Verenigingswerk: dringend duidelijkheid nodig over fiscale gevolgen

"Er is een definitieve regeling voor het verenigingswerk vanaf 1 januari 2022", kondigden we enige tijd geleden blij aan. Het algemene kader werd al voor de kerstvakantie via een koninklijk besluit goedgekeurd. Maar de uitwerking van het fiscale en arbeidsrechtelijke luik laat op zich wachten. Het wetgevend proces loopt vertraging op, tot grote frustratie van sport-, amateurkunsten- en sociaal-culturele organisaties. De Federatie uitte - samen met de Vlaamse Sportfederatie - haar ongenoegen in de pers.

De problematiek werd opgepikt door VRT NWS en op Radio 1 mocht Jan Matthys (VLAMO) een kort woordje uitleg geven. Ook DS wijdde er een artikel aan en in het Nieuwsblad gaf Jeroen Keymeulen (Koor & Stem) bijkomende toelichting. Ook Laat draaide een reportage over deze kwestie.

(In enkele van deze persbijdrages wordt verkeerdelijk gesproken over 'vrijwilligerswerk'. Het gaat hier echter om prestatievergoedingen in het kader van 'verenigingswerk' (nvdr))

Persbericht: 45.000 sportclubs en cultuurverenigingen vrezen zwartwerk of onbetaalbare fiscale lasten door impasse rond verenigingswerk
20.000 sportclubs en 25.000 cultuurverenigingen vrezen een leegloop van trainers, scheidsrechters, regisseurs en choreografen. Reden: meer dan een maand nadat de nieuwe regeling rond het verenigingswerk in ons land in voege zou treden, is de wet nog steeds niet goedgekeurd. Sportclubs, amateurkunsten, fanfares en organisaties zoals Okra, Davidsfonds en de Gezinsbond weten niet of ze intussen extra fiscale lasten moeten betalen op de vergoedingen van hun verenigingswerkers. Sommige verenigingen overwegen zwartwerk om de hogere kosten te vermijden. Een verhoging van de lidgelden is geen optie voor onze verenigingen. De Vlaamse Sportfederatie en de Federatie sociaal-cultureel werk en amateurkunsten trekken daarom gezamenlijk aan de alarmbel. “Door de huidige impasse kan de financiële situatie voor duizenden verenigingen binnen enkele weken of maanden onhoudbaar worden”.
Sinds 1 januari 2022 mogen verenigingswerkers in de sportsector – voornamelijk trainers, scheidsrechters en juryleden – 450 uur per jaar bijverdienen. In de socioculturele sector en de amateurkunsten kunnen verenigingswerkers – vooral dirigenten, regisseurs en choreografen – tot 300 uur per jaar bijklussen. Dit verenigingswerk wordt belast aan 10%. Althans dat was de theorie achter de nieuwe regeling die de regering eind vorig jaar op tafel legde. In de praktijk is de nieuwe wet op het verenigingswerk – meer dan een maand na datum – nog steeds niet officieel goedgekeurd. Meer dan 20.000 sportclubs en 25.000 cultuurgroepen weten niet of ze nu extra belastingen zullen moeten betalen op vergoedingen die ze uitkeren aan verenigingswerkers. “De Vlaamse Sportfederatie kreeg in januari al meer dan duizend vragen van sportclubs over de wet op het verenigingswerk. Op fiscaal vlak wachten de verenigingen op een advies van de Raad van State. Als de voorgestelde regeling van 10% fiscale lasten niet standhoudt, vallen verenigingen de facto terug op de bestaande regeling die minimaal 30% fiscale bijdragen van de clubs eist op vergoedingen voor verenigingswerkers. Dat zou onhoudbaar zijn voor de clubs, die nu al financieel zwaar getroffen zijn door de pandemie. Daarom lanceren wij een heel dringende oproep om de nieuwe regeling sluitend te maken en de clubs te helpen in deze moeilijke tijden.” (Robin Ramakers, Manager Vertegenwoordiging van de Vlaamse Sportfederatie). “Ook op vlak van arbeidsrecht, is de nieuwe regeling nog niet rond. Er moeten nog amendementen toegevoegd worden aan de huidige arbeidswetgeving. Die moeten via het parlement ingediend worden en er moet ook nog een plenair debat rond georganiseerd worden. Voorlopig staat dat debat nog niet op de agenda. Dat is onbegrijpelijk, want intussen zit het sociaal-cultureel volwassenenwerk – zoals Velt, Okra, Davidsfonds en de Gezinsbond – en de amateurkunsten – lokale harmonieën en toneelgezelschappen – met de handen in het haar.” (Hannes Renglé, De Federatie)
Ook op vlak van arbeidsrecht is de nieuwe regeling nog niet rond. Er moeten nog amendementen toegevoegd worden aan de huidige arbeidswetgeving, maar dat debat staat nog niet op de agenda. Onbegrijpelijk, want intussen zit het sociaal-cultureel volwassenenwerk en de amateurkunsten met de handen in het haar.
Hannes Renglé
Vrees voor leegloop trainers Als de huidige regeling nog langer vertraging oploopt of niet goedgekeurd wordt, vrezen de sport- en cultuursector een leegloop van trainers, scheidsrechters, juryleden, dirigenten, regisseurs en choreografen in de Vlaamse verenigingen. Ofwel gaan de verenigingen over tot zwartwerk om hun verenigingswerkers te betalen. Dat willen de Vlaamse Sportfederatie en de Federatie van cultureel werk en amateurkunsten te allen tijde vermijden. Het statuut van verenigingswerk won tussen 2018 en 2020 sterk aan populariteit. De cijfers tonen dat het aantal verenigingswerkers binnen de sportsector steeg van 5.800 (2018) naar meer dan 16.000 (2020). Zo vonden ook de sportclubs gemakkelijker gediplomeerde coaches. Dat kwam omdat verenigingswerkers in die periode onbelast tot €6.340 per jaar konden bijverdienen. Het Grondwettelijk Hof vernietigde die bijkluswet en er kwam een tijdelijke regeling in de plaats met hogere fiscale lasten voor de clubs. Sinds het ingaan van die tijdelijke regeling in 2021 zijn de cijfers in vrije val (van een kleine 10.000 eind 2020 naar 2.400 verenigingswerkers begin 2021) en is jeugdtrainers vinden een knelpunt.
Verhoging lidgeld no go voor verenigingen Het lidgeld verhogen zou voor verenigingen een optie kunnen zijn als de nieuwe regeling niet snel in voege kan treden. Maar de Vlaamse sportclubs en cultuurverenigingen zien dat niet zitten. Ze hebben tijdens de eerste golven van de coronacrisis al beroep gedaan op de goodwill van hun leden. Bijvoorbeeld door het niet terug te betalen van lidgelden ondanks de tijdelijke sluitingen en het beperkte sport- en cultuuraanbod.
Bart Verhaeghe Neem contact op met Bart