Parlement bijzonder kritisch voor topmanagement departement cultuur

Een vijftigtal personeelsleden van het Departement Cultuur, Jeugd en Media bond de kat de bel aan via een open brief waarin zij hun misnoegen laten blijken over de interne organisatie en het personeelsbeleid. De nagalmen in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement klonken dikwijls bijzonder kritisch over het topmanagement, met woorden als "vertrouwensbreuk", "niks geleerd", "top down". Ook cultuurminister Jambon noemt dit een "ernstige zaak" en wil één en ander van nabij opvolgen.

Managementstijl niet meer van vandaag

Voor de schrijvers van de open brief was de druppel een recente personeelsvergadering waarop een nieuwe reorganisatie (de opstart van een team Jeugd) uit de lucht kwam vallen. Maar dat dit voor hen slechts de druppel was, spreekt uit de zin "Wat baat het stutten van het huis dat op instorten staat, als er niet naar de fundamenten gekeken wordt?". Aanleiding genoeg voor Vlaams parlementslid Katia Segers (Vooruit) om dit afgelopen donderdag aan te kaarten in de Commissie Cultuur: "Deze open brief duidt, volgens ons, niet alleen scherp een aantal problemen binnen het functioneren en management van het departement aan, maar lijkt echt ook wel een vertrouwensbreuk te zijn tussen het personeel en het topmanagement van het departement CJM. Dat is bijzonder zorgwekkend". Ze stelde vast dat sinds de start van de reorganisatie in 2018 heel wat competente mensen vertrokken zijn en ook in het parlement herhaaldelijk heel wat pijnpunten aan bod zijn gekomen. "Ik denk dat heel veel terug te voeren is naar een managementstijl die niet meer van vandaag is en die een departement echt aantast."

Niets geleerd uit wat misliep

Stephanie D'Hose (Open VLD) sloot zich hierbij aan. Voor haar is de open brief "de apotheose van alles wat vroeger al is gebeurd" en sprak van "een probleem met de managementstijl en de communicatie". Veel zaken zijn in haar ogen op de verkeerde rails gezet. Voor Orry Van de Wauwer (CD&V) heeft het "topmanagement absoluut niets geleerd uit het afgelopen traject van de voorbije drie jaar. Dat resulteert dan in gedemotiveerde medewerkers, een stijgende werkdruk, een heel groot personeelsverloop". Hij verwees ook naar verslagen van exitgesprekken bij het vertrek van medewerkers, "wat echt geen fraai beeld schept van het departement". Er zou ook een evaluatie van de secretaris-generaal hebben plaatsgevonden, waarbij Van de Wauwer zich luidop afvroeg of er ook stakeholders zijn gehoord: "medewerkers, het veld, steunpunten en de zogenaamde klanten". Katia Segers stelde zich dezelfde vraag.

Jambon vraagt actieplan

Marius Meremans (N-VA) vroeg zich dan weer luidop af of het wel goed is een en ander op politiek niveau te bediscussiëren: "Ik hanteer voor mezelf toch enige terughoudendheid, als je het hebt over HR-beleid in een departement. Wat niet wegneemt dat zaken die misschien niet goed lopen, verbeterd kunnen worden. Maar de vraag is of we dat hier, op politiek niveau, moeten gaan beslechten" De vraag van Filip Brusselmans (Vlaams Belang) of deze 45 personeelsleden wel representatief waren, deed minister Jambon af als niet relevant: "Of het representatief is voor het hele personeel of niet, ik denk dat wanneer er 45 of 50 mensen zo’n cri de coeur slaan, dat dan op zich ernstig genoeg is om niet zomaar het blaadje te pakken en naast u neer te leggen." En verder: "Met de brief in de hand van de personeelsleden ga ik dat aankaarten (nvdr, in het overleg met de secretaris-generaal). Ik zal vragen naar het actieplan, en dat natuurlijk in onze maandelijkse gesprekken verder opvolgen. Het is niet zo dat het een vrijblijvend gesprek wordt, en dan zeggen dat de kous daarmee af is. Dat lijkt me niet zo" De dag na deze bespreking zou de verlenging van het mandaat van de secretaris-generaal op de agenda van de Vlaamse regering staan. De minister-president hierover: "Ik kan daar daarna hier in de commissie verslag over uitbrengen, als dat u interesseert, maar ik ga daar niet op vooruitlopen"

Niets doen zou pas helemaal verkeerd zijn

Ook De Federatie heeft de afgelopen jaren meermaals bedenkingen geuit, dikwijls ook samen met andere bovenbouworganisaties. Dat gebeurde vooral naar aanleiding van een aantal sectoroverstijgende projecten. Ook kaartten we herhaaldelijk in verschillende overleggen het gebrekkig stakeholdersmanagement aan rond grotere projecten en initiatieven, net zoals het schermen met participatieve trajecten, die naam onwaardig. Dit alles ondergraaft namelijk ook een cultuurbeleid dat én een breed draagvlak heeft én zich voldoende bewust is van de échte specifieke realiteiten (en opportuniteiten) van het sociaal-cultureel werk en de amateurkunstensector (die overigens ook zelden via externe consultancy correct worden gevat). Uit onze dagelijkse contacten met het team sociaal-cultureel werk en met enkele andere individuele projectteams binnen het departement kunnen we anderzijds alleen maar getuigen over hun samenwerkingscultuur en diep ingebakken participatieve reflex om de dingen beter te maken, maar helaas ook over de enorme werkdruk om zich kwaliteitsvol op hun kerntaken te kunnen storten. We rekenen erop dat de open brief en het parlementair debat een catharsis teweegbrengt die mag kantelen in een positief departementstraject met daadwerkelijke interne én externe dialoog. Want, zoals de minister-president in de commissie zei: "als er bij het evalueren pijnpunten naar boven komen, waaraan je niets doet, dàt zou pas helemaal verkeerd zijn".