87 amateurkunstenprojecten ontvangen vanaf 2022 subsidies voor talentontwikkeling

Net voor de zomervakantie lanceerde minister van Cultuur Jan Jambon een tijdelijke projectlijn om talentontwikkeling bij amateurkunstengroepen en individuele amateurkunstenaars te ondersteunen. Ondanks de korte termijn tussen de lancering en de deadline voor de eerste ronde (15 september), werden 147 ontvankelijke dossiers ingediend. De minister besliste om 87 van die projecten te subsidiëren voor een totaalbedrag van € 440.179.

C Geert De Mesmaeker voor OPENDOEK Toneel Tijl

(c) Geert De Mesmaeker voor OPENDOEK - Toneel Tijl

Goede oogst voor muzikanten, muziekgroepen en -verenigingen

Een eerste blik op de goedgekeurde projecten leert ons dat zowel individuele amateurkunstenaars als groepen vanaf 2022 ondersteuning krijgen voor een talentontwikkelingsproject. De toegekende subsidies variëren van € 1500 tot het maximale bedrag van € 10.000 (dat vijf keer werd toegekend). Het gaat bovendien zowel om korte projecten van een paar maanden als langere trajecten met een looptijd van twee jaar.
Volgens het departement CJM zijn de goedgekeurde projecten evenwichtig gespreid over de vijf provincies. Het is opvallend dat 57 van de 87 goedgekeurde projecten zich situeren binnen de verschillende muziekdisciplines. De resterende aanvragers komen vooral uit de disciplines theater, schrijven/woord, beeldende kunsten, fotografie en film. Er werden weinig dans- en circusprojecten ingediend. Maar het valt te vermelden dat circusgezelschappen en circuskunstenaars ook terecht kunnen bij enkele subsidielijnen binnen het Circusdecreet.

60% van de aanvragen goedgekeurd

Het groot aantal ingediende dossiers toont aan dat amateurkunstenaars en groepen nood hebben aan financiële ondersteuning. We zien ook dat beperkte bedragen reeds een verschil kunnen maken voor amateurkunstenprojecten. Toch blijven er noden onder de radar. Na deze eerste ronde moeten we nagaan welke behoeften kwamen bovendrijven, welke projecten uit de boot vielen en waarom. Deze analyse kan zorgen voor een ondersteuning op maat van amateurkunstenaars.
Bovendien wil minister Jambon met dit subsidiereglement samenwerking stimuleren met het deeltijds kunstonderwijs en de professionele kunsten. Welke kruisbestuivingen detecteren we, bijvoorbeeld in een lokale context? Zien we samenwerkingen tussen individuele initiatieven en academies? En op welke manier kunnen we deze verder ondersteunen?
Tot slot moeten we waken over de diversiteit van de ingediende dossiers. Is het reglement voldoende op maat van de verschillende disciplines en diverse aanvragers, die zowel feitelijke verenigingen, vzw’s, individuen, bands als tijdelijke collectieven kunnen zijn? Welke ondersteuning hebben indieners bovendien nog nodig bij het opstellen van hun dossier? Het loont de moeite om de komende weken in te zetten op een grondige analyse, om zo lessen te trekken voor de komende rondes.

Evaluatie voor een volgende ronde

Aangezien dit reglement bedoeld is als experiment en slechts een duurtijd heeft van drie jaar, wil minister Jambon snel werk maken van een evaluatie van deze eerste oogst. Samen met de landelijke amateurkunstenorganisaties verzamelen we alvast feedback uit het veld op dit reglement, naast de eerdere opmerkingen die we al formuleerden bij de lancering van deze subsidielijn. Zo blijven we aandacht vragen voor verduurzaming van deze talentontwikkelingstrajecten. Hoe zullen de aanvragers verder ondersteund worden na afloop van deze eenmalige financiële impuls? En hoe kunnen we dit reglement beter afstemmen op het talentontwikkelingsaanbod van de landelijke amateurkunstenorganisaties?
We nemen deze vragen mee naar het overleg met minister Jambon, die aangaf het reglement samen met de sector te evalueren. Ook onze vraag om meerdere indienrondes per jaar te voorzien, zal onderzocht worden. We zijn benieuwd naar de eerste conclusies.

Heb je zelf opmerkingen bij dit reglement? Neem dan contact op met Barbara Delft: barbara@defederatie.org