WASCABI 2021: een terugblik

Vrijdag 3 september 2021. Ruim 200 blije gezichten in de grote zaal van de AB in Brussel. Na controle van hun CST kijken en luisteren ze ongemaskerd en zonder afstandsregels naar wat er op het podium gebeurt. Gesprekken over de toekomst van de beleids- en financiële kaders van de sociaal-culturele en de amateurkunstensector. Sectoren die het anderhalf jaar lang zwaar te verduren hadden, maar zich ook van hun beste en meest dynamische kant toonden en nu volop live aan het heropstarten zijn. Zij het met twijfels en bezorgdheden, bleek ook uit de compilatiefilmpjes van zomerse heropstartactiviteiten. Een terugblik in woord en beeld.

Wascabi 2021 Web Low 08

© Sophie Nuytten

Wascabi 2021 Web Low 11

© Sophie Nuytten

Alle foto's op WASCABI (en in dit artikel) zijn gemaakt door Sophie Nuytten.

Dit was WASCABI 2021 (© Mediaraven)


Over de toekomst van (het decreet) amateurkunsten

De namiddag startte met een sofagesprek over de amateurkunstensector en de op stapel staande beleidsveranderingen terzake. Zo wordt het amateurkunstendecreet - nota bene het oudste decreet in de cultuursector - geactualiseerd in 2022. De politieke gesprekken daarover starten in het najaar van 2021. Het gesprek werd ingeleid door onderstaand filmpje (© Wies De Vuyst) waarin de meerwaarde van AK voor individu en samenleving aan bod komt maar ook de nood aan meer erkenning en financiering van de 9 landelijke amateurkunstenorganisaties. Op de sofa namen plaats: Iris Raspoet (directeur Danspunt), Jan Matthys (directeur VLAMO), Barbara Delft (De Federatie) en Marius Meremans (Vlaams parlementslid N-VA).


    Als opener polste moderator Jana Kerremans bij Marius Meremans naar de krachtlijnen van zijn nog niet helemaal afgewerkte conceptnota die hij schreef over het amateurkunstendecreet. Deze nota zal ongetwijfeld een belangrijk ijkpunt worden in de politieke discussies. Meremans benadrukte dat de essentie bewaard moet blijven, want 'wat goed is, moet je niet veranderen'. Zo ziet hij de amateurkunstensector als een duidelijk aparte sector, naast het sociaal-cultureel werk en naast de professionele kunsten. Uiteraard is er her en der overlap, maar de aard van de amateurkunstensector is uniek en dat moet zo blijven. Over de soms betwiste invulling van het woord 'amateur' stelde hij duidelijk dat heel veel amateurkunstenaars wel degelijk op een professionele manier bezig zijn, maar niet beroepsmatig. Dat laatste vormt dus het grootste onderscheid met professionele kunstenaars. Hij brak voorts een lans voor samenwerking. Amateurkunstenorganisaties werken nu al met vele sectoren samen, maar volgens Meremans mag/moet dit dus nog veel meer gewaardeerd worden door het beleid. De verwevenheid met de samenleving en verschillende gemeenschappen kan ook intenser benadrukt worden, volgens hem. In de nakende regiovorming ziet hij een kans om de verhouding tussen amateurkunstenorganisaties en lokale besturen te herdenken. Waarbij hij ook een rol ziet weggelegd voor de Intergemeentelijke Samenwerkingsverbanden (IGS) Cultuur die stilaan verder uitgebouwd worden. Amateurkunstenorganisaties moeten zich gaan positioneren binnen deze IGS'en.
    Er moet nog meer samenwerking komen, ook met sectoren buiten het departement Cultuur. Maar dat betekent dat er ook centen van andere departementen moeten komen.
    Marius Meremans (N-VA)
    Op de vaststelling dat er meer Vlamingen in een koor zingen dan dat er voetballen, maar er een enorme kloof is in de financiering van beide, gaf Marius aan dat amateurkunstenorganisaties volgens hem te braaf zijn op vlak van lobbywerk. En ja, voegde Iris Raspoet, toe, "we kunnen allicht nog wat rebelser zijn. We moeten in elk geval meer investeren in het stem geven aan amateurkunstenaars en groepen". Professionaliseren is volgens Iris Raspoet ook niet het juiste woord, ze houdt het liever op 'kwalitatief groeien'. Jan Matthys stelde dat samenwerken in hun DNA zit en hun 'web van connecties' heel ver reikt. Hij pleitte meteen ook voor impulssubsidies in het nieuwe decreet om ad hoc samenwerkingen te verduurzamen. Marius Meremans repliceerde dat je wel impulssubsidies kan geven, maar dat samenwerking op lokaal niveau moet beginnen. Zo staan veel scholen open voor een samenwerking met amateurkunstenorganisaties, maar je moet ze er wel warm voor maken. Een financiële inhaalbeweging vindt Jan Matthys dringend nodig, want "mocht er een beurs bestaan waar er op maatschappelijk rendement wordt gespeeld, dan zouden we de beste aandelen hebben met de beste rendementen."
    We zijn op 20 jaar tijd enorm gegroeid als sector maar we hebben de laatste 10 jaar 23% moeten besparen.
    Jan Matthys (VLAMO)
    Iris Raspoet gaf aan dat het vernieuwde decreet heel veel openheid moet stimuleren om aan kunstbeoefening te doen. Barbara Delft tenslotte brak een lans voor het belang van een lokaal amateurkunstenbeleid én de stimulerende rol die Vlaanderen daarbij te spelen heeft. "Het is belangrijk dat de amateurkunstenaar op elk beleidsniveau ondersteund wordt (lokaal, regionaal, Vlaams, internationaal)", concludeerde ze.
    Mocht de amateurkunstensector op de beurs zitten, dan hadden ze één van de hoogst mogelijke aandelenkoersen
    Jan Matthys (Directeur VLAMO)


    Over de toekomst van het (decreet) sociaal-cultureel werk

    Met de leden van de commissie cultuur van het Vlaams Parlement Katia Segers (Vooruit), Orry Van De Wauwer (CD&V) en Stephanie D’Hose (Open VLD) had moderator Jana Kerremans het over de evaluatie en de toekomst van het decreet SCW zoals het in 2017 vorm kreeg en van waaruit sinds januari 2021 131 organisaties structureel betoelaagd worden, na een grondige visitatie- en beoordelingsprocedure. Helaas moest commissievoorzitter Elisabeth Meuleman (Groen) verstek geven omwille van fractiedagen van haar partij op exact hetzelfde moment. In het inleidend filmpje (zie hieronder) werd verwezen naar de dynamiek die het decreet Sociaal-Cultureel Werk teweeg gebracht heeft in de sector en naar de talloze voorbeelden waarop sociaal-culturele organisaties actief en maatschappelijk betrokken waren tijdens de coronacrisis.


    Katia Segers roemde dan ook meteen de inventiviteit van de sector én het maatschappelijk belang ervan in tijden van corona. Ze wees erop dat zonder deze initiatieven de persoonlijke en maatschappelijke schade wel eens 10 keer groter zou kunnen geweest zijn. Ze werd daarin gevolgd door Orry Van de Wauwer en Stephanie D'Hose, die nog aanvulden dat het snelle inspelen op maatschappelijke veranderingen typerend is voor het sociaal-cultureel werk. En dat we zonder vrijwilligers nergens zouden staan. Katia Segers riep de Vlaamse regering expliciet op om maximaal rekening te houden met de naweeën van corona en de getroffen organisaties zo goed mogelijk te ondersteunen.
    De snelheid waarmee sociaal-culturele organisaties ingespeeld hebben op de veranderende maatregelen is fantastisch
    Orry Van de Wauwer (CD&V)
    Over de geplande evaluatie en wijziging van het decreet sociaal-cultureel werk, waren de drie parlementsleden het roerend eens dat de mening van de sector daarin de leidraad moet zijn. Stephanie D'Hose vindt het prima om enkele 'weeffouten' aan te pakken, maar riep voorts op tot decretale rust en het absoluut overeind houden van de huidige krachtlijnen. Orry Van de Wauwer vindt het na een eerste beoordelingsperiode een goed moment om na te gaan welke aanpassingen de sector wil. Hij vindt draagvlak bij de sector ontzettend belangrijk om tot duurzame aanpassingen te komen.
    Laat ons bij de krachtlijnen blijven, laat ons de weeffouten uit het decreet halen maar voorzie verder decretale rust
    Stephanie D'Hose (Open VLD)
    Het mag duidelijk zijn dat het 'civiel perspectief' (= de overheid erkent de onafhankelijkheid van sociaal-culturele organisaties) voor de betrokken parlementsleden onder geen beding mag verlaten worden. Organisaties moeten zelf de ruimte krijgen om hun keuzes te maken, dixit Orry Van de Wauwer. Over het heikele punt, namelijk de ambitie in het regeerakkoord om het decreet aan te passen in functie van het 'tegengaan van segregatie' en te vermijden dat 'organisaties die zich terugplooien op de eigen etnisch-culturele achtergrond' subsidies kunnen krijgen, bleef men op de vlakte. Stephanie D'Hose verwees naar het gekende standpunt van haar partij inzake integratie en liet nog optekenen dat "sociaal-cultureel werk bij uitstek een plek is waar er verbinding wordt gecreëerd".
    Het beleid moet rekening houden met de naweeën van corona en maximaal ondersteunen waar nodig
    Katia Segers (Vooruit)


    Gesprek met Joachim Pohlmann en Dirk Verbist

    Minister Jambon moest zich helaas ter elfder ure verontschuldigen. Kabinetschef cultuur Joachim Pohlmann nam de honneurs waar en ging in gesprek met Dirk Verbist, directeur van De Federatie. Het gesprek werd geopend met een kort filmpje waarin minister Jambon onder meer het belang van cultuur in de verf zet, zijn lof betuigt aan de amateurkunstensector, en het voornemen van zijn regering herhaalt om het sociaal-cultureel decreet te herzien in lijn met de bepalingen erover in het regeerakkoord.
    Joachim Pohlmann roemde op zijn beurt de wendbaarheid van de brede culturele sector. Maar hij deelde ook de bezorgdheid over een mogelijk afkalvend engagement omwille van de lange coronaperiode. Voorts ziet hij de grote digitale sprong voorwaarts als een positief neveneffect van de coronacrisis. Dirk Verbist benadrukte in dit alles de onderliggende vrijwilligerscultuur en structuur die ons land zo specifiek maakt, maar die absoluut niet vanzelfsprekend is. Het is belangrijk om die te koesteren en dat ook expliciet te blijven benoemen. Er zijn zeker uitdagingen, maar het is nog te vroeg om duidelijke uitspraken te doen over gevolgen op engagement, participatie en lidmaatschappen. Tegelijk zijn er vele maatschappelijke kloven uitgediept of op scherp gesteld, gaf Dirk aan. Net in deze domeinen zijn veel sociaal-culturele en amateurkunstenorganisaties actief en zullen ze dus ook in de nabije toekomst een belangrijke rol in spelen.
      Ik denk dat de minister van cultuur eens een écht goed gesprek moet hebben met de Minister-President
      Dirk Verbist (De Federatie)
      Dirk Verbist wees op de belangrijke beslissing van minister Jambon om de stabiliteit qua subsidies te handhaven, wat de sectoren grotendeels behoed heeft voor groter onheil. Helaas scheerden heel wat van de genomen steunmaatregelen rakelings langs deze sectoren, wat raar is, want er zou veel meer gebruik kunnen gemaakt worden van de collectieve expertise in onze sectoren. Joachim Pohlmann benadrukte dat ze ook de komende jaren zullen rekening houden met corona als men voortgangsrapporten e.d. zal beoordelen. Verder stelde hij dat er wel veel steunmechanismen waren maar dat die inderdaad niet altijd rechtstreeks ten goede kwamen aan de sociaal-culturele en amateurkunstensector. In verband met de begroting en potentiële besparingen liet Joachim Pohlmann niet in zijn kaarten kijken. Hij verwees naar het grote gat in de begroting en er moet nog bekeken worden hoe men de inspanningen zal verdelen. Cultuur is verre van de grote slokop in de Vlaamse begroting maar de begrotingsgesprekken worden pas eind september afgerond, dus voorlopig blijft dit koffiedik kijken. In dat verband verwees Dirk naar het enorme vliegwieleffect van een al bij al beperkte subsidie op tal van maatschappelijke domeinen. In deze context stelde hij dat de minister van cultuur een goed gesprek zou moeten hebben met de minister-president. Het gaat namelijk over het stimuleren van dat vliegwieleffect tegen een bijzonder kleine prijs. De minister hééft een ravage in de sociaal-culturele sector vermeden in de laatste beoordelingsronde en heeft de middelen voor de uitgestelde World Choir Games laten terugvloeien naar de amateurkunstensector. Dit creëert enige stabiliteit om van daaruit te vertrekken om op maat te werken van noodlijdende organisaties én alle organisaties mee te nemen in de maatschappelijke en culturele relance.
      De amateurkunstensector is één van de grootste cultuursectoren, met het kleinste decreet en één van de kleinste budgetten. Ze vallen ook bij de administratie vaak tussen de stoelen
      Dirk Verbist (De Federatie)
      Over de financiële meervraag van de amateurkunstensector stelde Joachim Pohlmann dat dit uiteraard een legitieme vraag is, maar of hij ook realistisch is, bleef een open vraag. Dirk maakte heel duidelijk dat de amateurkunstensector één van de grootste cultuursectoren is met het kleinste decreet en de kleinste budgetten. Waardoor ze overigens ook nog al te vaak tussen de stoelen van de cultuuradministratie vallen. Over de aanpassing van het sociaal-cultureel decreet aan de passage in het regeerakkoord, zei Joachim Pohlmann dat het nu hét moment is om in overleg met de sector eventuele problemen mee te nemen in de hervorming. Hij wees vooral op de ambitie om het decreet opener te maken en de begrenzingen inzake subsidiestijging en -daling te laten vallen. Dirk nam de uitgestoken hand voor overleg graag aan, maar wees meteen ook op het civiel perspectief. Hij vreest dat het regeerakkoord met niet heel veel kennis over de sector geschreven is, wat het risico inhoudt van een symbolische stellingenoorlog die voorbijgaat aan de realiteit van de organisaties. Want het decreet ademt inclusie, wat ook overduidelijk bleek uit de recentste beoordelingsronde.
      We hebben de ruimte om het decreet -waar nodig- aan te passen in nauw overleg met de sector en De Federatie
      Joachim Pohlmann (kabinetschef Cultuur minister Jambon)

      Live heropstart!

      Ellen De Boeck trapte in haar slotwoord de campagne "Verenigen doen we samen" af. Het was meteen haar laatste wapenfeit voor De Federatie waarop ze door voorzitter Herman Lauwers in de bloemetjes gezet werd. Opvallend tijdens de receptie: blije gezichten! En véél gebabbel. Het was nu eenmaal voor iedereen lang geleden dat men tussen meerdere mensen stond en rechtstreeks met verschillende mensen kon praten. Zonder kleine schermen en zonder micro of camera te hoeven aan zetten. Een verademing met hier en daar toch wat onwennigheid. Die onwennigheid was er ook bij de live activiteiten die sociaal-culturele en amateurkunstenorganisaties stilaan weer organiseren. Tijdens Wascabi werden vier compilatiefilmpjes getoond waarbij enkele van die activiteiten in beeld gebracht worden. De filmpjes tonen de dynamiek van de sector tijdens corona, ademen de drang om weer voluit te mogen gaan terwijl er ook vragen en twijfels zijn, ook richting beleid. Hieronder kan u deze filmpjes (© Mediaraven) herbekijken.

      Amateurkunsten: heropstart zomer 2021 (@Wascabi)

      Sociaal-cultureel werk: heropstart zomer 2021

      Sociaal-cultureel werk: heropstart zomer 2021

      Sociaal-cultureel werk: heropstart zomer 2021


      Nog enkele sfeerbeelden

      Bart Verhaeghe Neem contact op met Bart