Betoging lage resolutie web 42

Nieuwe Regels voor Buitencontractuele Aansprakelijkheid vanaf 1 Januari 2025

Dossier: Zakelijk en financieel

Met de inwerkingtreding van de hervormingen in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek op 1 januari 2025, verandert het systeem van buitencontractuele aansprakelijkheid aanzienlijk. Deze verandering beoogt het versterken van de rechten van hoofdschuldeisers, door hen in staat te stellen hulppersonen, zoals bestuurders, werknemers en vrijwilligers, direct aansprakelijk te stellen voor fouten die zij maken tijdens de uitvoering van contracten. Wat betekent dit concreet en hoe kan je de impact van deze nieuwe regeling beperken?

Veranderingen vanaf 1 januari 2025

Buitencontractuele aansprakelijkheid betreft schade die aan derden wordt toegebracht zonder dat er een (rechtstreekse) contractuele relatie bestaat tussen de betrokken partijen. In tegenstelling tot contractuele aansprakelijkheid, die ontstaat wanneer een partij haar verplichtingen uit een contract niet nakomt. Vanaf 1 januari 2025 kunnen partijen in principe kiezen tussen contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid, tenzij het contract of de wet anders bepaalt. Dit betekent dat een derde partij nu rechtstreeks een hulppersoon kan aanklagen voor schade die door diens fout is veroorzaakt bij de uitvoering van een contract. Tussen de hulppersoon en de derde partij is er echter geen rechtstreekse contractuele relatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor bestuurders, werknemers of vrijwilligers die namens een organisatie handelen.

De aansprakelijkheid van hulppersonen beperkt houden

Om te vermijden dat hulppersonen te veel risico lopen, heeft de wetgever voorzien in de mogelijkheid om hen in te dekken met clausules. Zo kan je als organisatie vrijwaringsclausules toevoegen aan contracten. Dit kan zowel in de contracten met klanten of opdrachtgevers als in de eventuele contracten die je als organisatie hebt opgemaakt ten aanzien van de hulppersonen.Voorbeeld van een dergelijke clausule is de bepaling dat: "het herstel van de schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis door een hulppersoon (bv. de bestuurder), binnen de wettelijke grenzen enkel grond is van een contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering tegen de organisatie en geen grond voor een buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering tegen de aangestelde hulppersoon (bv. de bestuurder)." Zo kan de hulppersoon in principe niet rechtstreeks aangesproken worden. Wordt de hulppersoon toch aangesproken, dan kan die uiteraard steeds een beroep doen op de clausules in de overeenkomst tussen de contractanten en de clausules in de overeenkomst tussen de vereniging en de hulppersoon. Enkel in geval van schade als gevolg van aantasting van de fysieke of psychische integriteit en in geval van een fout met opzet zal dit niet mogelijk zijn.

Verweermiddelen uit andere wetgeving

Daarnaast kan de hulppersoon ook de verweermiddelen uit andere wetgeving blijven inroepen. 
  • Aansprakelijkheidsbeperking van werknemers (art. 18 van de arbeidsovereenkomstenwet)
  • Aansprakelijkheidsbeperking van vrijwilligers (Vrijwilligerswet)
De vrijwilligerswet en de arbeidsovereenkomstenwet blijven van toepassing waardoor vrijwilligers en werknemers alleen aansprakelijk kunnen worden gesteld in geval van bedrog, zware fout of herhaaldelijk lichte fout.
  • Aansprakelijkheidsregeling van bestuurders (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen)
De hoofdschuldeiser van de vzw kan een vordering wegens buitencontractuele aansprakelijkheid instellen tegen een bestuurder, zelfs als de schade van contractuele aard is. Deze aansprakelijkheid is hoofdelijk: elke bestuurder kan aansprakelijk worden gesteld voor de schade, zelfs als hij of zij de fout niet heeft begaan. De beoordelingsmarge waarin het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voorziet en die geval per geval door de rechter wordt beoordeeld, blijft een belangrijk criterium, namelijk dat een bestuurder alleen aansprakelijk kan worden gesteld als zijn fout het gevolg is van een inbreuk op de wet of de statuten, slecht bestuur of nalatigheid.

Ook van toepassing op contracten van vóór 1 januari 2025

Let op: deze nieuwe regels gelden zowel voor contracten die op of na 1 januari 2025 worden afgesloten als voor feiten die op of na 1 januari 2025 plaatsvinden in verband met contracten die vóór 1 januari 2025 zijn afgesloten. Deze wijziging is dus ook van toepassing op lopende contracten.

Wees niet ongerust, maar wees proactief

De hervorming van de buitencontractuele aansprakelijkheid introduceert geen fundamentele revolutie, maar zorgt wel voor een verschuiving in de manier waarop aansprakelijkheid wordt behandeld. Als organisatie ga je best na of je contracten voldoen aan de nieuwe regels. Werkgevers en organisaties bekijken ook best in overleg met hun verzekeraar of er aanvullende verzekeringen nodig zijn voor hun werknemers en vrijwilligers.Voor meer info neem je best contact op met Sociare.