Minder dan 1 op 4 haalt eindmeet bij eerste ronde bovenlokale cultuurprojecten

Eerst het goede nieuws. De vooropgestelde timing werd ruimschoots gerespecteerd. Het was Vlaams Viceminister-president Lydia Peeters, ad interim bevoegd voor Cultuur, Jeugd en Media die de beslissingen nam. Helaas kregen slechts 34 aanvragers, van de 146 ontvankelijke dossiers, groen licht. 23% goedkeuringen is de eerste magere balans van de gloednieuwe projectlijn van het decreet bovenlokaal cultuurwerk. 

21 miljoen gevraagd. 3,14 miljoen toegekend

Toegegeven, het was wellicht geen makkelijke klus voor de pool van beoordelaars en de beslissende minister. In totaal diende het ambitieuze speelveld voor om en bij de 21 miljoen euro aan aanvragen in. De ene keer spreekt de overheid van 153 ontvankelijke dossiers, de andere keer van 146… 

In elk geval, het gevraagde totaalbedrag lag bijna 3 keer zo hoog als de voorziene subsidiepot van 7,5 miljoen. Aangezien er jaarlijks 2 indienrondes zijn, werd nu maar de helft toegekend: 3.143.371 euro voor 34 projecten. Het laagste bedrag, 7.000 euro, werd maar éénmaal toegekend (voor 10 muziekactiviteiten onder de noemer ‘Pianotune’), terwijl een project rond seniorenslam in Vlaams-Brabant de hoofdvogel van 404.950 euro afschiet. 

Twee derde van de toezeggingen situeert zich tussen de 15.000 en 150.000 euro. De helft ervan voor een kortere duurtijd, namelijk van 1 jaar. Qua geografische spreiding merken we een mooi evenwicht van 7 projecten per provincie, met Oost-Vlaanderen als uitzondering (4 projecten).

Wat het profiel van de toezeggingen betreft merken we alvast dat er slechts één organisatie te situeren valt binnen de amateurkunsten (Fameus vzw) en dat geen enkele tot het sociaal-cultureel volwassenenwerk behoort, wat ons toch wel ernstig zorgen baart. Cultuurcentra, bibliotheken, professionele kunsten doen het wel goed. Dat een provincie middelen krijgt toegekend is op z'n minst merkwaardig. Net als het feit dat weinig nieuw initiatief lijkt op te borrelen, iets waar de overheid toch op hoopte. Als het er is, zien we die graag in een volgende ronde middelen krijgen.  Meer weten over het profiel van de aanvragersKlik hier

Grafiek1

De cijfers ontrafeld. 

Grafiek2
Grafiek3

Evolutief gegeven

Maar genoeg over de cijfers. Welke inhoudelijke evaluatie kunnen we tussentijds maken?  Dat het begrip ‘bovenlokaal’ cultuurwerk geen makkelijk te hanteren begrip is, staat vast. De overheid koos ervoor geen strikte definitie te hanteren, maar eerder aan te zien wat zoal van onderuit opborrelt. Dat laat ruimte voor interpretatie en … onderlinge discussie. Toch lijkt het erop dat intussen wat richting is gekozen. Gemeenten die de krachten bundelen om samen een festival in te richten, vingen bot. Dat blijft hun eigen lokale verantwoordelijkheid, luidt het. Organisaties die echter kunnen aantonen dat hun case relevant zou kunnen zijn voor heel Vlaanderen (voorbeeldfunctie, potentieel om Vlaams uit te rollen, ambitieus qua schaalvergroting,…) hadden meer succes. Benieuwd of die bakens overeind blijven bij een volgende ronde. Opvallend – en een blijvende bezorgdheid – blijft alvast dat (oa. amateurkunsten)projecten die vroeger provinciale ondersteuning kregen bijna systematisch uit de boot vallen. Zij halen de hoge normen van functiecombinaties, voldoende eigen inkomsten en een vzw-statuut niet. 

20191007 Plattegrond Brussel

De Federatie kon enkele negatieve adviezen inkijken en trok alvast eerste conclusies. 

Maar wat hebben we nu geleerd?

Sociaal-cultureel werk zou geen sociaal-cultureel werk zijn als het niet onverdroten verder werkte en bij een volgende ronde (voor 15 november 2019) gewoon opnieuw indient. Enkele leerpunten die daarbij van pas kunnen komen:

  • Wees overtuigend in je concrete aanpak. Formuleer duidelijke doelstellingen, voorbeeldactiviteiten, methodieken (leg die kort uit) en beoogde resultaten. Een sterk communicatieplan is eveneens een troef.
  • Geef helder aan waar je het verschil wil maken en welke extra werklast (en dus meerkost) dit met zich meebrengt.
  • Verduidelijk de samenwerking. Motiveer je keuze, onderlijn de participatie van elke partner, geef aan wie wat doet en hoeveel centen bijlegt én voeg intentieverklaringen toe aan je dossier.
  • Wees realistisch in je financiële vraag. Hoest, samen met partners, zelf een aanzienlijk deel van de middelen op en zorg dat je begroting ‘sluitend’ is.
  • Let op dat het project nog niet is opgestart op het moment van aanvraag. Verwerk eerder verworven inzichten. 

Kopzorgen over de reguliere werking 

Aantonen hoe je de reguliere werking overstijgt, ligt tot slot gevoelig. Vormingpluscentra kregen meermaals de feedback dat “de commissie van mening is dat het project te dicht bij de reguliere werking ligt omdat de aangehaalde ambities ook geformuleerd zijn in hun beleidsplannen.” De Memorie van toelichting bij het Bovenlokaal Cultuurdecreet zegt dan wel dat "sommige bovenlokale initiatieven niet thuis horen binnen dit decreet. Volkshogescholen, zoals ingeschreven in het decreet Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk hebben momenteel ook een regionale actieradius. Zij focussen qua opzet, finaliteit en methodiek op de doelstellingen van het sectordecreet dat zich richt op bewegingen en verenigingen." Dit kan echter geen vorm van uitsluiting zijn voor elk project dat vormingplussen voor ogen hebben. Hierover gaat De Federatie opnieuw met de overheid in gesprek.

Ben je sociaal-cultureel werker of actief in de amateurkunsten? Kreeg jouw dossier negatief advies? Bezorg ons de motivatie. Daar worden wij een stuk wijzer van en we gaan er verder mee aan de slag. 

Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke