Waarom zoveel bovenlokale projecten uit de boot vielen?

De lat blijkt hoog te liggen voor verenigingen die op vrijwilligers draaien. De subsidielijn bovenlokale projecten beloont enkel initiatieven die 100% juist zitten qua bereik en uitstraling (tussen het lokale en Vlaamse in) én zakelijk een waterdicht plan kunnen voorleggen én een innovatief karakter hebben. Dat leren we uit het antwoord van minister-president Jan Jambon op een schriftelijke vraag van CD&V-parlementslid Karin Brouwers.

Hoe is de beoordeling precies verlopen?

Het decreet bovenlokaal cultuurwerk is relatief nieuw. In mei 2019 diende zich een eerste indienronde aan. Op 15 november 2019 sloot de tweede indienronde af, kort na het bekendmaken van de beslissingen over de eerste. Het aantal verenigingen sociaal-cultureel werk of amateurkunsten dat in aanmerking kwam voor deze subsidie ligt bijzonder laag, leerde een eerste analyse. Ontmoedigend, vinden we bij De Federatie. Een deel van de middelen voor dit nieuwe decreet komt namelijk uit (ex-provinciale) middelen die net voor dit type organisaties bedoeld waren.  Ook Vlaams parlementslid Karin Brouwers (CD&V) was benieuwd naar de beoordelingsprocedure bij de eerste toekenningen.
  • Hoe kreeg het begrip ‘bovenlokaal’ concreet invulling?
  • Hield de beoordelingscommissie rekening met geografische of sectorale evenwichten?
  • Wat met initiatieven van kleinere organisaties die achter het net visten?

Uiterst strenge selectie

Hoe Beter De Inhoud Communiceren

Verenigingen uit onze sector willen weten waar ze aan toe zijn. 

Bij de weging van projecten werd geen rekening gehouden met de grootte van de aanvrager, leren we. Ook geografische spreiding of sectorale evenwichten waren geen richtsnoer. Enkel ‘resoluut kwalitatieve’ projecten kwamen in aanmerking. Dat vertaalde zich in het goed presteren op relevante samenwerkingen, inspelen op de eigenheid van een regio, de potentie hebben om er een voorbeeld te zijn en opereren tussen het lokale en Vlaamse niveau in.
Bovenlokaal als een combinatie van vele aspecten ineens dus. Gewoon samenwerken over gemeentegrenzen volstaat niet. De beoordelingscommissie hechtte bovendien veel belang aan het projectmatige karakter van de aanvragen en een duidelijke budgettaire vertaling van de inhoud. Daarenboven wilde de commissie een advies afleveren binnen het beschikbare budget. Ook dat haalde de kansen van (bovenlokale) verenigingen die niet op professionals draaien, ernstig omlaag.

Wat nu?

De Federatie dringt bij overheid aan op een kritische zelfreflectie. Wacht niet te lang om het decreet bij te sturen waar nodig, is ons devies. Gezien de oorsprong van de middelen, zou het niet meer dan normaal zijn dat het decreet bovenlokaal cultuurwerk ook stimulansen geeft aan bottom-up initiatieven met ambitie. In de beleidsnota cultuur belooft Jambon alvast het nodige monitorwerk te doen. Bij het Departement klinkt alvast: 'Geef het wat tijd. Dit is een decreet met intenties voor de toekomst dat nieuwe dingen veroorzaken wil'.

Nieuwsgierig naar de letterlijke woorden? Lees er zelf het parlementair stuk op na.

Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke