Referentieregio’s als grondslag voor lokaal, Vlaams en federaal beleid?

Er beweegt wat in Vlaanderen… Voorlopig eerder onderhuids. Maar op lange termijn kan de regiovorming – de ultieme droom van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers – ook z’n weerslag hebben op cultuur. Maak mee de oefening in toekomstdenken.

Referentieregio's in de maak

Drie jaar geeft de Vlaamse overheid zichzelf om stappen vooruit te zetten in het dossier ‘regiovorming’. Daarbij is het de bedoeling om een 13-tal referentiegebieden af te bakenen waarbinnen alle vormen van intergemeentelijke en bovenlokale samenwerking plaatsvinden. Denk aan: veiligheid, zorg, mobiliteit, vrije tijd, enz. Begin 2021 (vermoedelijk februari) wil de Vlaamse Regering de referentieregio’s vastpinnen. Die kaart vormt geen eindpunt, maar een startpunt, aldus Somers. Een basis voor steden en gemeenten én de Vlaamse én de federale overheid om hun eigen samenwerkingsverbanden op af te stemmen. Zo’n complexe operatie vraagt tijd en overleg beseft de minister. Over het draagvlak werd hij in de Commissie Binnenlands Bestuur van 8 december 2020 stevig aan de tand gevoeld.
Jeremievaneeckhout

Jeremie Vaneeckhout (foto: Groen) stelde minister Bart Somers een vraag over het draagvlak van regiovorming.

We moeten af van de indruk dat dit een vrijblijvende oefening is. Voor het eerst in decennia is er kans op een doorbraak ten gronde.
Minister Bart Somers (Binnenlands Bestuur)

Groeiscenario

In eerste instantie worden vooral de burgemeesters (via de provinciegouverneur) hierin gehoord. Ook de Vlaamse sectorale beleidsdomeinen met regionale afbakeningen (bv. cultuur) hebben de vraag gekregen om advies te formuleren. Met de Vlaamse departementen wordt de komende jaren een traject opgezet om in te schatten wat de impact van regiovorming zal zijn. Gaande van decreetsaanpassingen tot bijsturing qua timing van bestaande samenwerkingsverbanden. Denk er gerust al even over na wat dat voor uw sector of organisatie zou kunnen betekenen…
Wat betekent dat naar bestuurskracht, organisatie, democratische betrokkenheid, overgangssituaties en dergelijke?
Minister Bart Somers
20200617 Bart Somers

Het werd een lang betoog waar heel wat collega-parlementsleden gretig op inpikten.

Elk Vlaams decreet zal op z’n eigen tempo worden aangepakt, rekening houdend met bestaande merites en noodzaken. Wellicht komt dit pas volgende legislatuur op snelheid. De implementatie zal daarna zichtbaar zijn, over 10 à 15 jaar. Eerst is er nog veel kneed- en bijstuurwerk nodig. Vandaar de oprichting van een Labo Regiovorming in de schoot van de VVSG (2021 tem 2023). Dit moet de weg effenen zodat de regio’s een écht overlegplatform voor afstemming en visievorming gaan vormen. Voorts zal dit Labo hinderpalen in kaart brengen en er oplossingen voor zoeken.
VVSG en universiteiten zijn een structurele partner in dit traject. Breng ook het perspectief van het middenveld en burgerparticipatie binnen in het debat.
Dirk Verbist, directeur De Federatie
Kaart Regiovorming

Voorstel: 13 referentieregio's. Dit kunnen er na advies ook 14, 15 of 16 worden.

Tussentijdse stand van zaken

Na de jaarwisseling, en dus de deadline voor de gouverneurs om hun gebundelde adviezen aan de minister over te maken, waren verschillende parlementairen nieuwsgierig naar de huidige stand van zaken. Katrien Partyka (CD&V), Tom Ongena (Open VLD) en Kurt De Loor (Sp.a) stelden hierover een vraag in de Commissie Binnenlands Bestuur van 26 januari 2021. Dit zijn de highlights die wij alvast onthouden:
  • Alle gouverneurs leverden netjes op tijd hun adviezen aan. In detail zijn de resultaten of motivaties nog niet besproken in de commissie. Eerst is de Vlaamse Regering aan zet. Wel gaf Somers aan dat de meeste deining in West-Vlaanderen zit.
  • Ook vijf Vlaamse ministers gaven reeds een eerste advies ter zake: Beke voor welzijn en gezondheidszorg - Dalle voor jeugd, media en Brussel - Demir voor omgeving en natuur, justitie en handhaving, en toerisme - Diependaele voor wonen en onroerend erfgoed - Peeters voor mobiliteit en openbare werken. Crevits zou dat eerstdaags doen voor werk en sociale economie. Opvallend cultuur (Minister-president Jambon) of onderwijs (minister Weyts) werden niet genoemd...
  • Het echte gesprek met het federale niveau komt er nog aan.
Verdere passeerden een aantal bekommernissen de revue, zoals:
  • de vraag over de wenselijkheid van harde grenzen tussen referentieregio’s. Sommige grensgemeenten pleiten voor een bijzonder statuut. Hoe hard moeten die grenzen zijn? Waarop Somers repliceerde: "Als je die heel hard maakt, is dat moeilijk. Als je ze te zacht maakt, dan betekent die regiovorming een lege doos. Er moet een goed optimum worden gezocht tussen beide."
  • zal subregionale samenwerking op basis van noden mogelijk blijven? "Relevante vraag," vond de bevoegde minister.
  • hoe omgaan met het spanningsveld tussen de belangen van een centrumstad en die van de kleinere gemeenten? "Dat zal in beeld worden gebracht," aldus Somers. "De regio’s moeten over voldoende slagkracht beschikken, zowel door financiering en ondersteuning als door een voldoende grote schaal."
  • de democratische legitimiteit. Hoe zorg je ervoor dat die gegarandeerd blijft? Een terechte bekommernis die wordt meegenomen in het vervolgtraject, luidt het.
  • de vraag aan Vlaanderen en aan de federale overheid om mee hun verantwoordelijkheid te nemen en hun regionale afbakeningen, beleid en regelgeving aan te passen aan die regelgeving eens ze tot stand is gekomen.
Zodus: Half februari wil minister Bart Somers de referentieregio’s afkloppen, net als het transitiepad, zowel naar de Vlaamse collega’s als naar de verdere uitrol.
Als iedereen zijn optimale indeling gebruikt, wordt het geheel totaal suboptimaal.
Minister Bart Somers
Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke