Het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen: overzicht wijzigingen voor de vzw

Je hoorde het vast al: het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd in de Kamer goedgekeurd op 28 februari 2019.

Naast het nieuwe insolventierecht en het nieuwe ondernemingsrecht, werd dus nu ook het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht goedgekeurd. Dit drieluik bevat regelgeving ook van toepassing op vzw’s. De hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht is hiermee een feit.

De oude vzw-wet van 1921 vervalt en in de plaats wordt het verenigingsrecht ingeschoven in één wetboek. Dit nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd een lijvig werkstuk dat maar liefst 18 boeken bevat. Daarnaast moeten ook nog een aantal Koninklijke Besluiten worden opgesteld en goedgekeurd om de wet volledig uitvoerbaar te maken.

Het gros van de regelgeving handelt over vennootschappen maar ook vzw’s krijgen een aantal nieuwe spelregels.

We sommen hier in grote lijnen een aantal wijzigingen voor vzw’s op. Naarmate er aanvullingen of nieuwe KB’s zijn vullen we de informatie aan.


Welke wijzigingen zijn er voor vzw’s?

Wie regelgeving inzake de vzw wil opzoeken trekt daar best wat tijd voor uit want het wordt een stevig toertje boekhoppen. Of je moet wat geduld oefenen want blijkbaar zou er een publicatie voorbereid worden waarin de regelgeving voor vzw’s gebundeld wordt.

1. Een nieuwe definitie van de vzw

VZW : “Art. 1:2. Een vereniging wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee of meer personen, leden genaamd. Zij streeft een belangeloos doel na in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig andere persoon behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel. Elke verrichting in strijd met dit verbod is nietig.” Feitelijke vereniging : “Art. 1:6. § 1. De feitelijke vereniging is een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid beheerst door de overeenkomst tussen partijen.”

2. Winst mag, maar geen winstuitkering of vermogensvoordeel

Verenigingen mogen dus alle activiteiten verrichten, van welke aard dan ook. Dus ook commerciële activiteiten. Men mag winst maken enkel in functie van het belangloos doel van de vereniging. Vzw’s mogen geen winst of vermogensvoordeel uitkeren, niet rechtstreeks en niet onrechtstreeks! Met onrechtstreekse uitkering van een vermogensvoordeel bedoelt de wet, elke verrichting waardoor de activa dalen of passiva stijgen en waarvoor de vzw geen tegenprestatie ontvangt of een tegenprestatie die te laag is in verhouding tot de waarde van haar prestatie. Bijv. extravagante kosten, opgenomen in de resultatenrekening vóór resultaatsberekening, zullen als onrechtstreekse vermogensuitkering aanzien worden. Dit belet niet dat de vzw voor haar leden gratis diensten levert die passen binnen haar doel. Uitkijken! Alhoewel vzw’s volgens de nieuwe wet onbeperkt commerciële activiteiten mogen opzetten en winst maken in functie van het doel van de vereniging, kijkt Financiën met een andere blik! De fiscale regelgeving vereist nog steeds dat de “commerciële” activiteiten een bijkomstig karakter hebben om onder de rechtspersonenbelasting te blijven ressorteren, zo niet zal de vereniging onder de vennootschapsbelasting vallen! En dit heeft enkele gevolgen.

3. Een vzw oprichten kan met zijn tweetjes

Volgens de huidige wetgeving moet men nog met minstens 3 zijn om een vzw op te richten. Deze voorwaarde vervalt in de nieuwe wet zodat 2 personen zullen volstaan. Het bestuur moet uit 3 personen bestaan, natuurlijke of rechtspersonen, tenzij er uiteraard slechts twee leden zijn. De wet vermeld wat de vorm van de oprichtingsakte is en wat deze moet bevatten.

4. Openbaarmakingsformaliteiten

Op de griffie van de ondernemingsrechtbank van de zetel van de vzw, wordt voor iedere rechtspersoon een dossier gehouden (verenigingsdossier). KB’s zullen nog verder bepalen onder welke vorm dit moet. De vzw wordt ook ingeschreven in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van ondernemingen. Als vzw ben je ook verplicht bepaalde vermeldingen op te nemen. Zo moeten alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders, websites en andere stukken, al dan niet in elektronische vorm, uitgaande van de vzw de volgende gegevens vermelden: de naam van de vzw, de rechtsvorm (voluit of afgekort), de nauwkeurige aanduiding van de zetel van de vzw, het ondernemingsnummer, het woord “rechtspersonenregister” of de afkorting “RPR”, gevolgd door de vermelding van de rechtbank van de zetel van de vzw, het e-mailadres en de website van de vzw (als die er zijn), en in voorkomend geval, het feit dat de rechtspersoon in vereffening is.

5. Algemene Vergadering en Bestuur kunnen evenveel leden tellen

De Algemene Vergadering moet niet langer uit meer leden bestaan dan de Raad van Bestuur. Beide kunnen dus evenveel leden hebben.

6. Algemene Vergadering

Voor de uitnodiging van de algemene vergadering zal de oproepingstermijn verlengd worden van 8 naar 15 dagen. Tenzij de statuten anders bepalen, heeft ieder lid op de algemene vergadering een gelijk stemrecht. Tijdens ‘gewone algemene vergadering’ licht het bestuursorgaan de financiële toestand en de uitvoering van de begroting toe. Na de goedkeuring van de jaarrekening, beslist de algemene vergadering over de kwijting van de bestuurders en eventueel commissaris. Voor bepaalde beslissingen wordt een ‘buitengewone algemene vergadering’ samen geroepen, bijv. als het gaat om statutenwijzigingen. Om te kunnen beslissen over een statutenwijziging moeten ten minste 2/3e van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Hiervan moet 2/3e akkoord zijn. Indien geen 2/3e van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is op de algemene vergadering is een tweede bijeenroeping nodig, minstens 15 dagen later. Deze algemene vergadering kan op geldige wijze beslissen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden. Opgelet: indien de statutenwijziging betrekking heeft op het voorwerp of belangeloos doel van de vzw, is zij alleen aangenomen wanneer ze 4/5e van de uitgebrachte stemmen heeft verkregen (onthoudingen worden niet meegerekend).

7. Raad van Bestuur wordt ‘bestuursorgaan’ of het ‘bestuur’

De term ‘raad van bestuur’ wordt vervangen door het ‘bestuursorgaan’ of het ‘bestuur’. De wet bevat ook de mogelijkheid dat bestuurders, andere bestuurders coöpteren, wanneer een mandaat komt open te staan voor het einde van dat mandaat (tenzij de statuten dit uitsluiten). De eerstvolgende algemene vergadering zal dan deze vervanging moeten bevestigen. De gecoöpteerde bestuurder volbrengt dan het mandaat van zijn voorganger. Als de algemene vergadering de vervanging niet bevestigt eindigt het mandaat van de gecoöpteerde bestuurder na deze algemene vergadering. Nieuw is ook dat er voor het bestuursorgaan een schriftelijke besluitvorming wordt voorzien. Bij éénparigheid van stemmen zal er schriftelijk kunnen beslist worden en hoeven de bestuurders niet meer fysiek samen te komen (met uitzondering van de besluiten waarvoor de statuten deze mogelijkheid uitsluiten). De verslagen van het bestuur worden ondertekend door de voorzitter en de bestuurders die erom verzoeken.

8. Dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur krijgt een duidelijker opdracht. De opdracht van het dagelijks bestuur en haar relatie met het bestuursorgaan worden concreter omschreven in de wet.

9. Bestuurdersaansprakelijkheid

Elke bestuurder of dagelijks bestuurder is tegenover de vzw verplicht om zijn taak behoorlijk te vervullen. Zij zijn ook aansprakelijk voor fouten begaan in de uitoefening van hun opdracht (een omschrijving van deze fouten staat in de wet). Deze aansprakelijkheid wordt echter beperkt, wanneer het over lichte fout of onachtzaamheid van de bestuurder gaat, tot: - € 125.000 voor rechtspersonen met een gemiddelde jaaromzet van minder dan € 350.000 (exclusief BTW) en een gemiddeld balanstotaal van maximum € 175.000 - € 250.000 voor rechtspersonen met een gemiddelde jaaromzet van minder dan € 700.000 (exclusief BTW) en een gemiddeld balanstotaal van maximum € 350.000 - € 1.000.000 voor rechtspersonen met een gemiddelde jaaromzet van minder dan € 9.000.000 (exclusief BTW) en een gemiddeld balanstotaal van maximum € 4.500.000 - Enz… De maximale bedragen gelden voor alle bedoelde personen samen. Zij gelden per feit of geheel van feiten dat aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid, ongeacht het aantal eisers of vorderingen. Maakte de bestuurder echter een zware fout, dan is hij onbeperkt aansprakelijk.

10. Statuten bepalen het Gewest

De statuten moeten het Gewest bepalen waarin de zetel van de rechtspersoon is gevestigd. Zij mogen ook het adres bepalen.
Als de maatschappelijke zetel verplaatst wordt (verhuis) binnen hetzelfde gewest is er geen statutenwijziging nodig. Als het adres is opgenomen in de statuten of men verhuist naar een ander gewest is er wel een statutenwijziging nodig.

11. 'Maatschappelijk doel' wordt 'belangeloos doel'

In de statuten moet de 'precieze omschrijving van het belangeloos doel dat de vzw nastreeft en van de activiteiten die zij tot voorwerp heeft'. Er moet dus aangegeven worden op welke wijze (voorwerp) het belangeloos doel nagestreefd wordt. Vage doelstellingen zijn uit den boze.

12. Het 'Huishoudelijk reglement' wordt 'Intern reglement'

Het bestuursorgaan kan een intern reglement uitvaardigen mits statutaire machtiging. Het intern reglement en elke wijziging daarvan moet aan de leden worden meegedeeld. De statuten bevatten een verwijzing naar de laatste goedgekeurde versie van het intern reglement. Het bestuursorgaan kan deze verwijzing in de statuten aanpassen en openbaar maken.

13. Vertegenwoordiging van de vzw naar derden

Het bestuursorgaan vertegenwoordigt de vzw (ook in rechte). De statuten kunnen aan één of meer bestuurders de bevoegdheid verlenen om de vzw alleen of gezamenlijk te vertegenwoordigen. De statuten kunnen aan deze vertegenwoordigingsbevoegdheid ook beperkingen aanbrengen (geldt niet t.a.v. derden). Dagelijks bestuur: De statuten kunnen ook bepalen dat het bestuursorgaan het dagelijks bestuur van de vzw, alsook de vertegenwoordiging van de vzw, kan opdragen aan één of meer personen, die elk alleen, gezamenlijk of als college optreden (geldt t.a.v.derden). De vzw is dus verbonden door de handelingen van het bestuursorgaan, van de dagelijks bestuurders en van de bestuurders die de bevoegdheid hebben om de vzw te vertegenwoordigen. Dit betekent dat een medewerker niet zomaar de vzw kan vertegenwoordigen. Het bestuursorgaan zal voor die medewerker een volmacht moeten opmaken waarin vermeld wordt welke bevoegdheden gedelegeerd worden.

14. ‘kleine vzw’s’ en ‘micro-vzw’s’

De wet voert nieuwe definities in voor ‘kleine vzw’s’ en ‘micro-vzw’s’. Deze zijn vooral van belang voor het soort boekhouding dat men moet voeren. Kleine vzw’s zijn vzw’s die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden (gedurende 2 achtereenvolgende boekjaren): — jaargemiddelde van het aantal werknemers: max 50 VTE — jaaromzet (excl. BTW): 9 000 000 euro — balanstotaal: 4 500 000 euro Microvzw’s zijn kleine vzw’s die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden(gedurende 2 achtereenvolgende boekjaren): — jaargemiddelde van het aantal werknemers: max 10 VTE — jaaromzet (excl. BTW): 700 000 euro — balanstotaal: 350 000 euro Er is in de wet geen sprake meer van ‘grote vzw’s’, wel van ‘Andere dan kleine vzw’s’.

Jaarrekening:

Kleine vzw’s kunnen hun jaarrekening opmaken volgens een vereenvoudigd model (zal bepaald worden bij KB) indien op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria worden overschreden: - een jaargemiddelde van max 5 werknemers - in totaal 334 500 euro aan andere dan recurrente ontvangsten (excl. BTW) - in totaal 1 337 000 euro aan bezittingen - in totaal 1 337 000 euro aan schulden Kleine vzw’s kunnen hun jaarrekening opmaken volgens een verkort schema en microvzw’s volgens een microschema (moet nog bij KB bepaald worden). Andere dan kleine vzw’s moeten één of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, van de jaarrekening en van de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten, van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld. De commissaris wordt door de algemene vergadering benoemd. Indienen jaarrekening: moet gebeuren 30 dagen na goedkeuring door de algemene vergadering! - Kleine vzw's en microvzw's dienen hun jaarrekening in bij de Griffie van de Ondernemingsrechtbank - Andere vzw's dienen hun jaarrekening in bij de Nationale Bank
OPGELET
Er is een aanvulling in de maak op de nieuwe vzw-wet. Zo zouden alle vzw’s hun jaarrekening moeten indien bij de Nationale Bank. En dit op elektronische wijze als de Nationale Bank dergelijke aangiftemogelijkheid aanbiedt. Tevens komt er een giftenregister voor giften van en naar het buitenland, voor meer dan € 3000.
WETSVOORSTEL tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen met betrekking tot de giften en de jaarrekeningen van verenigingen en stichtingen, aangenomen op 26/03/2019, in de Commissie voor Handels- en Economisch Recht
"Dit wetsvoorstel voorziet in de veralgemeende neerleggingsplicht voor de jaarrekeningen van verenigingen en stichtingen, ongeacht hun grootte, bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België. Daarnaast voorziet het voorstel in de verplichting voor alle verenigingen en stichtingen tot het houden van een register van de inkomende en uitgaande giften, van en naar het buitenland. Die verplichting heeft betrekking op de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen van Belgisch recht en de verenigingen en stichtingen van buitenlands recht die een bijkantoor hebben opgezet op het Belgische grondgebied. "

15. UBO

Ook de verplichting van vzw’s om haar uiteindelijke begunstigden te registreren in het daarvoor voorziene UBO-register is opgenomen in de nieuwe wet.

TIMING

Wat de inwerkingtreding van de nieuwe vzw-wet betreft: - voor nieuwe vzw’s treedt het wetboek op 1 mei 2019 in werking. - voor bestaande vzw's wordt de wet van toepassing op vanaf 1 januari 2020, voor wat betreft de regels van dwingend recht (waaronder de regels rond bestuurdersaansprakelijkheid). Bestaande vzw's mogen zich wel al vanaf 1 mei 2019 vrijwillig aan de wet aanpassen. De statuten moeten in ieder geval uiterlijk op 1 januari 2024 in regel zijn met de nieuwe wetgeving. Het bos en de bomen Zit je nog met heel wat onduidelijkheden en heb je geen zin of tijd om het hele wetboek te doorploeteren … geen nood. - We vernamen dat er werk gemaakt wordt van een codex met alle relevante artikels voor verenigingen, gepubliceerd door Larcier. Ook bij Die Keure zou een publicatie verschijnen; 'Nieuw recht voor VZW, stichting en sociale onderneming', geschreven door Prof.Dr. Marleen Denef (ed.), Xanne Holvoet, Coralie Mattelaer, Benoit Spitaels en Bram Van Baelen. Deze publicatie wordt verwacht in juni 2019. - Er worden heel wat vormingen en infosessies i.v.m. de nieuwe vennootschaps- en verenigingswet georganiseerd. (Sociare, Scwitch,…) - Concrete informatie en een aangepaste statutenbouwer vindt je binnenkort bij Scwitch: www.scwitch.be

Uitkijken

Wij blijven er op wijzen dat met deze nieuwe wet mogelijks een rits andere problemen de kop zullen opsteken, door de impact van deze hervorming op de andere beleidsdomeinen. We denken daarbij aan de fiscale wetgeving. Vzw’s die ondernemender worden op de markt en gaan inzetten op commerciële activiteiten zullen mogelijks in de vennootschapsbelasting terecht komen. Wat dan op zijn beurt weer gevolgen heeft voor het werken met vrijwilligers! En wat met de fiscaal aftrekbare giften? Deze zijn ook niet te combineren met commerciële activiteiten. Tevens zijn er heel wat decreten op Vlaams niveau die een ‘niet-commerciële’ rechtsvorm als voorwaarde tot subsidiëring stellen. Om de Vlaamse decreten in overeenstemming te brengen met de nieuwe wet van het vennootschaps- en verenigingsrecht werd een taskforce opgericht binnen de Vlaamse overheid. Voor vzw’s die deels commercieel gaan werken bestaat er ook besmettingsgevaar. Als de commerciële zijde van de organisatie het niet zo goed doet riskeert de gesubsidieerde kant mee te gaan wankelen. De Federatie blijft aandringen op overleg en afstemming met andere bevoegdheidsdomeinen. Dat is broodnodig om problemen te vermijden! Organisaties dreigen anders gekneld te raken tussen elkaar tegensprekende wetgevingen.
Kristien Vermeersch Neem contact op met Kristien

Meer weten over deze wetgeving?

Naar Kristien!