Visitaties sociaal-cultureel volwassenenwerk in het parlement

De organisaties uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk kregen tussen april en december elk een visitatiecommissie op bezoek. Samen met de leden evalueerde De Federatie alles en konden we vorige week in het parlement verbeterpunten naar voor schuiven. (De uitvoering van) het beoordelingskader mag er niet toe leiden dat sociaal-cultureel werk in een eenheidsdenken wordt geduwd. Met name het autonome verenigingsmodel, dat het buitenland ons benijdt, dreigt hier het slachtoffer van te worden. 

Marius Meremans 2

Marius Meremans (N-VA)

Begin februari kreeg de laatste organisatie zijn definitief visitatieverslag. Met 111 passeerden ze zo sinds april de revue van externe deskundigen en personeelsleden van de administratie. Hun evaluatieverslag zal een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van hun subsidieaanvraag, die eind dit jaar binnen moet zijn. Op die manier kan, aldus het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk, het subsidiebedrag voor de volgende beleidsperiode (2021 – 2025) bepaald worden op basis van een combinatie van de evaluatie van de reële werking en de ambities voor de toekomst. 

The results of the jury

Een kwart van de organisaties kreeg een positief verslag, zonder meer. 55 procent ontving een positief verslag, maar tegelijk ook enkele aanbevelingen. Hiervan moeten zij tegen eind dit jaar werk maken. 20 procent van de organisaties kreeg een negatief verslag. Zij krijgen een jaar de tijd om hun werking te remediëren: pas als er begin ’20 een positieve beslissing volgt, kunnen zij nog meedingen voor subsidies in de volgende beleidsperiode.

Bart Caron 2

Bart Caron (Groen)

De visitaties zijn een belangrijk moment voor de organisaties. Niet enkel omdat er gevolgen kunnen zijn voor de verdere subsidiëring, maar ook omdat zij op die manier in doorgedreven dialoog kunnen gaan over de evoluties in hun werking, hun ambities, hun successen en verbeterpunten. Ook voor de visitatoren betekende het een hele klus: alle documenten doornemen én hierover in gesprek gaan, binnen de contouren van het decreet. Een belangrijk uitgangspunt is hier immers het civiel perspectief: de overheid komt niet tussen in de keuzes van de organisatie (daarin zijn zij autonoom), maar evalueert mee de uitwerking ervan.

Een (te) wisselend beeld

Het uiteindelijke resultaat van de visitaties levert een dubbel beeld op: enerzijds werden zeer veel organisaties positief geapprecieerd door de commissies. Anderzijds leverde geen enkele visitatieperiode (dit is de derde vijfjaarlijkse golf) zoveel (voorlopig) negatieve verslagen op. Maar wat vooral bleef hangen, zo stelde De Federatie vast, is dat de coördinatie en coaching van de visitaties voor verbetering vatbaar is, en dat de visitatoren beter op de hoogte moeten zijn van het (bedoelde) beoordelingskader. De ervaringen van de organisaties over hoe de visitaties verliepen en de kwaliteit van de output ervan in de verslagen was te wisselend om van een uniform en stabiel beeld te kunnen spreken. 

Ory Van De Wauwer

Orry Van de Wauwer (CD&V)

Bevindingen van op de werkvloer 

Dit leerden we uit een bevraging van de lidorganisaties (response rate van 95 %) (bijlage), maar ook uit onze concrete nabijheid bij de voorbereiding en nazorg van de organisaties: we analyseerden de verslagen, gaven, naast de info op de werkgroepen, individueel advies aan 106 organisaties en organiseerden zelfs 66 proefvisitaties, waaraan ook collega-organisaties deelnamen. 

We vonden het belangrijk deze realiteit en de beleving ervan door de organisaties te delen met de parlementairen, het kabinet en de administratie. En verbeterpunten/bijsturingen naar voor te schuiven. Dit relaas konden we in de Cultuurcommissie brengen, waar ook het departement een eerste – nog niet volledig verwerkte - analyse bracht.

Diversiteit is een sterkte

Want de visitatieverslagen evalueren niet enkel elke organisatie afzonderlijk, ze leiden allemaal samen ook tot een beeld over hoe het landschap verder moet evolueren. Het is dan ook een belangrijke vraag of dit beeld bedoeld of gewenst is. Zo is er een groot verschil tussen de evaluatie van de werking van de bewegingen (waarvan ruim 40 procent een positief en nog geen tien procent een negatief verslag kreeg) ten opzichte van de verenigingen en vormingsinstellingen. Het zou een verarming van de sector betekenen als de diversiteit aan werkvormen zou afkalven: juist het samenspel van bewegings- en vormingswerk, samen met het verenigingswerk, zorgt ervoor dat maatschappelijke veranderingen en/of signalen bij heel diverse groepen en mensen én in de brede samenleving worden geagendeerd, verdiept en verbreed. 

Ook Marius Meremans (N-VA) vroeg zich af of de gevoeligheid van het verschil tussen de diverse werksoorten voldoende was doorgedrongen, net zoals Orry Van de Wauwer (CD&V) die het respect voor de vrijheid van vereniging beklemtoonde. Bart Caron (Groen) wees erop dat visitatoren vertrekken van hoe zij ideaaltypisch sociaal-culturele organisaties zien en dat de administratie een belangrijke rol heeft om dit “normatief kader” voortdurend bij te sturen.    

Het beoordelingskader sloot onvoldoende aan bij het wezen van de vormingsinstellingen, zo stelde de administratie vast tijdens de hoorzitting/gedachtenwisseling in de Cultuurcommissie. Bovendien duidden zij op hun aanvoelen dat verenigingen dikwijls opgebouwd zijn op basis van maatschappelijke kwesties uit de jaren ’70die intussen niet meer allemaal even relevant zijn. Vooral deze laatste uitspraak noemde De Federatie “stuitend”en getuigde van de stelling dat het verenigingsmodel - en het delicate proces van werken met de 14.000 lokale groepen en 200.000 vrijwilligers - dreigt onder druk te komen. Ook Van de Wauwer en Meremans beklemtoonden het belang van het civiel perspectief en de keuzevrijheid van organisaties in wat zij maatschappelijk relevant achten.

Wat heet kwaliteit?

Uit de realiteit van de verslagen en uit de bevraging van de lidorganisaties, leerde De Federatie dat een te sterk wakkerend kwaliteitsvuur de visitaties domineerde: elk beoordelingselement gaf bij heel wat organisaties aanleiding tot vele vragen naar plannen en uitgeschreven visies. We benadrukten dat het belangrijk is dat een papieren/theoretische kwaliteitscultuur de realiteit van de werking niet verdringt. 

Tegelijk viel het de commissieleden op dat 91 % van de organisaties een repliek op het voorlopig verslag instuurde en zeer veel onder hen dit deden om fouten en misverstanden recht te zetten. Ook viel hen het grote verschil op dat veel organisaties ervaarden tussen het gesprek en het verslag, waarin zij plots opmerkingen lazen die tijdens de visitatie niet (of amper) aan bod waren gekomen. 

Sven Gatz 2

Cultuurminister Sven Gatz (Open VLD)

Te vroeg om te concluderen? 

Cultuurminister Gatz wees de commissieleden erop dat de organisaties met een (voorlopig) negatief verslag nog in een remediëringstraject zitten en de procedure dus niet helemaal is afgerond. Dat maakt het lastig om definitief te concluderen. Bovendien is het moeilijk voor de overheid om zich publiekelijk zelfkritisch op te stellen tijdens een lopende procedure, omdat dit mogelijke juridische acties van gedupeerden zou kunnen voeden.  

De Federatie wees op het belang van enkele bijsturingen aan het beoordelingskader en aan het decreet, met het oog op de beoordelingen in het voorjaar van 2020. Werk op de plank voor het parlement, onmiddellijk na de verkiezingen. Intussen hopen we met de adviescommissie in dialoog te kunnen gaan over het beoordelingskader. En tot slot: ook tijdens de hoorzitting benadrukten we het belang van een stabiel team sociaal-cultureel werk in de administratie, dat zijn kennis over de sector en het decreet duurzaam kan uitbouwen in functie van de coaching van de beoordelingscommissies.

Hieronder vind je de presentatie die De Federatie in de Commissie Cultuur gebruikte (visitaties parlement). Je kan hier ook de uitgebreide analyse van de bevraging bij de lidorganisaties downloaden (visitaties de bevraging)