Deeltijds kunstonderwijs

& AMATEURKUNSTEN

Het deeltijds kunstonderwijs (DKO) en de amateurkunstensector richten zich elk op hun manier tot de actieve kunstbeoefenaar. Uit het bevolkingsonderzoek naar amateurkunsten in Vlaanderen (2019) blijkt dat 27% van de amateurkunstenaars een opleiding in het DKO volgde. Maar ook tijdens het academietraject zijn heel wat leerlingen actief in het verenigingsleven.

muziek- talentontwikkeling
Verschillende DKO-academies en amateurkunstenorganisaties en -verenigingen werken dan ook reeds lange tijd samen, vaak op projectniveau. Sinds 2018 is deze samenwerking ook verankerd in het niveaudecreet van het Deeltijds Kunstonderwijs (2018). Sindsdien kunnen DKO-leerlingen een deel van hun DKO-opleiding afleggen in een 'alternatieve leercontext', zoals een lokale fanfare, harmonie of plaatselijk theatergezelschap. In pioniersjaar 2018-2019 hebben reeds 1658 leerlingen een vak afgelegd bij een lokale amateurkunstenvereniging. Vandaag biedt ongeveer de helft van de academies de alternatieve leercontext aan. Deze samenwerking is het gevolg van intensief en ambitieus overleg tussen beide sectoren.

Samenwerking gaat uiteraard ook verder dan de grenzen van de alternatieve leercontext. Ontdek hier inspirerende praktijken.


Het DKO-decreet van 2018

Het niveaudecreet deeltijds kunstonderwijs van 2018 streeft naar meer verbinding met de lokale context. Door samenwerking met het basis/secundair/hoger onderwijs (hoofdstuk 8), maar ook met cultuur (hoofdstuk 2); in de eerste plaats amateurkunsten. Eén van de 10 speerpunten van het nieuwe decreet is dan ook: samenwerking met de lokale culturele actoren, amateurkunsten, kunsteducatieve organisaties en kunstinstellingen stimuleren.
Hoofdstuk 2 van het decreet gaat over de ‘opdracht en finaliteit van het deeltijds kunstonderwijs’.
  • Waar vroeger meer nadruk lag op DKO als voorbereiding op het hoger kunstonderwijs, nuanceert het huidige decreet: "Leerlingen komen niet allemaal met dezelfde leervraag naar de academie. Voor sommigen vormt de DKO-opleiding nog altijd een opstap naar hoger kunstonderwijs of leidt het tot een creatief beroep (grafisch vormgever, textielbewerking, restaurateur, kunstambachten …) maar voor de meerderheid is kunstbeoefening een vorm van vrijetijdsbesteding. De afstemming met ‘amateur’kunstbeoefening, in georganiseerd verband of individueel, is voor hen belangrijk. Dit decreet zet daarom nadrukkelijker in op haar link met de maatschappelijke opdracht."
  • Zo stimuleert de overheid dat academies zich verbinden met andere aanbieders van artistiek leren in haar omgeving. De bedoeling is dat verschillende leervormen (formeel, niet-formeel en informeel) elkaar aanvullen en versterken en dat kunstbeoefenaars vlot de weg vinden van de ene naar de andere vorm van leren. Zo kunnen autodidacten of leden van een amateurkunstenvereniging, hun competenties meenemen naar het DKO en na toetsing van de toelatingsvoorwaarden meteen tot een hoger niveau worden toegelaten.
  • Tot slot stelt het decreet dat een academie maar erkenning en dus middelen kan krijgen indien de academie afstemt met haar lokale culturele omgeving. Het niveaudecreet stuurt aan op een vorm van inspraak met het oog op verankering van de academie in haar omgeving. Signalen oppikken van leerlingen, ouders of geïnteresseerden kan op verschillende manieren.

Neem zeker eens een kijkje in het inspiratieboek voor het nieuwe decreet deeltijds kunstonderwijs, gepubliceerd door het Departement Onderwijs & Vorming.

Heb je zelf weet van inspirerende samenwerkingen? Mail deze dan graag door naar barbara@defederatie.org