Betoging lage resolutie web 42

Onderzoek naar talentontwikkeling: wat hebben amateurkunstenaars nodig om te groeien?

Dossier: Lokaal beleid

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het nieuwe Amateurkunstendecreet. Maar wat hebben amateurkunstenaars nodig om te kunnen groeien? Een recente evaluatie van het tijdelijke ‘subsidiereglement talentontwikkeling’ biedt inzichten. Een belangrijke conclusie: talent ontwikkelt zich niet zonder tijd, ruimte en kansen om te experimenteren. Wat leren we nog meer? En welke inzichten drijven boven voor (boven)lokale besturen?

Waarover gaat het?

Het tijdelijke subsidiereglement ‘talentontwikkeling in de amateurkunsten’ liep van 2021 tot en met 2023. Amateurkunstenaars en -groepen konden maximaal € 10.000 aanvragen voor een traject van maximaal twee jaar. De bedoeling was om talentontwikkeling te stimuleren, onder meer via samenwerking met professionele kunstenaars of het deeltijds kunstonderwijs (DKO).
Vanaf 2024 werd het reglement onderdeel van het nieuwe Amateurkunstendecreet. Via één van hun kernopdrachten geven de amateurkunstenorganisaties sindsdien rechtstreeks (financiële) impulsen voor groei en ontwikkeling aan beoefenaars en groepen in hun disciplines.
Onderzoekers van HIVA/KU Leuven en Universiteit Gent onderzochten hoe het voormalige subsidiereglement in de praktijk werd gebruikt en ervaren. Hun bevindingen bieden aanknopingspunten om ondersteuning toegankelijker en effectiever te maken.

Talentontwikkeling is méér dan beter worden

Talentontwikkeling is geen vastomlijnd proces. Voor de ene beoefenaar gaat het om technieken verfijnen of een eigen artistieke stijl ontwikkelen. Voor de andere draait het om zelfvertrouwen, motivatie of leren omgaan met feedback. Soms mondt een traject uit in een voorstelling, creatie, opname of ander toonmoment. Maar ontwikkeling kan evengoed plaatsvinden zonder concreet eindproduct. Ook groepen ontwikkelen zich: samen creëren, nieuwe werkvormen uitproberen of als groep artistiek groeien. 
Piano spelen
Het onderzoek onderscheidt zeven manieren om talentontwikkeling te organiseren, van kleinschalige individuele projecten tot samenwerkingen met meerdere partners. Het is opvallend dat trajecten met een sterke institutionele verankering beter werden beoordeeld, terwijl dit in de praktijk niet per definitie tot meer succes leidde. Formele voorwaarden, zoals een vzw-structuur, zijn dus niet vanzelfsprekend de beste manier om kwaliteit te garanderen.

Groeien vraagt tijd en ruimte

Uit het onderzoek blijkt dat amateurkunstenbeoefenaars een sterke behoefte hebben aan professionele begeleiding en artistieke coaching. Ook een concreet toonmoment kan daarbij richting geven en motiveren om werk verder te ontwikkelen. Tegelijk staat de ruimte die beoefenaars hiervoor nodig hebben onder druk: betaalbare repetitieruimtes, ateliers en kleine podia. Ook informele plekken waar kunstenaars elkaar ontmoeten en ideeën uitwisselen, worden schaarser. Dat stemt tot nadenken, ook op lokaal niveau. 

Lokale knooppunten als katalysator

Ook samenwerking met een academie  en het professionele kunstenveld kan daarbij veel betekenen. Vandaag blijkt die samenwerking echter nog vaak afhankelijk van individuele contacten en goodwill. Het onderzoek ziet kansen in meer structurele, lokale knooppunten: bijvoorbeeld rond een academie, een lokale hub bij een cultuurcentrum, een gedeelde repetitieruimte of amateurkunstenorganisatie: “Wat het veld nodig heeft, zijn herkenbare, laagdrempelige knooppunten waar mensen uit verschillende sectoren en met uiteenlopende achtergronden elkaar kunnen ontmoeten, van elkaar kunnen leren en gezamenlijk kunnen experimenteren zonder dat daar telkens een formeel project of een subsidiedossier aan vooraf moet gaan”.

Niet alleen het resultaat telt

De ene amateurkunstenaar heeft genoeg aan een korte impuls, de andere heeft nood aan langdurige begeleiding of een netwerk van partners. Ondersteuning moet daarom aansluiten bij uiteenlopende ambities, disciplines en organisatievormen.
Bij talentontwikkeling is het leerproces even belangrijk als het eindproduct. Maar bij subsidiereglementen ligt de nadruk in rapportering vaak op zichtbare resultaten: een voorstelling, album of tentoonstelling. Maar veel van wat tijdens een traject gebeurt, blijft daardoor onder de radar. Wie alleen het eindproduct beoordeelt, mist een belangrijk deel van de ontwikkeling...

Aanbevelingen voor stimulerende reglementen

  • Effen het speelveld. Niet iedereen beschikt over dezelfde administratieve vaardigheden, digitale toegang of organisatorische ondersteuning. Stem procedures en formats af op verschillende profielen.
  • Maak leren zichtbaar. Schenk bij evaluatie en rapportering aandacht aan het leerproces, reflectie en ontwikkeling, niet alleen aan het eindproduct.
  • Zorg voor een heldere rolverdeling tussen de Vlaamse Overheid, de amateurkunstenorganisaties, lokale besturen, het deeltijds kunstonderwijs en het professionele kunstenveld. Elke actor heeft een rol te spelen.
  • Erken verschillende organisatievormen en samenwerkingen en werk op maat. Individuele kunstenaars, groepen, korte interventies en langere trajecten hebben verschillende noden.
  • Verstevig de verbinding met deeltijds kunstonderwijs en het professionele veld. Niet als doel op zich, maar als manier om expertise, begeleiding en ontwikkelingskansen toegankelijker te maken.
Een aantal van deze tips zijn ook rechtstreeks bruikbaar voor je lokaal cultuurbeleid.

Samen bouwen aan een klimaat waarin kunstenaars kunnen groeien

Talentontwikkeling staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een breder artistiek ecosysteem. Het onderzoek wijst op een aantal tendensen die impact hebben op talentontwikkeling, zoals inkrimping van fysieke, sociale en artistieke ruimte. Tegelijk spelen ook evoluties binnen het verenigingsleven of de samenwerking met het DKO en de professionele kunsten een rol. 
Talentontwikkeling is een verantwoordelijkheid van velen. Ook (boven)lokale besturen kunnen dat klimaat mee vormgeven. Door ontmoetingsplekken toegankelijk te maken, samenwerking te stimuleren en ruimte te bieden aan experiment, versterken ze de mogelijkheden om te leren, te creëren en artistiek te groeien.
Zingen koor
Talentontwikkeling is tot slot enkel duurzaam wanneer er gewerkt wordt aan een 'doorlopende' leerlijn tussen deeltijds kunstonderwijs, amateurkunsten en de professionele kunsten. Want kunstenaars groeien niet allemaal op dezelfde manier. Maar ze hebben wel allemaal ruimte nodig om te leren, te experimenteren, te maken en opnieuw te beginnen. Ook steden en gemeenten kunnen hun steentje daartoe bijdragen. Op vele plekken gebeurt het al, met resultaat.