UBO en Feitelijke verenigingen

Sommige Feitelijke verenigingen, denk maar aan lokale afdelingen, krijgen van hun lokale bankagent de vraag om zich te registreren in het UBO-register. Verwarring alom, zowel bij de bank als bij de vrijwilligers van de Feitelijke vereniging!

We proberen één en ander uit te klaren.

Feitelijke verenigingen

Alles start bij de Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik in contanten, van 18 september 2017. Deze wet is de omzetting van een Europese richtlijn.

Concreet wordt door deze wet een ‘register van uiteindelijke begunstigden in België’(UBO-register) ingevoerd. Het gaat over een verplichting voor vennootschappen, trusts, vzw’s en stichtingen (zij zijn ‘informatieplichtigen’). Zij moeten ‘toereikende, accurate en actuele informatie bijhouden over hun uiteindelijke begunstigden’ (hun bestuurders). Ze zijn verplicht om deze gegevens over de uiteindelijke begunstigden elektronisch naar het UBO-register te sturen (tegen 30 september 2019).

Voor alle duidelijkheid, deze UBO-regeling is niet van toepassing op feitelijke verenigingen.

Feitelijke verenigingen zijn geen rechtspersoon en kunnen daarenboven geen begunstigden registreren, vermits ze geen ondernemingsnummer hebben.

Afdelingen die een feitelijke vereniging zijn, resorteren meestal onder een nationale vereniging die wel vzw is (Bijv. OKRA vzw, Femma vzw,…). Die vzw moet wel haar bestuurders in het UBO-register registreren (de lokale afdeling/feitelijke vereniging moet dit niet doen).

De rol van de bank

De wet vermeldt ook een rits verplichtingen waaraan financiële instellingen moeten voldoen. Logisch, want zij staan op de eerste rij als het gaat om financiële transacties.

Financiële instellingen moeten daarom procedures en interne controlemaatregelen nemen. Zo zijn ze verplicht om een algemene risicobeoordeling te doen bij hun hun zakelijke relaties (o.a. klanten). Ze moeten ook ‘waakzaamheid ten aanzien van cliënten en de verrichten’ realiseren.

In dat kader moeten ze volgende waakzaamheidmaatregelen nemen:

- identificeren en verifiëren van de identiteit van de personen met wie ze zakelijke relaties aangaan

- beoordelen van de kenmerken van de client en het doel van de zakelijke relatie

- een doorlopende waakzaamheid t.a.v. zakelijke relaties en hun verrichtingen

Om de identiteit van de personen die verrichtingen doen te controleren, moet de identificatie gebeuren vóór de verrichting (alvorens een rekening te openen of occassionele verrichtingen uit te voeren), met een kopie van een bewijskrachtig document, meestal de identiteitskaart, het paspoort of de statuten (als die er zijn). Deze verplichting moet worden nagekomen ten aanzien van de cliënt, eventuele gemachtigden en effectieve begunstigden.

De identificatiegegevens, alsook de gegevens en stukken in verband met de verrichtingen, moeten worden geactualiseerd en bewaard gedurende 10 jaar vanaf het einde van de verrichtingen.

Blijkt identificatie onmogelijk, dan mag de onderneming geen zakelijke relatie aangaan met of geen verrichtingen uitvoeren voor die persoon. De identiteit van de personen die financiële verrichtingen doen, controleren.

Feitelijke verenigingen kunnen ook ‘zakelijke relatie of klant’ van een bank zijn (als ze er een rekening hebben of willen openen). Als klant zal die feitelijke vereniging dus vragen ter identificatie krijgen van de bank. De bank is verplicht om dit te doen.

Conclusie

Als een feitelijke vereniging een bankrekening heeft zal de bank de identiteiten van de rekeninghouders moeten nagaan. Zij zijn voor de bank de begunstigden.

Dit is iets anders dan een feitelijke vereniging die haar uiteindelijk begunstigden zelf zou moeten registreren in het UBO-register. Een feitelijke vereniging hoeft en kan dat niet doen!

Kristien Vermeersch Neem contact op met Kristien

Meer weten?

Bel of mail even met Kristien!

Kristien Vermeersch