Betoging lage resolutie web 42

100% maatschappelijk rendement? Nood aan financieel engagement!

Dossier: Decreet Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk

Uiterlijk eind september hakt de Vlaamse regering knopen door over de subsidies voor sociaal-culturele organisaties. Er werden in totaal 158 beleidsplannen ingediend. De Federatie maakte op basis van 135  subsidieaanvragen (= 158 indieners zonder 23 negatief beoordeelde kandidaat-instromers) en de beoordelingen ervan een financiële analyse die de Vlaamse regering kan inspireren. Eén iets is overduidelijk. Alleen al om hun huidige werking op peil te houden, hebben alle organisaties extra middelen nodig. En dan zijn er nog de talloze nieuwe uitdagingen. Na 15 jaar besparingen en status-quo is het dringend tijd voor een broodnodige inhaalbeweging. Willen we streven naar 100% maatschappelijk rendement? Dat vergt een financieel engagement. En daarvoor is ‘t nu het moment.  

Galopperende inflatie indexeert alles, behalve subsidies

Visual 1080x1920
Het afgelopen decennium verarmde de sector zienderogen. Sinds 2012 worden de werkingsmiddelen in de subsidie-enveloppes van het sociaal-cultureel werk niet geïndexeerd. Tegelijk werden ook personeelskosten niet voldoende geïndexeerd. Door een doorgedreven inflatie, stegen zowel personeels- als werkingskosten. Heel concreet betekent dit bijvoorbeeld dat 100 euro werkingsmiddelen in 2012 nu eigenlijk 125 euro zou moeten zijn, maar in de feiten maar een kleine 90 euro meer waard is. Dit is voor het gros van de organisaties niet vol te houden. Bovendien is hun gezamenlijke personeelskost nu al bijna dubbel zo hoog als de subsidie uit het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk. Een kloof die de komende jaren zal blijven toenemen want de personeelskost stijgt sneller dan de subsidies. Dat heeft een stevige impact. Zo gaan de erkende organisaties ervan uit dat ze allemaal samen tegen 2030 slechts 48 extra VTE kunnen aanwerven in vergelijking met de 1.545 VTE in 2023. En dat kan dus enkel als ze de gevraagde extra middelen krijgen. Onnodig te zeggen dat dit een rem zet op ambities en werking van organisaties. Bovendien stijgen niet enkel de personeelskosten. In totaliteit stijgen de kosten van alle aanvragers samen de komende 5 jaar met ruim 21%. Die extra kosten hebben voornamelijk te maken met ondersteuning van vrijwilligers en het organiseren van activiteiten.  

The bigger picture

Eind 2020 besliste toenmalig cultuurminister Jambon dat 131 organisaties een subsidie kregen om hun beleidsplan uit te voeren. 18 daarvan waren nieuwe organisaties in het decreet. Om dat te kunnen realiseren, verschoof hij 4 miljoen euro projectmiddelen naar deze structurele subsidie. Het was de eerste keer sinds 2010 dat er voor de sociaal-culturele sector structurele middelen bijkwamen. Al moeten we dat nuanceren. In vergelijking met de kunstensector (+ 16,53%) en de cultureel erfgoedsector (+ 54%) was de stijging met 6% eerder beperkt en was er bovendien dus geen sprake van extra, maar wel geheroriënteerde middelen. In 2020 was er ruimte voor 18 nieuwe organisaties in het decreet. Nu kregen er 11 een positieve beoordeling. Vijf jaar geleden vroeg de sector in zijn geheel 22% meer subsidie. Dit jaar ambiëren de 135 beleidsplannen samen ongeveer 15,5% meer dan het laatste subsidiebedrag van de aflopende beleidsperiode. Dit komt overeen met ongeveer 18,7 miljoen euro.  

Bescheiden subsidievraag -> Bescheiden investering

In het licht van het bovenstaande, getuigt het van een bewonderenswaardige bescheidenheid dat 135 organisaties samen slechts 101,7 miljoen euro subsidie vragen. Dat is 18,7 miljoen euro meer dan de huidige 83 miljoen euro. Zijn ze ambitieus? Jazeker. Kunnen ze met deze middelen comfortabel al hun ambities maximaal waarmaken. Zeker niet. Want deze ‘extra middelen’ zijn – gezien het bovenstaande – amper voldoende om het financieel niveau van de huidige werking aan te houden. Om uitdagingen aan te gaan en maatschappelijk relevante ambities te kunnen nastreven is dus dringend een inhaalbeweging nodig. Naar analogie met de extra middelen die andere cultuursectoren de vorige legislatuur kregen.Concreet vragen we de Vlaamse regering om 12,4 miljoen euro extra te investeren in de sociaal-culturele sector. Dit is een stijging van 15% tegenover het huidige budget

Garandeer de kansen van beloftevolle organisaties

Toen de contouren van een fundamenteel nieuw decreet uitgetekend werden in 2017, was één van de uitgangspunten dat organisaties makkelijker moesten kunnen instromen in het decreet. Daartegenover stond dat organisaties ook sneller hun subsidies zouden kunnen verliezen als ze de kwaliteitscriteria van het decreet niet langer haalden. Dit uitgangspunt werd herbevestigd bij de recente herzieningen van het decreet. Nieuw erkende organisaties brengen zuurstof en dynamiek in de sector. Op die manier groeien er nieuwe thema’s, komen nieuwe doelgroepen op de radar, ontstaan er efficiënte samenwerkingen en innovatieve werkwijzen. Eind 2024 dienden 34 organisaties die de voorbije 5 jaar geen subsidies via dit decreet kregen, een beleidsplan in. 11 daarvan kregen een positieve beoordeling met het advies om de gevraagde subsidie toe te kennen. Het gaat samen om 2,8 miljoen euro. Daarnaast konden heel wat organisaties de beoordelingscommissies overtuigen van de maatschappelijke relevantie, het sociaal-cultureel karakter en de kwaliteitsvolle uitwerking van hun ambities en activiteiten. Ook dat brengt zuurstof en dynamiek in de sector. De commissies adviseerden om deze organisaties meer subsidies toe te kennen dan in de huidige beleidsperiode. Voor deze beloftevolle en over de hele lijn geslaagde organisaties is het niet meer dan logisch dat de Vlaamse regering deze middelen effectief ook toekent.

Temper abrupte en onterechte subsidieverliezen

Andere organisaties kregen minder subsidies geadviseerd. Voor zo’n 20-tal organisaties was het stevig schrikken, aangezien ze 2 jaar geleden een positief visitatieverslag kregen en nu ook een positieve beoordeling. Ja, er zijn telkens enkele aandachtspunten, maar dat verklaart geen dalend subsidieadvies. Hoe zullen ze bovendien hun aandachtspunten aanpakken met nóg minder subsidies? Zelfs wiskundig houdt het geen steek. Hoezo maak je van een plus en een plus zomaar een min? De commissies moesten deze beleidsperiode voor de eerste keer geen rekening meer houden met de maximale stijgingen of dalingen die in het originele decreet geformuleerd waren. Om organisaties niet te bruuskeren en om de taart enigszins correct te verdelen, konden organisaties toen bij een positieve beoordeling maximaal 25% van hun subsidies verliezen. Dit principe werd nu helaas losgelaten. Zo dreigen nu enkele organisaties in één klap om en bij de helft van hun subsidies te verliezen. Dit kan een genadeslag zijn voor deze organisaties, terwijl die sterke daling nauwelijks gemotiveerd wordt.Tot slot zijn er 2 organisaties die na een positieve visitatie nu een negatieve beoordeling kregen en waarbij het advies luidt om hun subsidies stop te zetten. Dit kan uiteraard na een remediëringstraject het geval zijn, maar deze organisaties werden 2 jaar geleden dus nog positief bevonden. Het abrupt stopzetten van de subsidie na een positieve visitatie en een negatief beoordeeld beleidsplan is uit den boze.  We roepen de Vlaamse regering op om deze al te bruuske subsidiedalingen te temperen. Ze zijn onterecht, hakken heel hard in op een organisatie en de organisaties kregen geen kansen om zich te verweren. 

Extra uitdagingen vragen extra investeringen

Sociaal-culturele organisaties voelen haarfijn de polsslag van de samenleving en zijn veelal de eersten om in te spelen op bekommernissen van burgers en vernieuwende antwoorden te formuleren op nieuwe uitdagingen. Denken we maar aan de versnellende digitalisering, superdiversiteit, een groeiend onbehagen over schijnbaar globale ontwikkelingen waar men geen vat lijkt op te hebben, een oorlogsdiscours dat volop terug is van weggeweest enz. Daarnaast is ook het verenigingsleven zelf permanent in verandering. Dat leidt tot een zoektocht naar nieuwe interne en externe strategieën rond alles wat bij een vereniging komt kijken. Het werven en betrokken houden van leden, vrijwilligers en deelnemers bijvoorbeeld. Of het verkennen van nieuwe inkomstenmodellen. Ook strengere regelgeving verplicht verenigingen vaak tot het maken van bijkomende kosten. Om aan dit alles het hoofd te bieden, zich permanent te vernieuwen en voorop te blijven, plant de sector de komende beleidsperiode voor meer dan 20 miljoen euro investeringen die de hele samenleving ten goede komen. Een kleine 47% van hun huidige middelen halen ze al bij deelnemers en supporters in die samenleving terwijl 37% uit subsidies via het decreet sociaal-cultureel volwassenwerk komt. Gemiddeld, want uiteraard zijn er in een heterogene sector sterke verschillen tussen organisaties. Uit een studie van IDEA-consult (2022) blijkt overigens dat de inkomstendiversificatie in het sociaal-cultureel volwassenwerk een pak groter is dan bij andere grote cultuursectoren. Opvallend is dat organisaties in hun beleidsplannen samen een stijging van de eigen inkomsten voorzien met bijna een vijfde van het huidige bedrag. Dit getuigt van een groot vertrouwen van de burger in deze organisaties. En omgekeerd. Maar het mag duidelijk zijn dat inkomsten uit activiteiten, lidgelden en schenkingen niet oneindig zijn, zeker gezien het belang van laagdrempeligheid.  

Financieel – en kwaliteitsbeleid: felicitaties van de jury 

De sociaal-culturele sector scoort globaal gezien meer dan excellent op financieel beleid en kwaliteitsbeleid. De solvabiliteit bedraagt 58,64%, wat wijst op een sterke positie op lange termijn. De schuldgraad ligt op 39,66%. Een gezonde situatie, zeker in onzekere tijden. Op het financieel meerjarenbeleid scoorde maar liefst 85 procent van de aanvragers goed tot zeer goed en op het kwaliteitsbeleid was dat zelfs 93 procent van de organisaties.

CONCLUSIE

Een sector die zo verantwoord omgaat met subsidies, kosten realistisch en verantwoord inschat én zo’n grote maatschappelijk waardevolle rol speelt op vlak van sensibilisering, gemeenschapsvorming, cultuur en educatie, participatie en democratische weerbaarheid, verdient erkenning én versterking

Een netto meerkost van 12,4 miljoen euro – een stijging van de middelen met 15% - betekent dat beloftevolle organisaties hun ambities kunnen waarmaken, positief beoordeelde organisaties geen subsidies verliezen en onverdiende financiële bloedbaden vermeden worden. Zoals aangetoond zijn deze extra middelen absoluut geen luxe. Het is slechts bijbenen na 15 jaar pappen en nat houden. Bovenal zijn die extra investeringen noodzakelijk voor een hardwerkende, efficiënte sector met een aantoonbare maatschappelijke impact.

We hopen dat ook de Vlaamse regering  de grote betekenis en meerwaarde ziet van zo’n relatief beperkte overheidsinvestering voor zoveel mensen. We gaan hierover graag met hen in gesprek.