Vrijwilligers op de controlebank? Onduidelijkheid troef over dreigende verplichting uittreksel strafregister

De Vlaamse Regering gaf voor de zomer een principieel akkoord voor het voorontwerp van decreet dat bepaalde organisaties verplicht om het 'goed en zedelijk gedrag' van nieuwe medewerkers te controleren. Ook vrijwilligers met een overeenkomst moeten een uittreksel uit het strafregister voorleggen, dat minstens onberispelijk gedrag aantoont in de omgang met minderjarigen. Dit voorontwerp van decreet is één van de acties die opgenomen is in het Vlaams Actieplan ter bestrijding van seksueel geweld. We leggen dit beleidsdomeinoverschrijdend voorstel op de rooster.

'Attest goed gedrag en zeden'

Vandaag kunnen organisaties die met vrijwilligers werken al op eigen initiatief een uittreksel uit het strafregister opvragen - ook wel eens 'een attest goed gedrag en zeden' genoemd. Het gaat dan om vrijwilligers die betrokken zijn bij activiteiten met kinderen en jongeren. Het nieuwe voorontwerp van decreet wil deze controle verplichten voor alle medewerkers – met inbegrip van vrijwilligers met een overeenkomst – die op structurele basis rechtstreeks contact hebben met minderjarigen.
Afbeelding1

Vals gevoel van veiligheid

Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk waarschuwde in het verleden al voor de gevolgen van het opvragen van een uittreksel uit het strafregister. Een organisatie moet vooraf afspraken maken over hoe om te gaan met deze vertrouwelijke informatie. Wat als het attest niet blanco is? Hoe wordt grensoverschrijdend gedrag afgebakend? Wie kan het uittreksel inkijken?
Bovendien creëert een dergelijk uittreksel een vals gevoel van veiligheid. Dit attest bevat alleen feiten met een strafrechtelijke veroordeling, en vat enkel een momentopname. Het is zinvoller om in te zetten op sensibilisering en preventiebeleid, en om voldoende controlepunten te installeren in de werking van de organisatie.

Administratieve overlast

Het opvragen van een uittreksel uit het strafregister zorgt ook voor administratieve overlast, terwijl het net de ambitie is van de Vlaamse Regering om planlast te verlagen. Wie neemt verantwoordelijkheid om dit attest niet alleen op te vragen, maar ook te beoordelen? En hoe zorgen we ervoor dat vrijwilligers niet afgeschrikt worden? Hoe zal er bovendien omgegaan worden met de ongelijke behandeling van vrijwilligers, aangezien alleen bepaalde medewerkers verplicht zijn een attest te tonen?
Volgens de letter van het voorontwerp geldt de verplichting enkel voor wie “op structurele basis” en “rechtstreeks” contact heeft met minderjarigen. De verplichting geldt trouwens ook voor activiteiten die slechts gedeeltelijk op minderjarigen gericht zijn. Er wordt echter geen rekening gehouden met de eigenheden van de verschillende (vrijwilligers)sectoren. Zo zijn er grote verschillen in de begeleidende rol die volwassenen opnemen in bijvoorbeeld enerzijds een harmonie of theatergroep waar zowel minderjarigen als volwassenen samen repeteren, en anderzijds een sportclub. Het toepassingsgebied is onduidelijk afgebakend en creëert grijze zones.

Onduidelijkheid troef

Verder is het niet duidelijk hoe controle en sanctionering zullen verlopen. Volgens de privacywetgeving kan het uittreksel enkel opgevraagd worden, maar niet bijgehouden. Bovendien is het merendeel van de vrijwilligers actief zonder schriftelijke overeenkomst, volgens de regels van de Vrijwilligerswet.
We kunnen de ambitie onderschrijven om grensoverschrijdend gedrag aan te pakken en uiteraard bijzonder alert te zijn als er minderjarigen betrokken zijn. We geloven echter niet dat dit voorontwerp van decreet een efficiënte en zinvolle bijdrage levert aan de aanpak van grensoverschrijdend gedrag in de amateurkunstensector en het sociaal-cultureel werk. Deze regeling zorgt vooral voor administratieve overlast, hogere drempels voor zowel vrijwilligerswerk als organisaties, en werkt ongelijkheid in de hand.
Tot slot wijzen we erop dat er in de verschillende sectoren reeds ingezet wordt op preventiebeleid. Het lijkt ons dan ook zinvoller om deze acties te ondersteunen en meer in te zetten op vorming van verenigingen en vrijwilligers.
Tijdens de vakantieperiode werden allerlei adviezen afgewacht, zodat in principe de Vlaamse regering zich weldra opnieuw over de tekst kan buigen. We hopen dat goede bedoelingen zullen leiden tot meer realistische en hanteerbare besluitvorming.