke mededeling. Ook het loutere opslaan van een foto op een server is juridisch een reproductie waarvoor toestemming nodig is, zelfs als het beeld niet zichtbaar op de website staat.

Belangrijk is dat het Belgische recht vertrekt van objectieve aansprakelijkheid. Dit impliceert dat te goeder trouw handelen of een kleine vzw zijn niets verandert aan de vaststelling van een inbreuk, al kan het wel de uiteindelijke schadevergoeding beïnvloeden.

Is de claim gegrond?

Een opvallend element in de presentatie van Deene was de vraag hoe een beheersentiteit moet bewijzen dat een foto effectief gebruikt werd. Vaak wordt een screenshot meegestuurd, maar in tijden van AI-beeldmanipulatie zou een rechter echter niet altijd geneigd zijn om dat als sluitend bewijs te aanvaarden. Strikt genomen zou een officiële vaststelling door een gerechtsdeurwaarder meer zekerheid bieden. De bewijslast ligt namelijk volledig bij degene die de claim indient.

Deene waarschuwde dat beheersentiteiten niet altijd vermelden wie de fotograaf is of op basis van welk mandaat ze optreden. Organisaties hebben het recht om die informatie op te vragen. Zeker wanneer fotografen hun rechten hebben overgedragen aan persagentschappen zoals Belga, moet de volledige keten van overdracht kunnen worden aangetoond. Ontbreekt dat bewijs, dan is een claim niet gegrond.

Portretrecht

Beide sprekers belichtten het portretrecht. Van den Hoek verduidelijkte dat voor het nemen van foto’s in de publieke ruimte vaak een impliciete toestemming geldt, zolang mensen kunnen zien dat er gefotografeerd wordt. Zodra een van die foto’s echter op een website wordt gezet, is de toestemming nodig van de herkenbare personen.

Deene vulde aan dat een fotograaf in geval van een claim moet kunnen aantonen dat de geportretteerde toestemming gaf voor commerciële exploitatie. Zonder dergelijk bewijs kan een schadeclaim ongeldig zijn.

Vier uitzonderingen op het auteursrecht

Van den Hoek lichtte vier belangrijke uitzonderingen toe: (1) citaatrecht (2) parodie (3) vrijheid van panorama en (4) occasionele achtergrondinformatie.

Mits het voldoen aan vier strikte voorwaarden, zoals correcte bronvermelding, geoorloofde openbaarmaking, eerlijk gebruik, en een afgebakend doel, is er geen toestemming nodig voor citaten .

De uitzondering voor parodie geldt enkel bij duidelijke humor of spot zonder schending van morele rechten. Er moet dus een duidelijk verschil zijn met het bestaande werk. Dit is natuurlijk een subjectief gegeven, zeker omdat u steeds respect moet hebben voor de morele rechten van de auteur.

Ten derde is er vrijheid van panorama als werken permanent in de publieke ruimte staan en als u de foto ervan niet commercieel exploreert. U mag dus bijvoorbeeld een foto nemen van het Atomium, maar die foto niet zomaar gebruiken op koffietassen die u gaat verkopen.

Tot slot is er sprake van occasionele achtergrondinformatie , wanneer een werk slechts toevallig in beeld komt en de reproductie niet het doel van de foto is. Gaat u bijvoorbeeld met uw vereniging naar een tentoonstelling, dan kan u een groepsfoto nemen voor een kunstwerk zonder dat u daarvoor de toestemming nodig hebt van de kunstenaar. Het kunstwerk is immers publiek toegankelijk en het doel van de foto is niet de reproductie van het werk.

Deene focuste hierbij nog op het informatieve citaatrecht, wat interessant is voor vzw's die verslag uitbrengen over actuele gebeurtenissen die relevant zijn voor de vzw of voor de sector. Iedereen – niet enkel mediabedrijven – kan zich hierop beroepen zolang de voorwaarden worden gerespecteerd, inclusief bronvermelding van de fotograaf.

Schadeclaims: redelijkheid versus rechtsmisbruik

Deene wees op de vaak hoge schadeclaims die beheersentiteiten sturen. In de praktijk moeten deze bedragen echter overeenstemmen met de werkelijk geleden schade. Rechters baseren zich meestal op tarieven van organisaties zoals Sofam en verhogen die enkel wanneer dat aantoonbaar gerechtvaardigd is, bijvoorbeeld door langdurig gebruik of het ontbreken van naamsvermelding.

Verdubbeling of verdrievoudiging van tarieven zonder motivatie werden al geregeld door het Hof van Cassatie teruggefloten. In andere zaken hebben rechters al claims verlaagd of afgewezen wanneer beheersentiteiten onvoldoende bereid waren tot redelijke dialoog. Ze roepen dan het principe van ‘rechtsmisbruik’ in, dat stelt dat u het recht niet mag uitoefenen op buitensporige of brutale wijze.

Praktische aanpak voor vzw's

Als u als vzw een claim ontvangt, dan stelde Deene een checklist voor om die claim te beoordelen:

  • Is er effectief een inbreuk vastgesteld?

  • Is de foto origineel en door een mens gemaakt?

  • Wie is de fotograaf?

  • Is er bewijs van mandaten en overdracht?

  • Valt de foto onder een wettelijke uitzondering?

Reageren op een claim is altijd verstandig. Hoewel het volledige negeren van een claim zelden leidt tot een rechtszaak, blijft het een afweging van risico’s.

Onder het motto voorkomen is beter dan genezen benadrukte Van den Hoek tenslotte dat er heel wat rechtenvrije platformen voor foto’s bestaan, evenals andere alternatieven, zoals het gebruik van eigen beeldmateriaal en Creative Commons-licenties.

Conclusie

Het webinar maakte duidelijk dat vzw's best omzichtig omspringen met het gebruik van digitaal beeldmateriaal, maar tegelijkertijd dat organisaties niet machteloos staan tegenover buitensporige claims. Een correcte inschatting van auteursrechten, uitzonderingen en bewijsvoering biedt een stevig kader om claims te beoordelen en beeldmateriaal verantwoord te gebruiken.

Dit artikel verscheen eerder in VZW Actueel

Bart Verhaeghe Neem contact op met Bart