Renovatieplicht voor verenigingsinfrastructuur: ministers aan de tand gevoeld
vrijdag 23 mei 2025
Dossier: Zakelijk en financieel
Al sinds 2022 zijn eigenaars van niet-residentiële gebouwen verplicht om te renoveren wanneer een pand verkocht wordt, en wanneer ze een EPC-waarde F of lager hebben. Tegen 2030 zou renoveren tot een hogere EPC-waarde verplicht worden voor elk niet-residentieel gebouw. De commissie Cultuur van het Vlaams parlement besprak wat dit betekent voor verenigingen, en hoe de ondersteuning vanuit de overheid beter kan.
Wat houdt de renovatieplicht in?
Binnen de doelstelling van koolstofneutraliteit in Vlaanderen, legde de Vlaamse overheid verplichtingen op om het energieverbruik van niet-residentiële gebouwen (i.e. alle gebouwen die geen woning zijn) te verkleinen. Zo moeten eigenaars van een niet-residentieel gebouw zorgen voor:
- dakisolatie die voldoet aan de isolatienorm
- dubbele beglazing
- vervanging van centrale verwarmingsopwekkers ouder dan 15 jaar
- vervanging van koelinstallaties ouder dan 15 jaar.
Stevig kostenplaatje
Dat kost allemaal geld natuurlijk, en verenigingen zijn zich daar ook goed bewust van. Uit de KBS barometer 2024 (meer info in dit artikel) blijkt dat 60% van de verenigingen in België op de hoogte zijn van de renovatieplicht. Meer nog, uit een bevraging van 80 verenigingen gaven er 16 (20%) aan dat de renovatieplicht (mee) aan de oorzaak lag van financiële moeilijkheden. Een derde van de Belgische verenigingen zijn eigenaar van een gebouw, en 9% is “van plan om eigen infrastructuur aan te kopen of te bouwen”. Zo zou bijna de helft van de verenigingen in de scope van de renovatieplicht komen. Het niet naleven van de renovatieplicht kan verenigingen duur komen te staan: sancties variëren van 500 tot 200.000 euro (!). Niet dat verenigingen die extra stok nodig hadden: uit diezelfde KBS barometer blijkt namelijk dat meer dan 90% van de verenigingen al stappen zette om hun CO2-voetafdruk te verminderen. Maar ze vragen wel een wortel: er is nood aan financiële steun om gebouwen te verduurzamen.
Tot nu toe zijn die middelen nog gefragmenteerd over verschillende beleidsniveaus en regio’s. Momenteel is er Vlaams al de renteloze Energielening voor cultuur, bovenlokale subsidies (Sectorale investeringssubsidies voor cultuur- en jeugdinfrastructuur met bovenlokaal belang) en de investeringssubsidie strategische cultuur- en jeugdinfrastructuur. Daarnaast geven ook sommige lokale besturen subsidies.
Financiële ondersteuning voor verenigingen?
Hierover stelde Katrien Partyka (cd&v) een parlementaire vraag aan Ministers van Cultuur, Caroline Gennez (Vooruit), en Energie (en Jeugd), Melissa Depraetere (Vooruit). Ze polste naar hun plannen om verenigingen in de cultuursector tegemoet te komen in het kader van de renovatieplicht en pleitte voor een vereenvoudiging van de financiering en ondersteuning op Vlaams niveau: "Naast de onbekendheid van de maatregelen is de financiële haalbaarheid een probleem. Welke initiatieven zult u nemen om de verenigingen te ondersteunen bij het realiseren van de renovatieplicht? Het blijkt dat het al moeilijk is om door de bomen het bos te zien. Is het niet beter om, in plaats van in ieder beleidsdomein aparte initiatieven te ontwikkelen, dat samen met de minister van Energie te doen?"
