Het verenigingswerk: tijd voor een duurzaam alternatief

De wetgeving rond het verenigingswerk werd in het voorjaar 2020 door het Grondwettelijk Hof vernietigd. In afwachting van een duurzaam alternatief, werd er vlak voor de kerstvakantie een tijdelijke noodwet gestemd. Met deze noodwet, die voorlopig beperkt is tot de sportsector, heeft de minister vooral tijd gekocht om een volwaardig duurzaam alternatief tegen 2022 uit te werken. De amateurkunstensector en de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk zijn in elk geval vragende partij om dit alternatief mee vorm te geven.

Enkele uitgangspunten van De Federatie

Het is belangrijk om van meet af aan het onderscheid duidelijk te maken tussen prestatievergoedingen enerzijds en vrijwilligersvergoedingen anderzijds. Vrijwilligerswerk is per definitie onbezoldigd en de vergoedingen die in het kader daarvan mogelijk zijn, zijn onkostenvergoedingen. In het kader van een duurzame oplossing voor het verenigingswerk gaat het over prestatievergoedingen. Een aparte regeling is noodzakelijk om het oneigenlijk gebruik van het vrijwilligerswerk tegen te gaan. Verder dient de duurzame oplossing ook een antwoord te bieden op een effectief bestaande nood. Daarom is het noodzakelijk om in overleg met de betrokken sectoren deze noden te detecteren. Zo voorzag de vernietigde wet op het verenigingswerk een aantal functies waarvoor absoluut geen nood aan een apart statuut bestond omdat die functies bij uitstek door vrijwilligers ingevuld worden.
De duurzame oplossing moet toegankelijk zijn voor een breed publiek. Ze mag geen ingebouwde uitsluitingsmechanismen omvatten voor werklozen/deeltijds werkenden omdat dit voor ongelijkheid zorgt. Mits meldingsplicht bij de RVA zouden ook werklozen toegang moeten hebben tot het verenigingswerk. Het verenigingswerk mag evenwel de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt niet belemmeren voor werklozen. Vanuit het rechtvaardigheidsbeginsel is het voorzien van een beperkte fiscale regeling legitiem. Tenslotte is het ontzettend belangrijk dat organisaties die beroep willen doen op dit statuut, dit op een gebruiksvriendelijke en administratief eenvoudige manier kunnen doen. Het zijn namelijk vaak organisaties zonder professionele ondersteuning die een verenigingswerker zullen inschakelen.
Frank Vandenbroucke

Frank Vandenbroucke

Een aantal alternatieve pistes komen al in beeld

De afgelopen maanden kwamen al een aantal alternatieve pistes in beeld zoals het verderzetten van de huidige regeling voor het verenigingswerk, een verhoogde kostenvergoeding binnen het vrijwilligerswerk, een uitbreiding van artikel 17 (de 25-dagen regeling), een aanpassing van de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars, … Zoals hierboven al beargumenteerd, is de vrijwilligerswet per definitie géén oplossing voor deze grijze zone tussen vrijwilligerswerk en professionele arbeid. Het lijkt ons dus evident dat de duurzame regeling buiten het kader van de vrijwilligerswet gezocht wordt.
Wat de andere alternatieven betreft is er overleg met de betrokken sectoren nodig om zo de oplossingspistes beter af te stemmen op de realiteit. Anders dreigt een theoretische oplossing die in de praktijk niet gebruikt wordt.