Wordt de KVR een amateurkunstenvergoeding?

In het voorjaar van 2021 nam minister van Sociale Zaken Vandenbroucke het initiatief om het 'Kunstenaarsstatuut' te hervormen. De kunstensector vraagt reeds geruime tijd aandacht voor het precaire statuut van de kunstenaar en het belang van faire verloning, een thema dat sinds de coronacrisis nog urgenter werd. Via het burgerparticipatieplatform ‘Working in the arts’ konden kunstenaars en organisaties input geven voor een hervorming van het Kunstenaarsstatuut, en in het kielzog daarvan ook de Kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars, of kortweg KVR. Een technische werkgroep van experten ging hiermee aan de slag en publiceerde net voor de zomer een hervormingsvoorstel. Eén van de voorstellen is een omvorming van de KVR tot Amateurkunstenvergoeding (AKV). De Federatie en haar Franstalige partners stemden de violen en formuleerden advies over de hervorming van de KVR.

Orkest muziek manuel nageli 7 Cc P Ltyw Rso unsplash

(c) Unsplash

Een vergoeding voor kleinschalige artistieke prestaties

De Kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR) is een forfaitaire kostenvergoeding voor occasionele prestaties van beginnende kunstenaars. Wie een kunstenaarskaart aanvraagt, kan voor een kleinschalige artistieke prestatie in opdracht een vergoeding krijgen van maximaal € 132,13 per dag per opdrachtgever. Je kunt per jaar niet meer dan 30 dagen gebruik maken van de KVR voor een maximaal bedrag van € 2642,53 per jaar. De opdrachtgever heeft bovendien geen verzekeringsplicht tegenover de artiest. De KVR is volledig vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen, wat betekent dat je als kunstenaar ook geen sociale rechten opbouwt met deze vergoeding.
En net hier knelt het schoentje. Zolang de KVR werkelijk gebruikt wordt voor occasionele prestaties van beginnende kunstenaars, kan deze vergoeding een opstap zijn richting professionele verloning of een 'extra vergoeding' bieden naast regulier werk. In de praktijk zien we echter dat het gebruik van de KVR wijd verspreid is in de professionele kunsten, en dat er vaak uit ‘gebruiksgemak’ voor de KVR wordt gekozen. Bovendien worden prestaties die eigenlijk niet in aanmerking komen ook vaak via KVR betaald. Dit veelvuldig en oneigenlijk gebruik van de KVR werkt het professionaliseren van de kunstenaar tegen, omdat de artiest geen sociale rechten opbouwt en voornamelijk lage vergoedingen krijgt.

Advies volgens drie basisprincipes

Het hervormingsvoorstel van de technische werkgroep zoomt dus onder meer in op de KVR, en brengt deze vergoedingsregeling terug naar de oorsprong. De nieuwe Amateurkunstenvergoeding (AKV) is “toegespitst op gebruik voor prestaties in de artistieke amateurpraktijk. De kunstenaarskaart wordt afgeschaft en vervangen door administratieve registratie en controle van de opdrachtgever.” Een goede zaak, want het is belangrijk dat de amateurkunstenaar eerlijk vergoed kan worden voor artistieke prestaties. Bovendien blijkt uit het bevolkingsonderzoek naar amateurkunsten dat een groot deel van de amateurkunstenaars werk wil maken voor een breed publiek, bijvoorbeeld via concerten of kunst in opdracht.
Samen met Incidence (La Fédération de la Créativité et des Arts en amateur) en CESSoC (de sectorfederatie in Wallonië voor het sociaal-cultureel werk en de sportsector) namen we het hervormingsvoorstel over de KVR onder de loep. We schreven een gezamenlijk advies over de omvorming van KVR naar Amateurkunstenvergoeding (AKV), mee ondersteund door Sociare, de socioculturele werkgeversfederatie. Het gemeenschappelijk advies steunt op drie basisprincipes.
    • De AKV is een vergoedingsregeling voor amateurkunstenaars. Dat betekent dat amateurkunstenaars door eender welke opdrachtgever via AKV moeten kunnen worden vergoed.
    • Amateurkunsteninitiatieven (zowel groepen, individuele personen, tijdelijke collectieven, organisaties als ad hoc projecten…) moeten de mogelijkheid krijgen om met professionele kunstenaars te werken (bijvoorbeeld in het kader van talentontwikkeling en samenwerking tussen beide sectoren).
    • De hervorming van KVR naar AKV moet kunstenaars dan ook stimuleren in de richting van verloning via de professionele barema’s. Ook de opdrachtgevers in de brede cultuursector moeten worden gesensibiliseerd om correct te verlonen.

Artist unsplash

(c) Unsplash

Begrenzing van de amateurkunstenvergoeding

Om te vermijden dat de AKV beschouwd wordt als een gemakkelijk en goedkoop verloningssysteem voor de professionele kunsten, zijn er duidelijke verschillen nodig tussen een amateurkunstenvergoeding en een verloning volgens de professionele barema’s. Enerzijds wijst de naam “amateurkunstenvergoeding” op de doelstelling van deze vergoedingsregeling. Anderzijds moet de vergoedingsschaal van de AKV voldoende afwijken van de professionele barema’s, zodat kunstenaars sterker in de schoenen staan om te onderhandelen over een professionele verloning. We stellen een vergoedingsvork voor tussen € 50 en € 120, bedragen die aansluiten bij de amateurkunstenpraktijk en die zowel prestaties door een individu als door een groep of band betaalbaar houden.
Drempels AKV

Tabel: financiële drempels AKV

Match tussen kunstenaar en opdrachtgever

Amateurkunstenaars moeten in ons voorstel door eender welke opdrachtgever via AKV vergoed kunnen worden. Professionele kunstenaars moeten in de regel via de professionele barema’s betaald worden. We voorzien echter één uitzondering op deze regel: professionele kunstenaars die in een amateurkunsteninitiatief een occasionele opdracht uitvoeren, moeten via AKV betaald kunnen worden. Op die manier blijft uitwisseling tussen beide circuits én talentontwikkeling binnen de amateurkunsten mogelijk. In het advies doen we daarom ook een voorstel om het amateurkunsteninitiatief af te bakenen, zodat controle en registratie mogelijk is.
AKV match uitvoerder en opdrachtgever

Tabel: wie kan van het systeem gebruik maken?

Zowel professionele podia als amateurkunstenintiatieven hebben de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan fair pay en een sterkere positie van de kunstenaar. Daarom vragen we dat élke opdrachtgever een verantwoording indient bij de betaling van meer dan 50 prestaties via AKV per kalenderjaar. Dat moet opdrachtgevers sensibiliseren om doordacht na te denken over het gebruik van de AKV. Daarnaast zorgt de invoering van een digitaal registratiesysteem voor betere controle van het gebruik van deze vergoedingsregeling.

En verder?

De Federatie en CESSoC hebben het gemeenschappelijk advies over de hervorming van de KVR gedeeld met het kabinet van minister Vandenbroucke, en met verschillende organisaties en partners in het brede kunst- en cultuurveld. Ook de Nationale Arbeidsraad bereidt momenteel een advies voor over het hervormingsvoorstel van de technische werkgroep.
We verwachten dat de voornaamste discussies zullen gaan over de afbakening van de Amateurkunstenvergoeding: welke uitvoerders en opdrachtgevers kunnen al dan niet gebruik maken van deze regeling? In het gemeenschappelijk advies doen we alvast enkele voorstellen om de AKV zowel aan de kant van de opdrachtgever, als aan de kant van de uitvoerder af te bakenen. We kijken uit naar verder overleg hierover.