Maak van sociaal-cultureel werk geen politiek spel

De Vlaamse Regering keurt mogelijk vrijdag 16 september een aangepast “Decreet houdende de subsidiëring van het sociaal-cultureel volwassenenwerk” goed. Dit aangepaste decreet vertrekt van wantrouwen in de maatschappelijke keuzes, de werking en de brede vrijwilligersbases van tal van sociaal-culturele organisaties. Het zet het voortbestaan, dynamiek en de rechtszekerheid van die organisaties en hun vele vrijwilligers op losse schroeven.

2022 actie decreet vierkant


Onder de noemer "Maak van sociaal-cultureel werk geen politiek spel", roepen we de Vlaamse Regering op om dit decreet niet goed te keuren.

Deze oproep mee ondersteunen? Download hier het campagnebeeld.

De aanpassingen aan het decreet - dat dateert van juli 2017 - waren voorzien in het regeerakkoord. Initiatieven die “zich terugplooien op etnisch-culturele afkomst” zouden niet meer gesubsidieerd worden. Bovendien moet elke organisatie actief motiveren hoe ze in hun werking “segregatie tegengaan”. Tot slot stelde het regeerakkoord dat er “rekening zal gehouden worden met adviezen van externe experten”, maar dat “de finale inhoudelijke afweging van de beleidsdoelstellingen en criteria en het bepalen van het subsidiebedrag zelf binnen het budgettaire kader zonder beperking autonoom berusten bij de regering”. Daartoe zou men de decretale adviesprocedures en de regels voor de bepaling van het subsidiebedrag aanpassen.
Ondanks – vaak constructief – overleg met het bevoegde kabinet, staan deze uitgangspunten in het goed te keuren decreet. Daar zijn we zeer bezorgd over. Want ze vreten aan de fundamenten van wat sociaal-cultureel werk is en ze ondergraven het centrale uitgangspunt van het huidige decreet, namelijk het ‘civiel perspectief’. Bovendien lijkt politieke hardnekkigheid hier de bovenhand te halen op samenlevingsnoden en de maatschappelijke realiteit waarin alle sociaal-culturele organisaties en hun vele vrijwilligers en deelnemers actief zijn.

Uitholling civiel perspectief

Het huidige decreet vertrekt vanuit het ‘civiel perspectief’. Dat betekent dat sociaal-culturele organisaties maatschappelijke actoren zijn die vanuit hun missie en visie een eigen plaats innemen in de samenleving. Door aan de slag te gaan met burgers maken ze eigen keuzes over met wie ze op welke manier rond welke thema’s werken. Mét burgers ontwikkelen ze allerlei praktijken voor burgers en samenleving. Dat is hun maatschappelijke relevantie en maakt hen tot essentiële actoren in onze democratie. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor hun werking, zolang die kwalitatief sterk is en kadert in een sokkel van gedeelde waarden en normen, omschreven in het decreet. Anders gesteld, het is de opdracht en verantwoordelijkheid van politici om een duidelijk wettelijk kader af te bakenen en te bewaken zodat er binnen dat kader voldoende speelruimte is voor veel organisaties om op velerlei manieren met allerlei maatschappelijke thematieken aan de slag te gaan. Niet minder, maar ook niet meer.
Binnen dit kader van het huidige decreet kregen anderhalf jaar geleden 131 sociaal-culturele organisaties subsidies toegekend na een intensieve beoordelingsprocedure. Dat is nu een bonte mix van werkingen die globaal garant staan voor dynamiek, innovatiekracht en kruisbestuivingen. Die krijgen hun subsidies niet zomaar. De beoordelings- en evaluatiecyclus van erkende sociaal-culturele organisaties gebeurt heel intensief en grondig, door commissies van ambtenaren en externe experten, en omvat tal van checks and balances. Ook subsidie-evoluties zijn voorwerp van een gesofisticeerd systeem waarbij een organisatie bij de start van een nieuwe beleidsperiode bijvoorbeeld maximaal 25% minder subsidie kan krijgen, tenzij uit visitaties of beoordelingen blijkt dat er onvoldoende kwaliteit in huis is, wat tot onmiddellijke stopzetting kan leiden. Dit systeem biedt rechtszekerheid en zorgt ervoor dat organisaties met achterban en vrijwilligers realistische plannen kunnen maken. Wars van deze geobjectiveerde beoordelings- en evaluatiecyclus wil de regering nu zelf een ‘finaal inhoudelijke afweging’ maken en de huidige drempels voor subsidiestijgingen en -dalingen laten vallen. Dit luidt het einde in van het civiel perspectief én ondermijnt de rechtszekerheid van alle organisaties. Een politiek spel met zware gevolgen dus.

Klimmers en dalers, gelijk voor de wet?

Het huidige decreet stelt dat een organisatie na een positieve beoordelingsronde maximum 25% kan stijgen of dalen. Dat een positief beoordeelde organisatie toch een kwart van haar subsidies kan verliezen, was en blijft moeilijk uit te leggen en komt hard aan bij betreffende organisaties. In het nieuwe decreet wil men alle marge om te schuiven met subsidies. Vanuit het argument dat je nu eenmaal meer geld moet wegnemen bij sommige organisaties om meer te kunnen geven aan andere organisaties. Klinkt op het eerste gezicht logisch, maar het klopt niet. Want procenten zijn geen absolute bedragen. Met een perfect budgetneutrale ingreep kan je meerdere organisaties pakweg 50% meer subsidie geven zonder van andere organisaties meer dan een kwart subsidie te moeten wegnemen. Want voor elke organisatie - groot of klein – die zo’n verlies moet incasseren na een positieve beoordeling, betekent dit de doodsteek. Deze ondergrens van 25% moet dus absoluut behouden blijven in het nieuwe decreet.

Organisaties die segregeren, krijgen nu ook geen subsidies

Niemand wil dat er subsidiegeld gaat naar organisaties die segregatie promoten in onze samenleving, punt. Organisaties die niet kunnen aantonen dat ze actief aan ‘bonding & bridging’ doen, raken momenteel onmogelijk erkend en gesubsidieerd in het huidige decreet. Het huidige decreet biedt dus nu al voldoende garanties voor de besognes in het regeerakkoord. Wat minister Jambon overigens zelf erkende in het Vlaams Parlement. Er is dus geen enkele rationele reden om het niet segregeren op basis van etnisch-culturele afkomst expliciet in het decreet op te nemen. De keerzijde van deze pure politieke symboliek is dat een hele sector verdacht gemaakt wordt. Onbegrijpelijk, want het regeerakkoord vermeldde ook de positieve rol die sociaal-culturele organisaties op tal van maatschappelijke domeinen spelen. Compleet onnodig ook, in tijden waar ook sociaal-culturele organisaties van de ene naar de andere crisis spartelen.

Voer goed beleid en speel geen politiek spel

Niemand betwist politieke eindverantwoordelijkheid. Het huidige decreet bevestigt het civiel perspectief, honoreert dynamiek in en tussen organisaties, zorgt voor vlotte in- en uitstroom en geeft ruimte aan eventuele inhoudelijke accenten die de minister via subsidiebedragen wil leggen. De kunst bestaat erin deze uitgangspunten in een rechtszeker kader te gieten. Dat is goed beleid voeren, geen politiek spel spelen. De voorgestelde ingreep in dit decreet is dus overbodig, getuigt van wantrouwen in de maatschappelijke keuzes en de brede vrijwilligersbases van organisaties en leidt tot een kader dan onvoldoende rechtszekerheid biedt aan alle sociaal-culturele organisaties in Vlaanderen.