Ondanks schitterend ondernemerschap verarmt de sociaal-culturele sector

Wat is de financiële stand van zaken van het sociaal-cultureel werk? Drie jaar geleden maakten wij het bilan op van onze sector in (de laatste) Boekstaven 2015. Tijd voor een zicht op de huidige stand van zaken. De Federatie analyseerde de jaarrekeningen 2017 van alle sociaal-culturele organisaties. We maakten de vergelijking met de cijfers uit 2014. Onze conclusie: ondanks enorme inspanningen die organisaties leveren om kosten te besparen (-7%) en inkomsten te genereren uit de markt (ongeveer de helft van de totale inkomsten) verarmt de sociaal-culturele sector.   

IN

De sociaal-culturele sector moest het in 2017 in totaal met 8% (€ 15,5 miljoen) minder inkomsten doen dan in 2014. Het gedeelte financiering dat de sector uit de markt (eigen inkomsten) haalt is goed voor 47%  of  82 miljoen euro. De cijfers verschillen uiteraard tussen werksoorten en organisaties, afhankelijk van de werking, de activiteiten, de relatie met hun achterban of deelnemers, de thema’s waar ze mee werken, enz. Maar het is en blijft een indrukwekkend cijfer.  Qua subsidie-inkomsten (subsidies allerhande) ging de sector erop achteruit, nl. -11% (- € 7,7 miljoen). De subsidies gelinkt aan het decreet op het sociaal-cultureel volwassenenwerk maken in 2017 74% uit van alle subsidie-inkomsten (tegenover 68% in 2014), oftewel 26% van de totale inkomsten. De decreet-subsidie kende voor de hele sector echter een daling van 4% (ongeveer € 2 miljoen). Of om het wat duidelijker te stellen: van elke €4 euro die de sector ontvangt is er €1 afkomstig van de decreet-subsidie en komt er €2 uit de markt. Het is duidelijk: investeren in sociaal-cultureel werk loont. De achteruitgang in subsidie-inkomsten is dan ook sterk te betreuren.   
Cijfers2

UIT

We stellen vast dat de sociaal-culturele sector bespaart. In 2017 liggen de kosten 7% (€ 13,7 miljoen) lager dan in 2014. Organisaties besparen vooral door goedkoper te werken, minder te investeren in nieuwe materialen, meer zelf te doen en dus minder uit te besteden. En wat met de reserves? Om 2017 gefinancierd te krijgen heeft de sector meer uit de spaarpot gehaald dan in 2014. Er werd ongeveer € 2 miljoen uit de reserves gebruikt om 2017 te financieren, tegenover 100.000 euro in 2014.  De hierboven geschetste bevindingen hebben in hoofdzaak betrekking op de sociaal-culturele sector in zijn geheel. Uiteraard zijn er verschillen tussen de verschillende werksoorten. Een verdere analyse zal dan ook inzoomen op de specifieke situatie van de werksoorten. Daarover later meer!
Kristien Vermeersch Neem contact op met Kristien