header handjes

Nieuw Amateurkunstendecreet in de startblokken

Dossier: Decreet Amateurkunsten

Op donderdag 1 februari besprak de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement het nieuwe Amateurkunstendecreet. Na stemming werd het nieuwe decreet definitief goedgekeurd. Niettemin stelden verschillende commissieleden pertinente vragen aan cultuurminister Jambon, ingegeven door de hoorzitting met de sector en de SARC twee weken eerder op donderdag 18 januari. De vragen peilden onder meer naar het nodige budget om het decreet optimaal uit te rollen, de nieuwe 6e kernopdracht voor de amateurkunstenkoepels en de positie van de individuele amateurkunstenaar.

De amateurkunstensector aan het woord in het Vlaams Parlement

De Federatie, VLAMO en Kunstwerkt namen samen met de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) het woord tijdens de hoorzitting over het nieuwe Amateurkunstendecreet op 18 januari voor de Commissie Cultuur in het Vlaams Parlement. De sector benadrukte haar appreciatie voor de ambities van het decreet en de erkenning voor het groeiende veld van amateurkunstenaars. Na meer dan twintig jaar was een nieuw decreet aan de orde. Maar het nieuwe decreet baart ook zorgen. De sector vatte haar voornaamste aandachtspunten samen:
    • De grote focus op excellentie en internationalisering kan een mattheuseffect veroorzaken. Door enkel meerjarige subsidies te voorzien voor groepen met hoge artistieke ambities kan er een steeds grotere kloof ontstaan met de rest van het veld. Bovendien maken individuele kunstenaars die excelleren geen kans op deze subsidies.
    • Met de nieuwe 6e kernopdracht moeten de koepelorganisaties een instrument ontwikkelen dat (financiële) impulsen voor groei en ontwikkeling voorziet voor groepen en amateurkunstenaars. Deze opdracht moet breed geïnterpreteerd kunnen worden, op maat van de noden van de disciplines en de werking van elke organisatie.
    • De nieuwe beheersovereenkomst met elke amateurkunstenkoepel moet transparant en in dialoog tot stand kunnen komen, met het beleidsplan al uitgangspunt.
    • Het nieuwe decreet is ambitieus, maar er worden geen extra middelen voorzien om de nieuwe subsidielijnen en ambities uit te rollen. We berekenden dat er een budget van 2,5 miljoen euro nodig is om de doelstellingen van het decreet waar te maken.
Hoorzitting amateurkunsten 3 2024
De vragen van de parlementairen gingen bijvoorbeeld over de lacune voor feitelijke verenigingen en individuele amateurkunstenaars: zij kunnen enkel subsidies aanvragen via de “tussenkomsten voor deelname aan een buitenlands initiatief” en de “internationale ambassadeurs amateurkunsten”. Ook het gebrek aan rechtszekerheid voor de amateurkunstenkoepels en de duurzame ondersteuning voor alle disciplines kwam aan bod. De hoorzitting leverde dus voldoende gespreksstof voor de bespreking van het Amateurkunstendecreet 2 weken later.

Eén euro per amateurkunstenaar extra nodig

Orry Van De Wauwer

Orry Van de Wauwer (CD&V)

Op 1 februari werd het Amateurkunstendecreet uiteindelijk besproken en goedgekeurd in de Commissie Cultuur. We vatten de voornaamste discussiepunten samen. Orry Van de Wauwer (CD&V), opende de vragenronde: “Het gebeurt niet vaak dat we een decreet bespreken met impact op zovelen.” Hij verwijst daarbij, naar het bevolkingsonderzoek uit 2018 waaruit bleek dat maar liefst 44% van de Vlamingen of meer dan 2 miljoen Vlamingen amateurkunsten beoefent. Van de Wauwer legt nagenoeg alle bedenkingen van de sector (zie hierboven) voor aan de minister.
“Er is 2,5 miljoen euro nodig om de doelen van het nieuwe decreet te behalen. Dat is ongeveer 1 euro per amateurkunstenaar. Dat lijkt me goed besteed belastinggeld.”
Orry Van de Wauwer (CD&V)
Ook Stephanie D’Hose (Open VLD) en Meyrem Almaci (Groen) bevragen de minister over het nodige budget. Katia Segers (Vooruit) vult aan: “Het is makkelijk om de budgetvraag door te schuiven naar de volgende legislatuur maar er moet een onderbouwde prognose komen voor die noodzakelijke financiering in functie van het volgende regeerakkoord.”

Proefperiode voor de 6e kernopdracht

Het gebrek aan middelen is opvallend als we kijken naar de 6e kernopdracht. Tussen 2021-2023 werd € 850.000 toegewezen aan het subsidiereglement talentontwikkeling, maar slechts een grote helft daarvan (€ 450.000) stroomt nu door naar de amateurkunstenkoepels om impulsen te geven voor groei en ontwikkeling aan amateurkunstenaars en -groepen. Minister Jambon beschouwt de resterende beleidsperiode (2024-2026) als een proefperiode om de noden in het veld te detecteren. Hij stelt dat de volgende cultuurminister dan moet beslissen of er extra budget nodig is.
Nochtans werd ook het reglement talentontwikkeling eerder al als 'experiment' gezien voor het nieuwe decreet. Daaruit bleek dat de aanvragen steeds een pak hoger lagen dan de toegekende projecten. Gemiddeld kreeg slechts 49% van de aanvragers ook subsidies. Deze aanvragers worden in de toekomst dus toegeleid naar de amateurkunstenkoepels, die met een halvering van het budget (financiële) impulsen voor hen moeten voorzien.
Het klopt wél dat het de komende drie jaar inhoudelijk experimenteren wordt met die nieuwe 6e kernopdracht. De minister bevestigt dan ook dat de middelen die toegekend worden voor de 6e kernopdracht gespreid kunnen worden over de resterende beleidsperiode. Hij beaamt bovendien dat deze opdracht breed ingevuld kan worden, op maat van de noden van elke discipline.
“In overleg met de koepelorganisaties hebben we beslist dat de middelen niet per se rechtstreeks ingezet moeten worden voor talentontwikkeling, het kan bijvoorbeeld ook gaan over coaching.”
Jan Jambon (minister van Cultuur)

Een Champions League voor amateurkunstenaars?

Verschillende parlementsleden voelden minister Jambon aan de tand over het mogelijke mattheuseffect van de “meerjarige subsidielijn voor amateurkunstengroepen”. In de hoorzitting waarschuwden zowel de SARC als de amateurkunstensector voor dit ongewenste effect. Orry Van de Wauwer (CD&V), daarin bijgetreden door Segers en Almaci, bevraagt de minister: “Hoe gaat u monitoren dat er geen Champions League ontstaat en er een te grote kloof komt tussen de groepen die meerjarige subsidies ontvangen en de rest van het veld?”
Minister Jambon maakt zich geen zorgen over het mattheuseffect, omdat hij ervan overtuigd is dat het nieuwe Amateurkunstendecreet zowel inzet "op de basis als op de amateurkunstenaars die artistiek vergevorderd zijn". Met het nieuwe decreet wil hij een evenwichtige ondersteuning realiseren voor het volledige continuüm van het veld, aldus de minister.

Een beheersovereenkomst in dialoog

In de hoorzitting uiten zowel de SARC als de amateurkunstensector hun bedenkingen bij het schrappen van de financiële grendels voor de amateurkunstenkoepels. Vandaag kunnen deze organisaties maximaal 20% van hun subsidie verliezen, en kunnen hun subsidies samen maximaal 20% stijgen. Deze afspraak verzekert een duurzame werking. Door de grendels te schrappen, verdwijnt echter de garantie dat álle disciplines duurzaam ondersteund worden.
Katia Segers Web Low 02

Katia Segers (Vooruit)

Zowel Orry Van De Wauwer (CD&V) als Katia Segers (Vooruit) vragen de minister naar zijn positie. Meyrem Almaci (Groen) dient vanuit de Groen-fractie amendementen in om de financiële grendels terug in het decreet te schrijven. De minister ziet echter geen problemen en benadrukt dat het decreet bepaalt dat er voor elke kunstdiscipline werkingssubsidies worden toegekend aan één koepelorganisatie.
Bovendien erkent minister Jambon de belangrijke rol van de koepelorganisaties in de uitvoering van het amateurkunstenbeleid. Hij ziet dit weerspiegeld in de invoering van een beheersovereenkomst, en benadrukt ook het dialoogprincipe tussen de overheid en de koepelorganisaties bij de evaluatie van hun werking.

Geen subsidies voor feitelijke verenigingen

Zoals bij de andere cultuurdecreten worden feitelijke verenigingen uitgesloten van de meeste subsidielijnen, behalve voor de tussenkomsten voor deelname aan een buitenlands initiatief. Zowel de SARC als de amateurkunstensector dringen in de hoorzitting aan op een ruimere toegang voor feitelijke verenigingen, aangezien een groot deel van de sector niet verenigd is in een vzw. Minister Jambon beseft dat de amateurkunstensector heel wat feitelijke verenigingen telt, maar waarschuwt ook voor de risico’s voor de vertegenwoordigers van deze groepen. Bovendien meent hij dat de administratieve overlast eerder beperkt is bij het oprichten van een kleine vzw.
Meyrem almaci 1483067

Meyrem Almaci (Groen)

Katia Segers (Vooruit) dient vanuit haar fractie amendementen in om feitelijke verenigingen maximaal toe te laten tot het decreet. Ook Meyrem Almaci (Groen) uit haar bezorgdheid: “Een focus op excellentie is oké, en veel ambities hebben ook. Maar als je tegelijk de individuele kunstenaars én de feitelijke verenigingen uitsluit van de subsidielijnen, dan is dat zorgwekkend.” Meyrem Almaci diende een amendement in om de subsidielijn "meerjarige subsidies voor amateurkunstengroepen” ook toegankelijk te maken voor individuele amateurkunstenaars. De amendementen van Groen en Vooruit werden uiteindelijk weggestemd door de meerderheid.
“Individuele amateurkunstenaars krijgen minder kansen voor artistieke en kwaliteitsvolle groei in dit decreet. Wij vinden dit jammer en onnodig.”
Meyrem Almaci (Groen)

Van lokaal tot internationaal

Dat een nieuw en ambitieus amateurkunstendecreet aan de orde was, staat buiten kijf. Stephanie D’Hose (Open VLD) vat het als volgt samen:
“Onze fractie is tevreden met het decreet omwille van 3 redenen:
  • er wordt gesteund op de amateurkunstenkoepels om een breed en divers amateurkunstenveld te bereiken
  • er worden nieuwe subsidielijnen ingevoerd, onder andere met focus op internationale uitstraling
  • er is een duidelijke verbinding met zowel de professionele kunsten als het deeltijds kunstonderwijs”
Marius Meremans (N-VA) wijst dan weer op de verwevenheid van het amateurkunstendecreet met zowel het lokale, bovenlokale als Vlaamse beleidsniveau. Hij verwijst daarbij naar de conceptnota van N-VA voor een nieuw Amateurkunstendecreet uit 2021. Elk niveau heeft zijn rol te spelen, en dat ziet hij weerspiegeld in het decreet dat voorligt.

Welke hordes staan nog recht?

Nu het decreet is goedgekeurd kunnen de amateurkunstenkoepels starten met de 6e kernopdracht. De afspraken hierover worden vastgelegd in een mini-beheersovereenkomst voor de resterende jaren van de beleidsperiode (2024-2026). De overige subsidielijnen gaan van start in januari 2025. De procedures en richtlijnen voor de uitvoering van het decreet worden toegelicht in het Uitvoeringsbesluit, dat op 9 februari 2024 is goedgekeurd door de Vlaams Regering. Bekijk hier het definitieve uitvoeringsbesluit.
Wat zal het nieuwe decreet teweeg brengen? De amateurkunstensector apprecieert de impulsen voor beoefenaars die het lokale niveau overstijgen en die willen groeien. Maar we blijven ijveren om individuele amateurkunstenaars en feitelijke verenigingen evenveel kansen te bieden als groepen die structureel georganiseerd zijn. Ook het beloofde dialoogprincipe bij het opstellen van de beheersovereenkomsten volgen we met argusogen op. En tot slot gaan we ervan uit dat de toekomstige minister de nodige middelen toekent om de doelstellingen van het nieuwe decreet ook effectief waar te maken. We rekenen er alvast op dat minister Jambon zijn opvolger de nodige berekeningen bezorgt.

Voorafgaand aan de bespreking van het nieuwe Amateurkunstendecreet, stelde Meyrem Almaci (Groen) aan minister Jambon een vraag n.a.v. de Week van de Belgische Muziek eind januari, georganiseerd door VI.BE. Almaci uitte haar bezorgdheid over de afnemende kansen voor lokaal muziektalent. Lokale muziekorganisaties worstelen met administratieve lasten, financiële kosten en ruimtebeperkingen. Ook verwees ze naar regulitis.be, waar De Federatie samen met partners uit de jeugd- en sportsector administratieve drempels voor verenigingen opsomt en aanpakt.


Jambon benadrukte bestaande initiatieven zoals de impulsen in het nieuwe Amateurkunstendecreet en de beurzen van het Kunstendecreet. Hij verwees naar het Verenigingsloket als een middel om administratieve lasten te verminderen en erkende de rol van lokale jeugdhuizen en organisaties als Formaat in het ondersteunen van muziektalent.

Marius Meremans (N-VA) is op zijn beurt bezorgd om de financiële druk op opdrachtgevers door de federale hervorming van de KVR naar de amateurkunstenvergoeding (AKV). In de discussie die volgde nuanceerde Katia Segers (Vooruit) de kwestie van de AKV en benadrukte ze de voordelen van de hervorming voor amateurkunstenaars.

Almaci sloot af met een oproep tot samenwerking en een constructieve aanpak om lokaal muziektalent te ondersteunen en administratieve hindernissen te overwinnen.

Bekijk of herlees hier de volledige discussie.