Een goed beleid vraagt om sterke sparringpartners

Overleggen, adviseren, kietelen en kuitenbijten. Nu eens het beleid aanwakkeren, dan weer vreemde kronkels afremmen: De Federatie is er dag in dag uit mee bezig. Samen met ministers, parlementairen, kabinetten, administraties zwemmen we in dezelfde vijver. Drie kernboodschappen voor de nieuwe bewindvoerders, uit het leven gegrepen. 

Nut en noodzaak van een sterke belangenbehartiger

Voorzitters De Federatie aan het woord

“De onderhandelingsbekwaamheid van de sector is het beste bewijs dat de overheid zelf gediend is met een goedwerkende belangenverdediger, die sterk genoeg is om te weten wanneer gas te geven en wanneer zich klaar te maken voor de landing”. Dit schreef Herman Lauwers in 2015 als kersvers voorzitter van De Federatie. Een jaartje eerder verwoordde zijn voorganger, wijlen Peter Warson, het als volgt: “Wij staan nu sterk, maar wij moeten ook sterk staan. We zijn een sector met heel veel kleine organisaties die zich met hart en ziel geven, maar die te weinig mensen en middelen hebben om hun belangen zelf te behartigen en in hun eentje de weg te vinden in het kluwen van steeds veranderende regels. Zij hebben een structuur nodig om dat namens, voor en met hen te doen”.  

Vertrouwen wint

“Het vergt soms tijd”, zei Peter Warson ook, “om na de verkiezingen het vertrouwen van een kabinet te winnen en goede relaties op te bouwen. Maar zodra je dat vertrouwen hebt, vinden we elkaar altijd als boeiende gesprekspartners”. Dit ervoer uiteindelijk ook uittredend Cultuurminister Sven Gatz: “Eén van de redenen waarom het nieuwe decreet volgens mij zo goed is, is omdat we er samen aan hebben gewerkt: de minister het kabinet, de administratie en de sector. Dus hebben wij als overheid in zo’n gesprekken een goede, sterke gesprekspartner nodig. En dat is De Federatie: ze zijn doorgaans goed geïnformeerd en voorbereid en hebben een sterke draagkracht, zodat wij weten dat we met de brede sector aan de tafel zitten (…) Daarom zit, ik -soms zelfs in moeilijke omstandigheden- graag met De Federatie aan tafel”.  

Bondgenoten voor het verenigingsleven

De relatie tussen kabinet, administratie, parlement en sectorfederatie: het is er eentje waarin elk zijn eigen plek en rol heeft. Soms, ja soms zit daar wel wat spanning op. De Federatie gaat uit van een offensief en transparant model. Ervaring leert dat hier de meeste beleidswinst uit te halen is, voor alle actoren. We maken er een erezaak van om standpunten en meningen te onderbouwen, om hier het draagvlak in de sector rond te zoeken en te stutten, om zelf voor de dag te komen met creatieve voorstellen, om de realiteit binnen te brengen. En het algemeen belang speelt hierin een essentiële rol: waar wordt een samenleving beter van, wat is er nodig voor alle vrijwilligers vandaag, waar schiet het verenigingsrecht zijn doel voorbij voor alle burgerinitiatieven,…?  Vanuit deze kennis, dit draagvlak en deze houding, ervaren we dat gesprek dikwijls mogelijk is. Net zoals bondgenootschappen, want de kleine politieke/ambtelijke kluit waarop het cultuurbeleid opereert, noodzaakt bondgenootschap om budgetten te claimen, om (dikwijls) federale of Europese dossiers die onrecht doen aan het verenigingsleven (zie ook dit artikel) te tackelen, om telkens opnieuw het gigantisch maatschappelijk draagvlak voor het sociaal-culturele in de verf te zetten. 

Als Federatie hopen we snel en intensief samen te werken met het nieuwe kabinet. Het vormen van beleid vraagt een stevige input van bij de start. Deze samenwerking geeft ook slagkracht om even goed over het muurtje van de eigen bevoegdheid heen te scoren voor onze sectoren.

Adviesraden: straffer dan consultancy

Vele koppen bij elkaar

We zijn fans van adviesraden, waarin allerlei mensen over allerlei grenzen heen, elkaar bevruchten in wat zij denken dat goed is voor het beleid. Gelukkig werd deze legislatuur de rol van de strategische adviesraad (SARC) opnieuw bevestigd en zelfs aangescherpt, gelukkig bevestigde minister Gatz vorige maand nog dat cultuurraden in gemeenten ook nog altijd een verplichting blijven. Het lijkt ons evident dat overheden dit soort organen ondersteunen, enthousiasmeren en vooral op een ernstige manier consulteren. Eigenlijk zouden dit ook plekken moeten zijn die de regie over ad hoc bevragingen, “burgerkabinetten”, academische input,… op zich kunnen nemen. Als specialisten in participatie en verzekeraars van duurzaam en gelijkwaardig advieswerk. Ook de SARC pleitte hiervoor. Ook binnen ISOC, de Verenigde Verenigingen, Sociare,… werken we met organisaties over allerlei sectoren heen samen. Al deze koppen bij elkaar betekenen in de praktijk dikwijls zoveel meer dan consultants die ons werk onvoldoende in de vingers hebben zitten. En, oh ja, het is zoveel goedkoper voor de belastingbetaler.

We vragen dan ook dat er met de nodige nuchterheid naar dit soort van consultancy wordt gekeken. Durf kiezen om ook hier een efficiëntietoets op toe te passen. Een sterke minister schuwt de dialoog niet, gaat het gesprek aan en voedt zo zijn dossier om tot juiste beslissingen te komen.

Cultuur en jeugd onlosmakelijk verbinden

In de administratie zijn cultuur en jeugd al sterk verweven, op dit moment vallen ze ook onder eenzelfde minister. Dit vinden we ontzettend belangrijk. Jeugdwerk, sociaal-cultureel volwassenenwerk, amateurkunsten, erfgoedverenigingen,… we zijn allemaal dichte familie van elkaar, met zeer gelijkaardige zorgen en behoeften. Samen met de sportverenigingen groeperen wij zowat de volledige groep zelforganisaties van vrijwilligers. Een versnippering over diverse ministers zou dan ook geen goede zaak zijn. Bovendien: als er nog één bevoegdheid is in Vlaanderen waar men zo min mogelijk van onze organisaties onderaannemers van een overheidsbeleid wil maken, dan is het cultuur. 

Dit “civiel perspectief” garandeert het gigantisch sociaal kapitaal dat in onze samenleving opborrelt. Koester het, hou het samen en pak ermee uit.