Cultuureducatie op school: wat na dynamoPROJECT?
dinsdag 10 februari 2026
Dossier: Decreet Amateurkunsten
De stopzetting van dynamoPROJECT blijft nazinderen in het Vlaams Parlement. Die subsidie ondersteunde projecten tussen scholen en culturele organisaties. Zowel in de Commissie Onderwijs van 15 januari 2026 als in de Commissie Cultuur van 22 januari 2026 werden Onderwijsminister Zuhal Demir en Cultuurminister Caroline Gennez bevraagd over de aangekondigde visienota over de samenwerking tussen Cultuur en Onderwijs. De kernvraag: hoe zullen de ministers cultuureducatie verankeren op school?
Breed gedragen bezorgdheid
In beide commissies werd uitvoerig gedebatteerd over de toekomst van cultuureducatie in het leerplichtonderwijs. Eén van de aanleidingen is het recente advies op eigen initiatief van de Strategische Adviesraad Cultuur (SARC) over ‘Kunst en cultuur in het leerplichtonderwijs.’
De SARC waarschuwt voor een structurele verzwakking van kunst en cultuur in het leerplichtonderwijs. Geïnspireerd door buitenlandse voorbeelden, pleit de SARC voor bijkomende middelen en een expliciet governance-model om de samenwerking structureel in te bedden in zowel cultuur als onderwijs.
De bezorgdheden worden opvallend breed gedeeld, door parlementsleden over partijgrenzen heen. Ook ministers Gennez en Demir erkennen dat er “werk aan de winkel” is en dat betere afstemming tussen beleidsdomeinen noodzakelijk is. Ze verwijzen daarbij naar hun geplande strategische visienota over de samenwerking tussen Cultuur en Onderwijs, maar ze blijven vaag over de timing en hun plannen.
Cultuurwerkers en scholen als volwaardige partners
Minister Gennez benadrukt dat cultuureducatie hoog op haar agenda staat (zoals we ook lezen in haar beleidsnota cultuur) en een hefboom kan zijn voor persoonlijke en sociale ontwikkeling.
Scholen en culturele partners krijgen vandaag onvoldoende ondersteuning om een langdurige en kwaliteitsvolle samenwerking uit te bouwen, aldus minister Gennez. Daarom is het nodig om "gedeelde kwaliteitskaders te creëren, kennisdeling en deskundigheidsbevordering te stimuleren" bij zowel leerkrachten als kunstenaars en cultuurwerkers.
Parlementslid Katrien Partyka (cd&v) beaamt het belang van structurele samenwerking en is nieuwsgierig naar hoe de verankering in het onderwijs en het curriculum zal gebeuren. Gennez licht een tipje van de sluier:
Daarbij moet cultuureducatie het curriculum versterken. Alleen zo kunnen scholen en cultuurwerkers volwaardige partners zijn: “We zetten in op kennisverwerving, maar ook culturele sensitiviteit is belangrijk om te kunnen leren”, aldus minister Gennez.
Meer ondersteuning voor scholen en leerkrachten
Minister Demir wijst erop dat kunst en cultuur al verankerd zijn via de minimumdoelen voor muzische vorming in het basisonderwijs en de sleutelcompetenties "cultuurbewustzijn" en "culturele expressie" in het secundair. Wel beaamt ze dat een goede samenwerking met culturele partners belangrijk is. Ze geeft als voorbeeld de samenwerking tussen scholen en bibliotheken om de kennis van het Nederlands te bevorderen in het kader van “Ieder kind taalheld.”.
Wat voor Demir voorop staat is een haalbare en duurzame inbedding in de onderwijspraktijk, met behoud van de autonomie van de scholen.
De rol van de leerkracht kan niet onderschat worden. Demir beaamt dan ook dat cultuureducatie kwalitatief aan bod moet komen in de lerarenopleidingen. Dat is een rechtstreekse verwijzing naar het SARC-advies waarin meer aandacht wordt gevraagd voor kunst en cultuur in zowel de initiële lerarenopleiding als in nascholingen. Scholen en leerkrachten moeten beter ondersteund worden om de doelen rond kunst en cultuur kwalitatief en duurzaam te realiseren.
Ook parlementslid Frederik Sioen (Vooruit) pleit ervoor om gepassioneerde leerkrachten extra tools aan te reiken. “Ik denk dat we soms onderschatten dat veel leerkrachten zelf kunstenaar of artiest zijn, zelf amateurkunstenaar zijn, en zelf ook die taal spreken.”
Frederik Sioen
Een opvolger voor dynamoPROJECT?
dynamoPROJECT wordt door de parlementsleden erkend als waardevol, maar beide ministers noemen deze subsidielijn te "ad hoc". Het cultuureducatieve aanbod is vandaag “te versnipperd, te ongelijk verdeeld over Vlaanderen en te afhankelijk van individuele engagementen”, aldus Gennez. De nieuwe ambities zijn groter: van versnippering naar samenhang, van tijdelijke projecten naar structurele inbedding in het curriculum.
Tegelijk wijzen verschillende parlementsleden zoals Loes Vandromme (cd&v), Katrien Partyka (cd&v), Frederik Sioen (Vooruit) en Bram Jaques (Groen) op het belang van een laagdrempelige en financiële ondersteuning om samenwerking tussen scholen en cultuurpartners mogelijk te maken.
Parlementslid Frederik Sioen (Vooruit) pleit daarbij voor een dubbele aanpak: “Enerzijds is het goed dat veel scholieren met de school naar een concertzaal of een theaterzaal gaan, echt voelen wat de magie is van cultuurbeleving buiten de school, en zo in contact komen met veel verschillende cultuurvormen. Maar cultuur op school is ook belangrijk. Dat is ook iets wat meegenomen wordt in die minimumdoelen".
Ambitie, maar nog geen houvast
Ondanks de grote eensgezindheid over het belang van cultuureducatie, blijft op het terrein vandaag een leegte. Er is voorlopig geen opvolger of overgangsmaatregel voor dynamoPROJECT en geen duidelijk perspectief voor scholen en culturele organisaties. De belofte dat “elk kind via het onderwijs met cultuur in contact moet komen” moet nog waargemaakt worden.
Het is wachten op de aangekondigde visienota van beide ministers. Zal die visie beperkt blijven tot een structurele opvolger van dynamoPROJECT? Of zullen beide ministers de kans grijpen om tot een duurzaam samenwerkingsmodel te komen, waarbij cultuureducatie – zowel intra als extra muros – structureel verankerd wordt in het leerplichtonderwijs?
Wie zal de brug slaan tussen Cultuur en Onderwijs, hoe zal dat gebeuren en met welke middelen? We volgen het op!
