De nieuwe regeling voor het verenigingswerk krijgt stilaan zijn definitieve vorm

"Er is een definitieve regeling voor het verenigingswerk vanaf 1 januari 2022", kondigden we ruime tijd geleden blij aan. Het algemene kader werd al voor de kerstvakantie via een koninklijk besluit goedgekeurd. In principe was het dus al mogelijk om vanaf 1 januari aan de slag te gaan met de nieuwe regeling. Maar de uitwerking van het fiscale en arbeidsrechtelijke luik liet op zich wachten waardoor er nog te veel onduidelijkheid was. Begin februari uitte De Federatie hierover nog samen met de Vlaamse Sportfederatie haar ongenoegen in de Vlaamse pers. Drie maanden na de start van de nieuwe regeling vallen ook de laatste puzzelstukjes stilaan op hun plaats.

Begin maart is het arbeidsrechterlijke luik goedgekeurd in de kamer. Het fiscale luik werd op 20 april in de Kamer besproken en een dag later gestemd. Wie volgens artikel 17 tewerkgesteld wordt, moet een inkomstenbelasting van 10% op divers inkomen betalen op het moment van de fiscale afrekening (personenbelasting). Alle vergoedingen en kostenvergoedingen worden aan dit tarief belast tot een plafond van 6.390 euro per jaar (2022). Vanaf 7 april is het mogelijk om via een dimona-aangifte prestaties aan te geven. Verenigingswerkers kunnen er ook hun contingent uren raadplegen. De RSZ liet hiervoor een nieuwe applicatie ontwikkelen die vanaf nu beschikbaar is.

Meer info over deze regelgeving vind je terug op de website van Sociare of via verenigingswerk.be.