Betoging lage resolutie web 42

Naar een optimaal kader voor het lokaal kunstenbeleid

Opvallend, de Visienota Kunsten en Erfgoed benadrukt stellig het belang van een goede afstemming tussen lokale besturen en Vlaanderen. Ook vanuit de sectoren amateurkunsten en sociaal-cultureel volwassenenwerk pleiten we voor een samenhangend kader waarbij de Vlaamse overheid (boven)lokaal cultuurbeleid versterkt. We reflecteren op enkele ambities die minister Caroline Gennez in haar nota naar voren schuift. En we benoemen hoe ook onze sectoren ontegensprekelijk (kunnen) bijdragen aan dit sterker ecosysteem. 

Kunsten zijn verbonden met cultureel erfgoed, bibliotheken hebben linken met cultuurhuizen, amateurkunsten raken aan sociaal cultureel werk… Bovendien presenteert het brede culturele landschap zich in vele laagjes: Vlaams, bovenlokaal, lokaal. Alles haakt op elkaar in. Ieders troeven vormen samen een mooi kaartendek. Minister Gennez knoopt alvast enkele dimensies stevig aan elkaar vast: Kunsten en Cultureel erfgoed, staan voor het eerst in eenzelfde visienota. Daarbij benoemt ze 6 uitdagingen voor de toekomst. Ze erkent de belangrijke rol van lokale besturen in het kunsten- en cultureelerfgoedbeleid en benoemt de nood aan betere afstemming tussen lokaal, bovenlokaal en Vlaams beleid. 

Waar komen onze sectoren dan om het hoekje kijken?

Formeel richt de minister in deze nota haar toekomstblik op de professionele kunsten- en erfgoedsector. Maar inhoudelijk sluit de nota sterk aan bij doelstellingen uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk: gemeenschapsvorming, participatie, democratisering van cultuur, inclusie, dialoog en actieve betrokkenheid van burgers. Voor de amateurkunstensector zijn ook de passages over lokale verankering, experiment, hybride expressievormen en kunsteducatie relevant. De visienota is qua beleidsmatige uitwerking uiteraard vooral gericht op professionele kunsten- en erfgoedstructuren. Hoewel amateurkunsten en sociaal-cultureel werk slechts sporadisch worden vermeld, spelen deze sectoren een pertinente rol in verschillende prioriteiten uit de visienota. Enkele voorbeelden. 
Camera

Talentonwikkeling en cultuureducatie 

Wij zoomen even in: van cultuureducatie naar kunsteducatie. Als we het hebben over kunsteducatie gaat het om het begrijpen en/of aanleren van kunst. In dat laatste geval spreken we van talentontwikkeling. Voor beide is lokaal een rol weggelegd. Kinderen tot volwassenen ontwikkelen hun (eerste) artistieke vaardigheden in lokaal verankerde scholen, cultuurhuizen, maar even goed academies, koren of toneelgroepen en sociaal-culturele organisaties als Wisper, Ferm en Masereelfonds. Hier kan talent groeien en is plaats voor experiment. Het gaat om artistieke ontplooiing los van, of in connectie met professionele kunsten. In al die contexten is er zuurstof, vertrouwen en feedback om kunst te leren beoefenen omwille van het plezier; of voor wie zin heeft, een stap te zetten naar de professionele kunstenwereld. 
In een ideale wereld proeven kinderen op jonge leeftijd op school of in de voor-of naschoolse opvang van kunst en cultuur. Vervolgens kunnen ze in hun vrije tijd hun artistieke hobby verderzetten in het lokale kunstenaanbod, het amateurkunstenveld of het deeltijds kunstonderwijs. Wie zich verder wil ontplooien, kan doorstromen naar het hoger kunstonderwijs of het non-formeel opleidingsaanbod in het brede kunsteducatieve veld. En dat een leven lang op alle leeftijden. Om dit mogelijk te maken moeten alle spelers betrokken worden: van amateurkunsten en sociaal-cultureel werk tot professionele kunsten, erfgoed én meer, zowel lokaal als bovenlokaal tot Vlaams. Voor het bredere begrip 'cultuureducatie' geldt overigens hetzelfde. 

Artistiek spreidingsvraagstuk  

Hoe kunnen we spelers en makers voldoende toonkansen bieden om hun creaties aan het brede publiek te tonen? Lokale cultuurhuizen waren en zijn vaak het antwoord. Maar de band Vlaanderen (die vele makers ondersteunt) en lokale besturen (die een sleutelrol spelen in spreiding) is doorgeknipt. En zeker in tijden van besparing is wisselwerking nog minder evident. Al zeker niet voor nichevormen van kunst (documentairefilm, proza schrijven, burleske dans,…). Laten we het perspectief even open trekken. Sociaal-cultureel werk en de amateurkunstenorganisaties hebben een ‘landelijke’ opdracht. Dat betekent dat zij over heel Vlaanderen (zelfs superlokaal) acties en activiteiten organiseren. Toeleiden naar het cultuuraanbod zit in hun dna. Denk aan: kunstenaars uitnodigen, een workshop organiseren naar aanleiding van een expo, het aanbieden van atelier- en toonplekken, co-producties opzetten, faciliteren om optredens bij te wonen, enz. Ook zo komen kunsten én erfgoed potentieel in elke Vlaamse gemeente terecht. Investeren in het (boven)lokaal verenigingsweefsel is investeren in de spreidingskwestie van kunsten- en erfgoedbeleid. Vlaamse stimulansen mogen niet uitblijven. Cross-overs tussen sociaal-cultureel volwassenwerk of amateurkunsten en professionele kunsten of erfgoed kunnen meer en bredere publieksparticipatie bevorderen.

Gedeelde ruimte

Over ruimte delen, vloeide van ons kant uit al veel inkt. Op dat vlak is er niet alleen visie nodig, maar ook handvaten voor de praktijk. We verwijzen ondermeer naar dit artikel: De Federatie | Forse aandacht en budgetten voor…
De Strategische Visienota Kunsten en Cultureel Erfgoed maakt heel wat los aan gedachten en kansen. Wij onderschrijven de noodzaak aan structurele afstemming tussen Vlaanderen en lokale besturen op vlak van (het bredere) cultuurbeleid. Daarbij zijn amateurkunsten en sociaal-cultureel volwassenenwerk geen randspelers maar essentiële schakels in het culturele ecosysteem. Onze sectoren staan Vlaanderenbreed in voor een divers en laagdrempelig aanbod. Tegelijk spelen ze dagelijks in op een aantal prioriteiten die de visienota naar voren schuift. Zo bieden ze een kweekvijver voor talent, experiment en kunnen zorgen voor toeleiding naar het kunsten- en erfgoedaanbod. Daarbij zouden cultuureducatie en talentontwikkeling nog veel meer als een doorlopende leerlijn benaderd moeten worden. Kortom, de key = 'connecting the dots'. Nog meer dan nu. Tussen alle bestuursniveaus en vanuit de kracht van elk van de sectoren. 
Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke